Componisten/uitvoerenden: Claudio Monteverdi | Girolamo Frescobaldi
Opnametechniek: Marcel Reijnen
Het madrigaal tussen oud en nieuw.
Claudio Monteverdi (1567-1643) was zonder meer de grootste componist van zijn tijd. Die eer dankt hij beslist deels aan zijn veelzijdigheid en flexibiliteit, want tijdens zijn lange leven veranderde de mode radicaal. Toen Monteverdi muziek leerde schrijven was het allemaal nog polyfonie wat de klok sloeg: een bouwsel van meerdere stemmen die samen in een intricaat geheel opgingen. Maar de mensen waren dat een beetje beu geworden. Je kon geen woord van de tekst verstaan, en expressie was ver te zoeken. Rond 1600 werd het dus allemaal monodisch: één zangstem met muzikale begeleiding. Een nieuwe stijlperiode was begonnen: de barok.
Monteverdi begreep dadelijk dat hij op de wagen moest springen om relevant te blijven. En het lukte hem wonderwel. Zodoende zijn zijn madrigalen in twee fases te verdelen: de eerste drie boeken bestaan uit polyfone madrigalen die je onbegeleid kunt uitvoeren, de laatste vijf bestaan uit één of twee zangstemmen met een akkoordinstrument naar keuze.
In dit concert, gehouden in het Betuwse kasteel Ophemert, horen we Monteverdi-madrigalen uit beide fases. Hiervoor tekent ensemble Nuove Musiche. Ook horen we werk voor klavecimbel solo van Monteverdi’s tijdgenoot Frescobaldi. Want ook dat was een teken aan de want: in de barok zou instrumentale muziek veel belangrijker worden.