De luit heeft zijn wortels in Arabië. Daarom mag de oed hier niet ontbreken.
Op het Internationaal Luitfestival klinkt een hoop Europese luitmuziek uit renaissance en barok. Er is echter ook aandacht voor uitheemse luiten. Na de Japanse satsuma biwa is de beurt nu aan de Arabische oed.
Eigenlijk kun je om dit instrument ook niet heen op een luitfestival. “Onze” luit is er namelijk van afgeleid – en dat is ook duidelijk te zien. De vorm, de houtsoort, zelfs de arabesken in het klankgat – alles laat de relatie zien. Het belangrijkste verschil is dat de westerse luit fretten heeft, die bij het Arabische instrument ontbreken.
Driss El Maloumi uit Marokko laat ons een uitgebreide selectie horen uit de oedmuziek van zijn vaderland. Een land waar Arabische en Berberse culturen elkaar ontmoeten, waar geestelijke en wereldlijke leiders altijd een machtsstrijd voerden en waar boeren en edelen elk op hun eigen manier de muziek omarmden. Er zijn wiegeliederen in het Berbers (Tamazight), Andalusische dichtwerken, stukken uit het Midden-Oosten en een eigen compositie van El-Maloumi. Hierbij zorgt hij, door met zijn linkerhand te tokkelen en met zijn rechterhand te kloppen, zelf voor de slagwerkbegeleiding. Elders doet Lahoucine Baqir dit voor hem: hij bespeelt de daf, een oosterse tamboerijn.