Opnametechniek: Geert de Vos
Russische muziek, wat is dat? Net zo min als Duitse of Italiaanse muziek kun je alle muziek uit Rusland onder één hoedje vangen.
In de negentiende eeuw stond Russische muziek vooral voor warmbloedig. Tsjaikovski’s Trois souvenirs d’un lieu cher zijn daar misschien niet het duidelijkste voorbeeld van, maar zelfs in dit ilchte, salonachtige stuk geeft hij net iets meer dan zijn westerse collega’s.
Bij de vroege Stravinski is Russische muziek vooral buitenissig, ongepolijst en vol verwijzingen naar (echte en valse) folklore. Natuurlijk denken we aan zijn grote balletten, maar zijn Chant russe wijst, met een fractie van de bezetting, dezelfde kant op.
Na 1920 liet Stravinski zijn Russische wortels voor wat ze waren en ging hij de neoklassieke kant op. Ook Prokovjev, die rond de Revolutie opkwam als componist, omarmde het neoclassicisme, maar bij hem is de Russische wildheid zelden ver weg. Zijn composities hebben vaak een klassieke opbouw, maar de inhoud is minder beheerst…
Alfred Schnittke kwam na de oorlog op en werd in de nadagen van de Sovjet-Unie – de tijd waarin dit concert gegeven werd – wereldberoemd. Hij werd groot in de schaduw van Sjostakovitsj, die het neoclassicisme in een soms bittere ironie transformeerde. Schnittke gaat nog wat verder op die weg: hij zet verschillende stijlen provocatief naast elkaar, onbeholpen bijna. Het is muziek over muziek: de componist wil commentaar geven. Hier geeft hij commentaar op Paganini. Is de muziek van deze componerende vioolvirtuoos gevoelig en eerlijk, of is het vooral een lege huls om te laten zien wat de violist allemaal kan?