En op die eerste avond komen er al flinke kanonnen!
Geïmproviseerde muziek, dat kennen we in Nederland heel goed. Vooral in Amsterdam is er al jaren een bloeiende scene van muzikanten die de grens van jazz en hedendaags verkennen met spontane muziek van wisselende aard. Ook in Amerika heb je zoiets dergelijks: third stream.
Het Contempory Improvised Music Festival is helemaal aan dit soort muziek gewijd en pakt al meteen uit met twee kanonnen. Of eigenlijk drie, of vier. Vóór de pauze horen we Misha Mengelberg – een grote voortrekker uit de Amsterdamse scene, samen met de Amerikaanse componist Frederic Rzewski. Ooit een leerling van Stockhausen, daarna een componist van toegankelijke, maar niet oninteressante muziek en ook als improvisator staat hij zijn mannetje. De twee giganten spelen nu quatre-mains, en Ab Baars hanteert er de saxofoon bij.
Na de pauze speelt Rzewski alleen. Hij speelt Composition nr. 171 van Anthony Braxton (de vierde grootheid op het programma). Zeiden wij ‘compositie’? Maar het was toch een avond voor improvisatie? Jazeker, maar het werk van Braxton biedt daar ook alle ruimte toe. Vaak noteert hij zijn werk in grafische partituren of geeft hij tekstuele aanwijzingen waar de muzikanten vele kanten mee op kunnen. Dat is Rzewski wel toevertrouwd.