Genres: Barok | Classicisme | Piano | Romantiek
Componisten/uitvoerenden: Johann Sebastian Bach | Johannes Brahms | Ludwig van Beethoven
De Zweedse pianiste Inger Södergren komt naar Nederland. En ze loodst ons in een beknopt concert door drie tijdperken.
Bach, Beethoven en Brahms, dat zijn zoals bekend de drie B’s. Daar is wel iets op af te dingen (met name Brahms is niet ondubbelzinnig lid van de top 3), maar geen mens hoeft zich te schamen voor deze drie componisten op zijn lessenaar.
Eén ding hebben deze drie werken gemeen: ze stammen alle drie uit de rijpere periode van de componist. Bachs zes partita’s voor klavier, waarvan hier de eerste klinkt, verschenen in 1731 als het eerste deel van de Clavier-Übung. Bach had al veel eerder in zijn carrière klaviermuziek geschreven, maar zijn werk als muziekleraar – niet in de laatste plaats voor zijn eigen vrouw en kinderen – betekende een nieuwe start. Nu bekeek hij muziek ineens door een didactische bril. Natuurlijk deed hij geen concessies aan de muzikale kwaliteit.
Beethovens Sonate opus 111 is de laatste van ‘s mans 32 sonates. Het werk is berucht bij pianisten, omdat het moeilijk te spelen is en nog moeilijker goed te spelen is. Op een emotioneel beladen eerste deel volgt een sublieme arietta, waarin steeds ingewikkelder ritmes uitmonden in een soort boogie-woogie – een stuk met syncopen die je in de klassieke muziek normaal nooit hoort. Tegen het einde krijgt de pianist te maken met secondelange trillers.
Brahms Drie intermezzi opus 117, gecomponeerd in 1892, zijn een stuk bescheidener van formaat en pretentie. Maar diepgang missen ze beslist niet. Het is de rijpe Brahms ten voeten uit. Somber, introvert en tot in de perfectie geslepen. Geen noot staat er te veel of te weinig in, en toch klinkt de muziek natuurlijk, menselijk en recht uit het hart.