Ouderwetse instrumenten | Concertzender.nl :: Radio
spinner

Ouderwetse instrumenten

16 februari 1986, Museum van Loon

De luit en de viola da gamba – allebei raakten ze in de eerste helft van de achttiende eeuw uit de mode. Maar er werd nog steeds voor geschreven – en niet door de minste componisten!

De luit was al eeuwen een populair volksinstrument. Het repertoire uit de zestiende en zeventiende eeuw is onoverzichtelijk groot. Maar in de barok veranderde er wel iets. De luit kreeg steeds meer toeters en bellen, steeds meer extra snaren, waardoor het een instrument voor professionals werd. Dat bleek het begin van het einde. Zonder levende volkstraditie was de luit aan de grillen van de mode overgeleverd. Die mode besliste uiteindelijk in het voordeel van de gitaar, de viool, het klavecimbel en welk ander instrument een amateur ook koos. Maar Bach, nooit de grootste modevolger, wijdde nog een paar stukken aan de luit. Naast zijn oorspronkelijke stukken bewerkte hij ook zijn Vioolpartita in E. Het tokkelt lekker weg, maar niet op de luiten die wij kennen. De wetenschap denkt dan ook dat Bach aan het hof van Köthen andere luiten tot zijn beschikking had. Van dit stuk, verreweg het lichtste en vrolijkste van Bachs vioolsolowerken, horen we hier twee delen.

Bij de viola da gamba denkt u misschien meteen aan Bach. Hij schreef er tenslotte meerdere werken voor, plus twee aria’s in de Matthäus Passion. En toch – eigenlijk is het een instrument van de zeventiende eeuw. Het was een loot aan een stervende tak van de strijkersfamilie. De violen zoals wij ze kennen hadden toen Bach actief werd het pleit al gewonnen. Niet voor niets schreef Bach, als een van de eersten, ook voor cello solo. Maar de gamba heeft een aantal eigenschappen die de cello niet heeft: een mooie, weke klank, de mogelijkheid om meer dan twee snaren aan te strijken en een speciale stemming op zijn zes snaren (de cello heeft er maar vier). En trouwens: het instrument was zo geliefd, dat was niet zomaar voorbij. Begrijpelijk dus dat Bach nog volop reden zag om voor dit instrument te schrijven. Met zijn drie gambasonates haalt hij het instrument overtuigend de achttiende eeuw in.

Sonate in D voor viola da gamba en klavecimbel, BWV 1028: Adagio - Allegro - Andante - Allegro
Johann Sebastian Bach
Susanne Brauman (viola da gamba), Siebe Henstra (muselaer en klave)
Uit Luitsuite in E, BWV 1006a: Loure - Menuetto I & II
Johann Sebastian Bach
Fred Jacobs (barokluit)
Suite in F: Prélude - Allemande - Courante - Branle de Basque - Chaconne
Louis Couperin
Siebe Henstra (muselaer en klave)
Prélude, Tombeau de Mesangeau
Ennemond Gaultier
Siebe Henstra (muselaer en klave)