Genre: Neoclassicisme
Componisten/uitvoerenden: Béla Bartók | Darius Milhaud | Hendrik Andriessen | Olivier Messiaen | Paul Hindemith
Opnametechniek: Wijnand de Groot
We zeiden het al in de Verkenning: de jaren dertig waren een tijd van muzikale bezinning. Ook in de Herkenning wordt dit gegeven weer tot klinken gebracht.
Na het bacchanaal van de Roaring Twenties kreeg de wereld behoefte aan orde en regelmaat. Soms in perverse vorm, zoals bij het fascisme en het communisme. Maar ook bij componisten in de vrije wereld verstomde de zucht tot provocatie en confrontatie. Stekelige dissonanten maakten plaats voor klare lijnen, chaos voor soberheid. Muziek moest wel hoorbaar modern zijn, maar niet ondoordringbaar.
Hendrik Andriessen, overigens de vader van Louis, is bij uitstek een exponent van de nieuwe stijl. De muziek houdt zich aan klassieke vormen en schiet alleen gecontroleerd een andere kant op. Ook Darius Milhaud en Paul Hindemith binden in deze jaren duidelijk in. Béla Bartók is er wat later mee, maar ook hij keert tegen het eind van het decennium terug naar een iets minder complex idioom. Olivier Messiaen valt hier een beetje buiten. Contemplatie en devotie zijn wel woorden die bij hem passen, neoklassieke soberheid bepaald niet. Voor Messiaen was de muziek van zijn tijdgenoten onnoemelijk reactionair en al te simpel. Zijn muziek is complex, dissonant, bijna atonaal maar altijd vol van geloof.