L’Esprit Baroque
do 8 okt 2026 20:00 uur
De barokke geest in al zijn muzikale vormen. In deze uitzending staat de Franse barok centraal. We horen kamermuziekwerken die in de eerste helft van de 18e eeuw zijn gecomponeerd. Daarbij komen enkele instrumenten aan het woord die je niet elke dag hoort en die destijds erg populair waren: de musette, de draailier en de pardessus de viole. Het eerste werk is een sonate voor traverso en basso continuo. Kort na 1700 begon de traverso aan een ware zegetocht in Frankrijk. Tot dan toe was de blokfluit het meest gangbare houten blaasinstrument. Die werd geleidelijk verdrongen door de traverso. Uit de Franse barok is slechts één sonate bekend die specifiek voor de blokfluit bestemd was. De meeste componisten schreven muziek die op verschillende instrumenten gespeeld kon worden, zoals blokfluit, traverso en hobo. Soms werden ook musette en draailier als alternatieven genoemd. Die werden met het platteland geassocieerd en het 'eenvoudige' leven buiten de grote stad werd in de 18e eeuw door de aristocratie en de hogere burgerij geidealiseerd. Aanvankelijk was de muziek voor die instrumenten vrij eenvoudig, maar in de loop van de tijd werden de instrumenten technisch verder ontwikkeld en schreven componisten steeds virtuozere muziek. We horen twee werken voor elk van de twee instrumenten. Ook populair, maar van geheel andere aard, was de pardessus de viole. Die moet niet verward worden met de diskantgamba. De pardessus de viole was een kwart hoger gestemd dan de diskantgamba en had dezelfde tessituur als de viool. Ze werd ook als vervanger voor de viool beschouwd, met name voor dames, zoals Michel Corrette stelt in zijn Méthode pour apprendre facilement à jouer du Pardessus de Viole (1748): "Dames spelen bijvoorbeeld op de pardessus de viole met vijf snaren en zullen nooit viool gaan spelen, omdat ze niet houden van de manier waarop het instrument wordt vastgehouden; bovendien zijn hun handen te klein om het te kunnen hanteren." • Het programma besluit met een triosonate voor twee violen en basso continuo van Jean-Marie Leclair. Dat is een in de barok heel gangbare bezetting, maar dat een Franse componist zich daarvan bediende, was wel opvallend en een bewijs van de groeiende invloed van de Italiaanse stijl, waarin de triosonate haar oorsprong had. Michel Blavet (1700-1768) • 1. Sonate voor traverso en bc in d, op. 2,2 • Gabrielle Rubio, traverso. Lukas Schneider, viola da gamba. Thibaut Roussel, theorbe. Cécile Chartrain, klavecimbel • (cd: "La Traversière – Airs et Songes" – Harmonia mundi HMN 915425, 2026) • Jean-Christophe Naudot (ca 1690-1762) • 2. Fêtes rustiques voor musette, traverso en bc in G, op. 8,6 • Baroque In The North olv. Amanda Babington, musette • (cd: "Friends in High Places" – First Hand Records FHR193, 2026) • Nicolas Chédeville (1705-1782) • 3. Concerto voor draailier, twee violen en bc in G 'L'Automne' • Ensemble Danguy olv. Tobie Miller, draailier • (cd: "Les Saisons Amusantes" – Ricercar RIC 398, 2018) • Joseph Bodin de Boismortier (1689-1755) • 4. Sonate voor twee pardessus de viole in A, op. 63,5 • Dialogue Viols • (cd: "6 Sonatas for 2 Pardessus de viole Op. 63" – First Hand Records FHR159, 2025) • Jean-Marie Leclair (1697-1764) • 5. Triosonate voor twee violen en bc in d, op. 4,3 • Ensemble RosaSolis • (cd: "Six Sonates en trio oeuvre IV" – Musica Ficta MF8018, 2013) • aanvulling: • Joseph Bodin de Boismortier • 6. Uit Suite voor traverso in b, op. 35,5: prélude • Gabrielle Rubio, traverso • (cd: zie 1) • Afbeelding: draailier (Frankrijk, 18e eeuw) (www.metmuseum.org)