Nieuw Ensemble @ November Music 2011
9 november 2011, Verkadefabriek Grote Zaal s-Hertogenbosch
Componisten/uitvoerenden: Edgar Varèse | Igor Stravinsky
Opnametechniek: Kees van de Wiel
Twee tegenpolen, maar vooral twee iconen.
Igor Stravinski en Edgard Varèse hebben de twintigste eeuw mee vormgegeven. Ze schokten de wereld in het interbellum met hun radicale, met alle waarden brekende muziek. Tegenwoordig worden ze op handen gedragen en zijn ze vaste waarden in elk geschiedenisboek. Je kunt ze allebei zonder problemen iconisch noemen.
Toch zijn de verschillen talrijker dan de overeenkomsten. Stravinski stond vrijwel zijn hele carrière middenin de belangstelling en kon, temidden van alle controverse, zelfs in brede kring op waardering en navolging rekenen. Varèse was zo radicaal dat hij genegeerd werd, en vrijwel zijn leven lang aan de rand verkeerde. Zijn ultramoderne, atonaal-atematische klank werd niet begrepen, terwijl de fans van twaalftoonsmuziek en serialisme weer weinig konden met zijn intuïtieve werkwijze. Dat is echt wel een verschil met Stravinski (en zeker de Stravinski uit zijn middenperiode), die het neoclassicisme in dook en zijn muziek lardeerde met achttiende-eeuwse vormschema’s en stijlcitaten. Stravinski vernieuwt door terug te kijken, Varèse vernieuwt … door te vernieuwen.
Dit concert opent met het Octet van Stravinski. Het werk ging in 1923 in première. Het is het eerste werk uit zijn neoklassieke periode. Het Parijse publiek, gewend aan buitenissige balletten met rouwe, brute contrasten, kreeg ineens een ironisch klinkend stuk met allerlei klassieke maniërismes voor zijn neus. Het moet zijn overgekomen als een flauwe grap. Uiteindelijk bleek deze ‘grap’ het begin van een rage die het hele interbellum zou duren.
Varèse schreef in 1923 zijn eigen octet, maar hij noemde het Octandre. Of hij beïnvloed is door Stravinski is zeer de vraag, want hij woonde toen al een tijdje in New York en hij zal, radicaal als hij was, weinig met Stravinski op hebben gehad. Laten we het dan maar houden op een mooi toeval.
Verder horen we in dit concert Densité 21.5 (het modernistische antwoord op Syrinx van Debussy) en Déserts. Dit werk schreef Varèse na de oorlog. Het ging in 1954 in première in Parijs, de stad waar Varèse na meer dan twintig jaar weer terug was. Het is geschreven voor orkest, met drie interpolaties van elektronische klanken. Al ver voor de oorlog had Varèse gedroomd van nieuwe instrumenten die niet-bestaande klankkleuren konden produceren. Nu na de oorlog de elektronische muziek van de grond kwam, kon hij die klankdromen eindelijk waarmaken.