Ensemble Sarada komt uit Vlaanderen. En wat kan een Vlaams gezelschap beter meebrengen dan echte Vlaamse polyfonie?
In Vlaanderen heerst een oudemuziekcultuur die beslist niet onderdoet voor de Nederlandse. En anders dan Nederland heeft Vlaanderen ook een eigen muziektraditie die de canon heeft gehaald. Waar wij het met Sweelinck moeten doen (niet gek, maar hij is zo eenzaam), hebben de Vlamingen bijna twee eeuwen lang tot in Italiƫ bepaald wat er voor muziek klonk.
Alexander Agricola (1446-1506) is van de Tweede Nederlandse School. Hij is daarmee een tijd- en stijlgenoot van Ockeghem. In hun jaren, de late vijftiende eeuw, werd de muziek hand over hand complexer en wilden componisten vooral laten zien hoe handig ze wel niet waren. Maar bij Agricola zie je langzaam een kentering. Hij is toch niet te beroerd om af en toe met een herhaling het publiek iets herkenbaars te geven, en naarmate de tijd vordert wordt zijn stijl iets soberder en helderder. Daarmee loopt hij vooruit op de Derde Nederlandse School, waarin het allemaal wat rechtlijniger en op de menselijke maat mag.
In dit concert klinken motetten als Regina coeli, maar ook diverse Franstalige gezangen of chansons. En, niet onbelangrijk, Latijnstalige wereldlijke teksten. Want in de kerk kun je niet aankomen met Arce sedet Bacchus, dat is heidense godslastering. Dit is kroegmuziek, bedoeld voor geleerde feestvierders. Met andere woorden: studentenliederen!