‘Les Folies Françoises’ noemt dit orkest zich. Niettemin nemen de musici de ernstige muziek van Bach op.
Weinig barokcomponisten zijn zo serieus als Bach. Er is bovendien ook niets Duits aan hem. Hoewel… als hij een suite schrijft, leeft Bach zich toch wel uit in de Franse stijl. Een ouverture en een heel rijtje hofdansen – dat klinkt Frans en dat is ook Frans. Des te ironischer lijkt het dat Béatrice Martin hier een Engelse suite speelt, maar dat is maar schijn: die bijnaam is er volgens een ingewikkelde omweg op geplakt en heeft niets met de muziek zelf te maken.
Behalve deze suite spelen de musici nog twee werken waarin het klavecimbel een hoofdrol speelt. Het Klavecimbelconcert nr. 1 spreekt voor zichzelf. Zoals alle klavecimbelconcerten van Bach moet dit een arrangement van een ouder werk zijn, maar in dit geval is er geen origineel bewaard gebleven. Op stilistische gronden denken musicologen aan een vioolconcert van Bach zelf.
Het Brandenburgs concert nr. 5 is officieel voor heel veel verschillende instrumenten. Normaal heeft het klavecimbel dan een rol op de achtergrond: de klavecinist speelt alleen een baslijn met akkoorden. Maar hier dan! Net wanneer je het het minste verwacht komt het klavecimbel met een enorme solo – een complete toccata die de conventionele concertvorm compleet openbreekt! Wat wilde Bach met die ongewone ingreep? Was het gewoon een moment van briljante inspiratie en niets anders? Was het stuk theologisch gemotiveerd en wilde Bach laten zien hoe weinig het Opperwezen gaf om aardse hiërarchieën? Of was Bach gewoon net mens, en wilde hij zichzelf ook eens wat meer te doen geven dan altijd maar akkoorden spelen? Wie zal het zeggen…