Zwerven door de Renaissance
za 22 aug 2026 11:00 uur
Dit programma is gewijd aan madrigalen van Andrea Gabrieli en Claudio Monteverdi, voorzien van een spirituele tekst. In de tweede helft van de zestiende en de eerste decennia van de zeventiende eeuw was het madrigaal de belangrijkste vorm van wereldlijke vocale muziek. Honderden verzamelingen met madrigalen rolden van de pers. Ze vonden grote weerklank, vooral onder de aristocratie. Voor uitvoering aan aristocratische hoven waren madrigalen in de eerste plaats bedoeld. Maar ook onder geestelijken, zoals de monniken in de vele kloosters, vonden ze weerklank. Daarbij was het probleem dat veel teksten moreel niet of nauwelijks door de beugel konden. Daarvoor bestond een oplossing: het contrafact. Bij een contrafact wordt een bestaand werk van een nieuwe tekst voorzien. Dat was een heel gebruikelijk procedé in de renaissance en later ook in de barok. Een bekend passielied, O Haupt voll Blut und Wunden, werd in eerste instantie gebruikt voor een liefdeslied. Bach paste het concept van het contrafact toe, toen hij wereldlijke cantates van sacrale teksten voorzag. Het is onwaarschijnlijk dat de componisten van madrigalen met deze praktijk problemen hadden. Het leidde tot grotere bekendheid van hun muziek. Claudio Monteverdi paste het procedé zelf ook toe: zijn Lamento d'Arianna voorzag hij later van een spirituele tekst; dat werk is bekend geworden als de Pianto della Madonna. We horen zeven madrigalen van Andrea Gabrieli, die stammen uit verzamelingen samengesteld door Simone Molinari respectievelijk Girolamo Cavaglieri. Of zij ook de bewerkers zijn, is niet bekend. De bekendste bewerker van madrigalen was Aquilino Coppini, een literator en musicus. Hij concentreerde zich vooral op het oeuvre van Monteverdi. Bij zijn aanpassingen ging hij zorgvuldig te werk. "In plaats van de oorspronkelijke tekst simpelweg te vervangen door een liturgische, 'spiritualiseerde' hij deze door middel van een zorgvuldige vertaling die, als een oefening in retorische vaardigheid, de fonemen, accenten en ritmes van de wereldlijke tekst reproduceert", zo schrijft een commentator. Coppini koos de madrigalen hoofdzakelijk uit het derde, vierde en vijfde boek van Monteverdi. In de onderstaande lijst staan de titels van de madrigalen tussen ronde haken. Andrea Gabrieli (1533-1585) • 1 [Bonum est, et suave] (Sonno diletto e care) • 2 [Lucia sponsa Christi] (La bella pargoletta) • 3 [Ego flos campi] (Se vuoi ch'io muoia) • 4 [In tribulatione Dominum] (Dolcissimo ben mio) • 5 [Veni o Jesu] (Vieni Flora gentil) • 6 [Iesu dulcissime] (Aminta mio gnetil) • 7 [Surge formosa mea] Caro dolce ben mio) • Claudio Monteverdi (1567-1643) • 8 [Domine Deus] (Anima mia perdona, SV 80.1) • 9 [O gloriose martyr] (Che se tu se'l cor mio, SV 80.2) • 10 [Iesu dum te] (Cor mio, mentre vi miro, SV 76) • 11 [Plagas tuas] (La piaga c'ho nel cuore, SV 82) • 12 [Rutilante in nocte] (Io mi son giovinetta, SV 86) • 13 [Plorat amare] (Piagn'e sospira, SV 93) • 14 [Anima miseranda] (Anima dolorosa, SV 90) • 15 [Qui laudes] (Quell'augellin che canta, SV 87) • 16 [Anima quam dilexi] (Anima del cor mio, SV 91) • 17 [Tu Iesu Christe] (Ecco piegando, SV 97.4) • 18 [Pulchrae sunt] (Ferir quel petto, SV 97.5) • 19 [Gloria tua] (T'amo mia vita, SV 104) • I Cantori di San Marco olv. Marco Gemmani • (cd: "Andrea Gabrieli, Claudio Monteverdi – Madrigali accomodati per concerti spirituali" – Tactus TC 530002, 2012) • aanvulling: • Giacomo Gorzanis (ca 1525-na 1574) • 20 Fantasia III • Michele Carreca, luit • (cd: "Solo Lute Music" – deutsche harmonia mundi 88985374332, 2017) • Afbeelding: titelpagina van Coppini's verzameling van contrafacta uit 1607 (http://new.massimoberzolla.it)