Zwerven door de Romantiek
za 19 sep 2026 11:00 uur
In dit programma klinkt koormuziek van drie componisten, twee Duitsers en één Oostenrijker. De negentiende eeuw was de eeuw van het koor. Overal in Europa werden koren opgericht, klein en groot, en meestal bestaande uit amateurs. Verschillende componisten waren zelf werkzaam als koordirigent, zoals Robert Schumann en Johannes Brahms. Ze schreven zelf ook werken voor koor. In dit programma horen we koorwerken van drie minder bekende componisten. De eerste is Moritz Hauptmann (1792-1868), die in Dresden werd geboren en carrière maakte als violist, na een studie bij Louis Spohr. Daarnaast bouwde hij een reputatie op als componist en theoreticus. In 1842 werd hij benoemd tot Thomaskantor in Leipzig. Deze positie bekleedde hij tot aan zijn dood. Hij was in 1850 één van de oprichters van de Bach-Gesellschaft, die een complete uitgave van het oeuvre van Bach nastreefde. Hauptmann redigeerde de eerste drie banden van die uitgave. Het grootste deel van zijn oeuvre bestaat uit motetten en sacrale liederen. Voor de liederen die we gaan horen, maakte hij gebruik van teksten van o.a. Goethe. De tweede componist is Peter Cornelius (1824-1875), die in Mainz geboren werd en, behalve als componist, ook actief was als acteur, muziekcriticus en dichter. In Weimar behoorde hij tot de zogenaamde Lisztkring. Liszt was het ook die de première van zijn opera Der Barbier von Bagdad dirigeerde. Later, in Wenen, raakte hij bevriend met Brahms en Wagner. Zijn nu nog bekendste werk is Die Könige, uit de Weihnachtslieder op. 8, dat in de advents- en kersttijd overal ter wereld gezongen wordt, meestal in een Engelse vertaling. We horen o.a. Liebe op. 18, een cyclus van drie liederen. De teksten van de volgende liederen stammen van o.a. Goethe, Heine, Uhland en Rückert. De derde en laatste componist in dit programma is Heinrich von Herzogenberg (1843-1900). Hij werd in Graz in Oostenrijk geboren als telg van een van oorsprong Frans adellijk geslacht. De studie van de werken van Bach leidde ertoe dat hij grote waardering kreeg voor de klassieke traditie en een bewonderaar van Brahms werd. In 1872 vestigde hij zich in Leipzig, waar hij met Philipp Spitta de Bach-Verein oprichtte. In 1885 werd hij docent compositie in Berlijn. Voor de Sechs Lieder op. 10 maakte Von Herzogenberg, naast enkele volksliederen, gebruik van teksten van Goethe, Mörike, Uhland en Eichendorff • Moritz Hauptmann (1792-1868) • 1. Im Sommer, op. 25,1 (Jacobi) • 2. Wandrers Nachtlied, op. 25,2 (Goethe) • 3. Mailied, op. 25,3 (Goethe) • 4. Frühzeitiger Frühling, op. 25,5 (Goethe) • 5. Frühlingsliebe, op. 32,3 (Keil) • 6. Der Lärchenbaum, op. 47,3 (Pools volkslied) • Bach-Chor Hagen olv. Franz-Leo Matzerath • (cd: "Chormusik der frühen Romantik" – Ars Produktion FCD 368 353, 1995) • Peter Cornelius (1824-1874) • 7. Liebe op. 18 (Silesius) • (Liebe, dir ergeb' ich mich; Ich will dich lieben, meine Krone!; Thron der Liebe, Stern der Güte!) • 8. So weich und warm (Heyse) • 9. Trost in Tränen, op. 14 (Goethe) • 10. Die Vätergruft op. 19 (Uhland) • 11. An den Sturmwind, op. 11,2 (Rückert) • 12. Der Tod, das ist die kühle Nacht, op. 11,1 (Heine) • 13. Die drei Frühlingstage, op. 11,3 (Rückert) • Andreas Lust, tenor. Carl-Heinz Müller, bariton. Norddeutscher Figuralchor olv. Jörg Straube • (cd: "Chorwerke" – Thorofon CTH 2033) • Heinrich von Herzogenberg (1843-1900) • 14. Sechs Lieder op. 10 • Frühling: Er ist's (Mörike) • Entlaubet ist der Walde (Volkslied) • Hüt Du Dich (Volkslied) • Nachtgesang (Goethe) • Der Kehraus (Eichendorff) • Frühlingsglaube (Uhland) • Rheinische Kantorei olv. Hermann Max • (cd: "An Mutter Natur – Works for Mixed Choir a cappella" – CPO 777 728-2) • aanvulling: • Johannes Brahms (1833-1897) • 15. Intermezzo in a, op. 118,1 • Gwendolyn Mok, fortepiano [Érard, 1868] • (cd: "Late Piano Works, Opp. 116-119" – MSR Classics MSR 1420, 2013) • Afbeelding: Peter Cornelius (Hyperion Records)