Missa Etcetera
do 10 sep 2026 22:00 uur
Vandaag is dit programma gewijd aan de Poolse componist Stanislaw Moniuszko. Vandaag is dit programma gewijd aan de Poolse componist Stanislaw Moniuszko. Stanislaw Moniuszko is één van de belangrijkste Poolse componisten van de 19e eeuw. Hij werd geboren in een dorp in de provincie Minsk, dat tot 1793 deel uitmaakte van het Pools-Litouwse Gemenebest. Hij kreeg pianoles van zijn moeder. In 1827 verhuisde het gezin naar Warschau, waar Stanislaw leerling werd van August Freyer. Vanaf 1830 woonde het gezin weer in Minsk; in 1834 werd Stanislaw naar Berlijn gestuurd om zijn muziekstudie aan de Singakademie voort te zetten. Daar maakte hij kennis met opera, onder andere met werken van Weber, Lortzing en Marschner. Hij kwam ook in aanraking met de oratoria van Felix Mendelssohn-Bartholdy en anderen, en met werken van Bach en Händel. In die periode begon hij ook met componeren. Na zijn afstuderen vestigde hij zich in Vilnius, waar hij actief was als muziekdocent, organist in de Sint-Janskerk en concertorganisator, ook van werken van zijn eigen hand. Zijn eerste opera, Halka, werd goed ontvangen. Hij verhuisde naar Warschau en werd in 1858 directeur van het Muziektheater en zes jaar later directeur van het Muziekinstituut. Moniuszko is vooral bekend geworden als componist van muziek voor het theater: opera's, operettes, toneelmuziek en balletten. Ook als componist van liederen maakte hij naam. Zijn sacrale muziek is vrijwel onbekend en wordt zelden uitgevoerd. Dit deel van zijn oeuvre is niet erg omvangrijk, maar omvat toch in elk geval zeven missen en daarbij nog losse misdelen en kleinere werken voor koor of solostemmen. We horen eerst drie kleinere werken. De eerste twee werden oorspronkelijk gecomponeerd met orgelbegeleiding. In de opname onder leiding van Andrzej Szadejko horen we deze werken in een versie met orkestbegeleiding. De orkestratie is van de hand van Moniuszko's leerling Zygmunt Noskowski. Het derde werk, Requiem aeternam, is geen Requiemmis, maar een cantata religiosa, zoals Moniuszko het noemde; de tekst bestaat uit een kort fragment uit het Requiem. De Litanie Ostrobramskie – de Litanieën van Ostra Brama – vormen het hoofdwerk in het programma. De titel verwijst naar de historische stadspoort van Vilnius; de naam betekent 'Poort van de Dageraad'. De poort is beroemd om de kapel met het schilderij van Maria, dat het voorwerp van verering van katholieke gelovigen is. De drie Litanieën ontstonden tijdens Moniuszko's tijd in Vilnius, tussen 1843 en 1855. Ze zijn technisch veeleisend, wat opmerkelijk is, gezien de bescheiden middelen die Moniuszko in Vilnius ter beschikking stonden. In deze werken wisselen solistische passages en koorgedeelten elkaar af. De orkestpartijen laten een ontwikkeling van de klassieke stijl naar de symfonische stijl van de 19e eeuw zien. Stanislaw Moniuszko (1819-1872) • 1. Sub tuum praesidium (ork: Zygmunt Noskowski) • 2. Ecce lignum crucis (ork: Zygmunt Noskowski) • 3. Requiem aeternam • 4. Litania Ostrobramska I • 5. Litania Ostrobramska II • 6. Litania Ostrobramska III • Ingrida Gápová, sopraan. Marion Eckstein, alt. Sebastian Mach, tenor. Maximilian Argmann, bas. Gellert Ensemble, Goldberg Baroque Ensemble olv. Andrzej Szadejko • (cd: "Requiem Aeternam – Sacred Symphonic Music" – MDG 902-2278-6, 2023) • aanvulling: • Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) • 7. Fuga in e • Rudolf Innig, orgel • (cd: "Sämtliche Orgelwerke" – MD+G L 4487-90, 1994) • Afbeelding: Stanislaw Moniuszko (Wikipedia)