Componisten/uitvoerenden: Bohuslav Martinû | Miklós Rózsa
Opnametechniek: Martin Claassens
Een elektrische nieuwkomer op dit voorname festival.
Het JagthuisFestival is een keurig festival. Een keurig publiek luistert er naar keurige beschaafde kamermuziek, die soms wel uitdagend is maar nou niet bepaald overloopt van vernieuwingsdrang.
Echter: schijn bedriegt. Zoals het Jagthuis ook pas begin twintigste eeuw is gebouwd (en niet al in de zeventiende of achttiende eeuw, zoals zoveel buitenhuizen in de omgeving), zo programmeert het JagthuisFestival veel muziek uit de vroege twintigste eeuw. En in de vroege twintigste eeuw was er een nieuw instrument: de theremin.
Hoewel het een kreng is om te bespelen (je raakt niets aan, waardoor je nauwelijks spiergeheugen opbouwt en heel veel moet oefenen om er een melodie uit te krijgen), raakte het instrument een gevoelige snaar bij veel componisten. Mysterieus en modern tegelijk, daar konden componisten wel iets mee. En niet alleen de allermodernste componisten. Ook een redelijk gematigd man als Bohuslav Martinů liet zich door het ‘zingende zaag’-geluid van de theremin inspireren. Op dit festival, dat voornamelijk aan hem gewijd is, horen we daarom naast een vrij conventioneel pianokwintet ook een fantasie voor strijkers, hobo, piano en theremin. Verder horen we ook een nieuwer werk van de Hongaar Miklós Rózsa, en laat thereminspeelster Lydia Kavina bovendien nog een eigen compositie horen.