Deze uitzending is gewijd aan Giacomo Puccini senior, de betovergrootvader van de operacomponist.
Giacomo Puccini geldt als één van de belangrijkste operacomponisten van de late 19e en vroege 20e eeuw. Zijn opera’s worden vaak uitgevoerd. De meeste operaliefhebbers weten waarschijnlijk niet dat hij uit een muzikale dynastie stamt, die enkele eeuwen teruggaat. De eerste componist met de naam Puccini die we kennen, heette ook Giacomo. Om hem van zijn nazaat te onderscheiden, wordt hij Giacomo Puccini senior genoemd.
Het grootste deel van zijn leven werkte hij in Lucca, waar hij ook zijn eerste muziekonderricht ontving. Later studeerde hij in Bologna, waar hij in contact kwam met ‘Padre’ Giovanni Battista Martini, toen een internationale autoriteit, vooral op het gebied van het contrapunt. Dat contact werd vele jaren schriftelijk voortgezet. In Lucca werkte Puccini als directeur van de Cappella Palatina en als organist en kapelmeester van verschillende kerken. In zijn tijd werd de Cappella Palatina uitgebreid. In dat ensemble speelden onder andere Luigi Boccherini en zijn vader Leopoldo. Puccini maakte van de kwaliteiten van de Cappella Palatina gebruik voor het schrijven van veeleisende instrumentale partijen in zijn vocale werken.
Het grootste deel van zijn oeuvre bestaat uit sacrale muziek. Daartoe behoren missen, hymnen, Magnificats, Lamentaties en een groot aantal Psalmen. Een aantal werken is dubbelkorig. In dit programma horen we twee Psalmen voor solostemmen, koor en orkest.
Giacomo Puccini sr (1712-1781)
1. De profundis
2. Dixit Dominus
Julia Gooding, sopraan. Jonathan Peter Kenny, altus. James Gilchrist, tenor (2). Adolph Seidel, bas. Kantorei Saarlouis, Ensemble UnaVolta olv. Joachim Fontaine
(cd: “Musica Sacra” – Arte Nova Classics 74321 75507 2, 2000)
aanvulling:
Baldassare Galuppi (1706-1785)
3. Sonate in C (R.A. 1.11.18)
Luca Scandali, orgel
(cd: “Organ Sonatas” – Brilliant Classics 95140, 2016)
Giacomo Puccini senior (sophiaphilharmonic.com)