Thema | Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
logo
Search for:
spinner

Thema

ma 12 sep 2011 20:00 uur
Componisten/uitvoerenden: Dmitri Sjostakovitsj | Fay Lovsky

Oorgetuige #38: De Grote Waterscheiding. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw. De 38ste aflevering is gewijd aan De Grote Waterscheiding, zoals Stalin het jaar 1929 doopte na de festiviteiten rond zijn vijftigste verjaardag. Met het eerste Vijfjarenplan, dat Lenins NEP verving, begon dat jaar de Collectivisering (“een etnische catastrofe”, schreef Solzjenitsyn), die gepaard ging met massale schiftingen van Oud en Nieuw Leven, en leven in het algemeen.

Violisten Julian Rachlin en Janine Jansen en pianist Itamar Golan spelen Vijf stukken voor 2 violen en piano van Dmitri Sjostakovitsj in een arrangement van zijn levenslange muziekvriend Levon Atovmjan, die talloze orkestwerken voor kleine bezetting bewerkte. Sjostakovitsj was in deze tijd vooral druk bezig met film- en toneelmuziek, terwijl hij op de achtergrond werkte aan zijn tweede en grootste opera, Lady Macbeth van het District Mtsensk, die hij opdroeg aan de vrouw met wie hij in 1932 trouwde, Nina Varsar.
In de zomer van 1930 verbleef hij in Odessa, waar hij toevallig kennismaakte met de beroemde cabaretier en jazzmusicus Leonid Oetjósov, een clown, acrobaat, stuntman, violist, gitarist, zanger, leider van ‘Tea-Jazz’ (van theater) maar vooral bekend als een van de eerste grote Sovjet-filmsterren. Zij lunchten dagelijks samen en tussen de twee ontstond al snel een hechte vriendschap.
In 1930 opende Oetjosov met zijn ensemble de nieuwe music-hall van Leningrad met een show van Isaak Doenajévski. Zij nodigden Sjostakovitsj uit een werk te componeren voor het volgende seizoen. Dit resulteerde in de circusrevue ‘Voorwaardelijk Vermoord’, die in oktober 1931 in première ging met Isaak Doenajevski als dirigent en naast Oetjosov met ensemble ook sterren als Claudia Sjoelzjénko en circushond Alpha op de planken. Sjostakovitsj zou later ook voor Sjoelzjenko twee liederen componeren. Het werk had bij het publiek veel succes, maar werd als een verwerpelijke combinatie van agitprop en satire de grond in geschreven en raakte tijdens de oorlog volledig in het ongerede. De reconstructie en orkestratie zijn van Gerard McBurney. In volgende uitzendingen meer met en van Doenajevski en Oetjosov.
Bij Sjostakovitsj’ filmmuziek uit deze tijd zat ook het serieuzere sovjetwerk, zoals ‘Het Tegenplan’ van Friedrich Ermler en Sergej Jóetkevitsj: een verheerlijking van de nieuwe mens en de schoonheid van de machines, die de doelstellingen van het Vijfjarenplan fluitend realiseren. De film ging in november 1932 in première. De orkestsuite besluit met het Lied van het Tegenplan, dat razend populair werd in een bombastische orkestbezetting met koor.
Odna8Eerder componeerde Sjostakovitsj de filmmuziek bij ‘Alleen’ van Kozintsev en Trauberg, het verhaal van een onderwijzeres die met tegenzin het Altai-gebergte in wordt gestuurd om de bergbewoners te alfabetiseren en sovjet-zegeningen bij te brengen. Odna7Oorspronkelijk lieten zij haar doodvriezen tot ze zelfmoord pleegt, maar in het nieuwe arbeidersparadijs redden ze haar uiteindelijk en ziet zij de diepere zin van haar werk. Fay Lovsky onderstreept de opkomende sneeuwstorm met haar theremin.
De componist worstelde duidelijk met de wil om het nieuwe bewind tegemoet te komen, maar tegelijk de eigen integriteit te behouden. Bovendien wilde hij de spannende experimenten uit Nieuw Babylon, Alleen en de Wandluis graag eens op de symfonische vorm loslaten. Was de Tweede Symfonie in 1927 nog een staatsopdracht bij het jubileum van de Oktoberrevolutie, de Derde Symfonie, ‘De Eerste Mei’, componeerde hij in 1929 uit eigen beweging. Met dit werk wilde hij “de algemene stemming van het feest van internationale solidariteit van het proletariaat tot uitdrukking brengen”. Het is aan de goede verstaander om tussen conformisme en sarcasme te beslissen, maar de Derde viel zeer verschillend en werd weinig gespeeld. Aleksandr Gauk bracht het werk op 21 januari 1930 in première, en dat was in elk geval een maand te laat voor Stalins verjaardag.
Tot besluit twee andere zangeressen met wie u in de vorige uitzending kon kennismaken. Lidia Roeslanova zingt ‘Betoverende ogen’ en Isabella Joerjeva sluit af met ‘Witte Nacht’, beide uit 1931.
Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975)
1. Vijf stukken voor 2 violen en piano, arr. Levon Atovmjan (1901-1973): Prelude (uit: ‘De horzel’, 1955), Gavotte en Elegie (uit: ‘De menselijke komedie’, 1934), Wals (org. onbekend), Polka (uit: ‘De heldere beek’, 1935).
Julian Rachlin en Janine Jansen, viool, Itamar Golan, piano.
Onyx 4026.
2. Voorwaardelijk vermoord (Oeslovno Oebity), opus 31a (1930) orkestsuite uit de muziek bij de circusrevue van Vsevolod Vojevodin en Jevgeni Riss. Reconstructie en orkestratie Gerard McBurney.
Akte 1/Deel 1: transport naar veldhospitaal, galop, transport naar het veld, het veld (landschap); Akte 2: Introductie, Petroesjka, Storm, Aankomst van de vrachtwagen, dans, transport naar de keuken, Serveersters; Akte 3: Paradijs 1: vlucht van de cherubijnen, Paradijs 2: Vlucht van de engelen, Adagio, Bacchanalia van Ivan van Kronstadt en Paraskeva Pjatnitsa, Wals, Het Nummer van aartsengel Gabriël, Akte 1/Deel 2: Polka, Mars, Rivierbedding, Mars van de Voorlopige Winnaars.
City of Birmingham Symphony Orchestra olv. Mark Elder.
CALA CACD 1020.
3. Delen uit de orkestsuite uit de muziek bij ‘Het Tegenplan’, opus 32 (1933), een film van Friedrich Ermler (1898-1967) en Sergej Joetkevitsj (1904-1985):
a) Presto, b) Andante, c) Lied van het tegenplan, ‘De koele morgen tegemoet’.
Koninklijk Concertgebouworkest olv. Ricardo Chailly. DECCA 460 792-2.
4. Orkestsuite uit de muziek bij ‘Alleen’, opus 26 (1930), een film van Grigori Kozintsev (1905-1973) en Leonid Trauberg (1902-1990):
a) Mars, de straat, b) Galop, c) Draaiorgel, d) Mars, e) Altaï, f) In Koezmina’s hut, g) Schoolkinderen, h) Storm: storm breekt uit (Fay Lovsky, theremin), i) Storm: sneeuwstorm, j) Storm: storm gaat liggen.
Koninklijk Concertgebouworkest olv. Ricardo Chailly. DECCA 460 792-2.
5. Symfonie nr. 3 in Es, opus 20, ‘De Eerste Mei’ (1929), met slotkoor op teksten van Semjon Kirsanov.
Koor van de Russische Republiek olv. Aleksandr Joerlov en Moskous Filharmonisch Orkest olv. Kirill Kondrasjin.
Melodyia Aulos AMC2-043-1-10.
6. ‘Betoverende ogen’ (Otsjarovateljnyje glazki), I. Kondratjev (muziek en lyrics). Lidija Roeslanova en het Sextet N. Nekrasov.
7. ‘Witte Nacht’ (Belaja Notsj), tekst B. Timofejev. Isabelle Joerjeva.
Mezjdoenarodnaja Kniga Moezyka MKM 210.

Samenstelling:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan