Zeven kamers vol met rommel. Richard Rijnvos haalt er de grootste inspiratie uit.
De Duitse conceptuele kunstenaar Joseph Beuys (1921-1986) maakte zijn hele werkzame leven wonderlijke installaties van doodgewone voorwerpen. Hij combineerde bijvoorbeeld een telefoon met een kluit aarde en een stoel met een klomp vet. Toen deze werken tegen het einde van zijn leven in het Hessisches Landesmuseum in Darmstadt werden tentoongesteld, kon het niet anders of de expositie werd zelf ook weer een kunstwerk. Zo ontstond Block Beuys, een onlogische maar kunstzinnige opstelling van Beuys’ merkwaardige kunst.
Componist en percussionist Richard Rijnvos was in 1990 in Darmstadt voor een compositieopdracht. In zijn vrije uren bezocht hij het museum en hij raakte meteen gegrepen. Uiteindelijk begon Rijnvos in 1995 aan een ambitieus compositieproject waarin de hele installatie in muziek zou worden gevat. De compositie bestaat uit vier delen, waarin respectievelijk kamers 1, 2, 3 en 4 t/m 7 centraal staan. In lijn met de wisselende aard van de installatie staan om beurten de geluidsband, het slagwerk, de strijkers dan wel de blazers centraal, en is er een glijdende schaal tussen orde en wanorde.