Hoe beluister je een momentopname? Die filosofische vraag vormt het vertrekpunt van Dario Calderone’s terugkeer naar De Link.
De contrabassist en componist — een muzikale onderzoeker pur sang, gevormd door samenwerkingen met geestverwante denkers als Annea Lockwood, Bernhard Lang en Salvatore Sciarrino — benadert luisteren niet als een handeling maar als een toestand. Een vibrerende ruimte waarin verleden, heden en mogelijke toekomsten tegelijk aanwezig zijn. “Als we diep kijken naar dit precieze moment, ” schrijft hij over 108 Days, “kunnen we dan luisteren naar alle dimensies die het bevat?” Vanavond ontvouwt hij drie eigen composities die elk een andere lens op dat luisteren richten.
Aurale (2017) begint waar de muzikale traditie vaak eindigt: bij het publiek. Niet als massa, maar als levende aanwezigheid. Ademhaling, aandacht, rust of onrust — alles stroomt rechtstreeks het verloop van de muziek binnen. De compositie wordt zo een gedeelde, instabiele ruimte waarin uitvoerder en luisteraar elkaar beïnvloeden zonder het soms te merken.
In Kaleidoscopio (2019) verschuift de focus naar de interne anatomie van klank. Calderone nodigt het publiek uit om zich telkens op één parameter te richten — kleur, textuur, resonantie — waardoor microbewegingen hoorbaar worden die anders in de schaduw blijven. Het is muziek die niet zozeer vooruitgaat maar vooral uitdijt: een langzaam draaiende lens waarin elke nuance even belangrijk wordt als een melodie. 108 Days (2024) vormt het tegenbeeld: een werk waarin de wereld juist van buiten naar binnen stroomt. Drie maanden lang maakte Calderone elke dag een veldopname. De opeenstapeling van die momenten — telkens hetzelfde, telkens anders — creëert een gelaagde auditieve tijdscapsule. De lineaire tijd valt uiteen; wat ontstaat is een vorm van “quantum listening” , waarin herinnering en verwachting elkaar voortdurend kruisen.
Als epiloog klinkt een solowerk van Giacinto Scelsi, een componist die met vergelijkbare volharding de kern van klank opzocht. Zijn herinterpretatie van een traditionele Hindostaanse melodie is geen normale uitvoering maar eerder een transformatie: een gebed dat steeds opnieuw door de klank wordt herschreven. In de combinatie van Scelsi en Calderone ontstaat zo een bijna rituele concentratie, waarin luisteren niet passief is maar actief, vormgevend, wederkerig.
Dit concert is kortom geen reeks stukken, maar een gedeeld experiment: een uitnodiging om het luisteren open te trekken, om te horen wat er al is, wat er geweest is, en wat zich misschien nog niet heeft laten horen. In de woorden van Calderone zelf: hoeveel kunnen we meenemen in één moment van aandacht?