Componisten/uitvoerenden: Albert van Veenendaal | Dick Visser | Gijs Levelt | Sinta Wullur | Timuçin Sahin | Tobias Klein
Opnametechniek: Sabrina ter Horst
Bescheiden muziek op de grens van wereld en hedendaags.
Hedendaagse muziek heeft nadelen en voordelen. Het nadeel is vooral dat er weinig mensen in de zaal zitten. De voordelen zijn talrijk. Zo kun je kiezen uit een zee aan verschillende stijlen, en werken met levende componisten.
Het trio To be Sung, bestaande uit sopraan Elisa Roep, klarinettiste Fie Schouten en celliste Eva van de Poll, kiest voor een brug naar de wereldmuziek. ‘De’ wereldmuziek? Nou ja, naar niet-westerse muzieksoorten van divers pluimage. Het gaat om componisten die in hun werk de twee soorten muziek welbewust vermengen – soms tot het punt dat je niet meer kunt bepalen of het nu westerse muziek met Aziatische invloeden of andersom is.
Al direct in het begin horen we Haiku, een werk van Dick Visser. In vier korte stukjes worden op zijn Japans de vier seizoenen bezongen. Later in het programma horen we Sinta Wullur, de Indonesisch-Nederlandse modernisator van de gamelan. Zij schreef al veel stukken waarin een chromatische, westers gestemde gamelan de esthetiek van de moderne muziek op zich neemt. Hier horen we Wullurs versie van drie Indonesische volksliederen. Verder is er ook muziek van Timuçin Şahin een Turkse jazzgitarist. In Elif’e Mektuplar ligt de nadruk op dat eerste.
Alle stukken hebben één ding gemeen: ze zijn bescheiden van omvang. Sowieso zijn ze door de kleine bezetting aan grenzen in het geluid gebonden, en over het algemeen duren de stukken ook geen uren.