Genre: Classicisme
Componisten/uitvoerenden: Frantisek Krommer-Kramár | Johann Nepomuk Hummel
Opnametechniek: Joost Kist
Grote tijdgenoten maken van een bijzaak een hoofdzaak.
Kent u Franz Krommer (1759-1831) en Johann Nepomuk Hummel (1778-1837)? Een beetje kenner heeft wel van ze gehoord. In hun tijd waren ze even bekend als Mozart (Krommer) of zelfs beroemder dan Beethoven (Hummel). In onze tijd zijn het meer bijfiguren in de muziekgeschiedenis. Geef ons maar de echte sterren, dat idee.
Dit lot treft niet alleen componisten, maar ook muziekinstrumenten. Ooit was de altviool het belangrijkste lid van de familie der strijkinstrumenten. Maar toen kwamen de Italiaanse barok en het geslacht Stradivarius, en zie: rond 1700 speelde de zijn kleine broertje de eerste én tweede eh… viool. Soms werd de altviool zelfs helemaal weggelaten: twee violen en een bas volstonden.
Maar uiteindelijk was de altviool onmisbaar. Sowieso omdat muziek met diepgang vierstemmig moet zijn, maar ook voor de derde dimensie in de klankkleur had je haar nodig. Sommige componisten schreven ook solorepertoire voor of met altviolen. Mozart deed dat een enkele keer (in zijn Sinfonia concertante). Krommer en Hummel gingen verder. In de twee kwartetten die we hier van Krommer horen, paart hij twee altviolen aan de fagot (ook al zo’n zeldzaam solo-instrument!) en de cello. Zo pakken deze nobele, donker klinkende strijkers de twee bovenstemmen! Hummel zorgt voor een trio met twee altviolen en cello. Zo lost hij een probleem op dat veel strijktrio’s met twee violen of met viool en altviool plaagt: hoe vullen we het gat naar de cello op en zorgen we tegelijk voor twee melodisch gelijkwaardige partners in de bovenstemmen?