Hendrik Andriessen is zoveel meer dan ‘de vader van’. In zijn Veertien stonden horen we andermaal waarom deze componist jaren aan de top stond.
De naam Andriessen doet in het huidige muzieklandschap vooral het belletje rinkelen van Louis Andriessen, componist van hoekige Euro-minimal en aartsvader van de Haagse School waar Nederland zo beroemd mee is geworden. Maar er was ook Henk Andriessen (1892-1981) en inderdaad, dat was zijn vader. Vooral in de jaren dertig was hij bijzonder populair als componist van ingetogen neoklassieke muziek. Zijn Variaties en fuga op een thema van Kuhnau voor strijkorkest werden wereldberoemd, in elk geval in de strijkerswereld.
Na de oorlog werd zijn muziek binnen een paar jaar hopeloos ouderwets. Een generatie van radicale vernieuwers stond op, en voor hen was dit soort muziek volkomen irrelevant. Pas in de jaren tachtig maakte de muziek van de jaren dertig een bescheiden renaissance door. Tegenwoordig is het vooral een kwestie van voorkeur: wie houdt van strak en ingetogen speelt graag nog Hendrik en zijn tijdgenoten.
We horen hier een religieus werk van Hendrik Andriessen. De 14 stonden gaat over de katholieke kruisweg, de lijdensweg van Jezus . Elke statie wordt drie keer belicht: één keer door het orgel, één keer door het koor en nog een keer door een declamator, die de tekst rechttoe rechtaan voordraagt. De muziek van Andriessen sr. is een kolfje naar de hand van organist Wouter van Bellen, en lijkt ook het Erasmus Kamerkoor op het lijf geschreven.