Bach schreef een handvol wereldlijke cantates. Deze twee zijn de bekendste.
Dat Bach een hoop kerkelijke cantates heeft geschreven weten we. Het zijn er tweehonderd en allemaal zijn ze goed. Hoe hoog de werkdruk ook was, voor het Opperwezen maakte Bach zich er nooit met een routineklusje vanaf. Deze combinatie van productiviteit en perfectionisme is een belangrijke reden waarom we Bach als grootheid vereren.
Naast al die jaargangen geestelijk werk heeft Bach ook wereldlijke cantates geschreven. Het leeuwendeel daarvan is bedoeld om machthebbers stroop om de mond te smeren: om hun verjaardag te eren, hun bruiloften te vieren, hun heldendaden te bezingen en hun dood te bewenen. Twee cantates vormen een belangrijke uitzondering: “Schweigt stille, plaudert nicht” BWV 211 en “Mer hahn en neue Oberkeet” BWV 212, beter bekend als de Koffiecantate en de Boerencantate.
In de Koffiecantate, die rond 1734 geschreven werd, horen we een boze oude man. Zijn dochter is een kind van de achttiende eeuw: zij zou het liefst de hele dag wel koffiedrinken. Daar moet vader natuurlijk niets van hebben. Deze rijk opgezette klucht werd opgevoerd in het Leipziger Café Zimmermann. Net als bij de geestelijke cantates en oratoria kwam de tekst van Picander, die hier een stuk meer ruimte heeft dan in de gebruikelijke orthodoxe rijmelarijen.
De Boerencantate uit 1742 werd naar aanleiding van een adellijke verjaardag geschreven. De tekst in Saksisch dialect, ook al van Picander, speelt op een boerenfeest. Er is een nieuwe ambachtsheer, die het begin van zijn termijn viert met gratis bier. Een boer en een boerin spreken over zaken die hen bezighouden – en daar is veel seks en alcohol bij.
Overigens is de uitvoering van beide cantates in handen van Cappella Capuccino. Iets zegt ons dat dit een gelegenheidsensemble is…