1926 – Het ‘Pianojaar’ van Béla Bartók
1926 wordt wel het ‘Pianojaar’ van Béla Bartók genoemd. In de jaren daarvoor had hij het vooral druk gehad met zijn carrière als concertpianist. In 1926 concentreerde hij zich weer meer op het componeren, en dat deed hij met overgave.
Een overeenkomst tussen alle pianowerken die Bartók in 1926 componeerde is dat hij de piano als percussie-instrument gebruikt. Hij werd hiervoor onder andere geïnspireerd door de werken van Igor Stravinsky uit die tijd. Ook verdiepte Bartók zich in die tijd in oude muziekvormen uit de Renaissance, Barok en Klassieke periode. Ook dat is terug te horen in zijn composities. Een constante in zijn werk zijn de invloeden uit de Oost-Europese volksmuziek.
Speellijst:
Béla Bartók
- Buiten, BB.89
I. Trommels en fluiten
II. Barcarolla
III. Musettes
IV. Muziek van de nacht
V. De jacht
Florent Boffard (piano) - Pianosonate, BB.88
I. Allegro moderato
II. Sostenuto e pesante
III. Allegro molto
Youri Egorov (piano) - Concert voor piano en orkest nr. 1, BB.91
I. Allegro moderato
II. Andante
III. Allegro molto
Theo Bruins (piano), Residentie Orkest olv Ernest Bour - Kleine pianostukken, BB.90 – deel 1 en 2
Zoltán Kocsis (piano)
