Raaf Hekkema (saxofoon) & Rudolf Koelman (viool)
1 februari 2006, Felix Meritis, Amsterdam
Componisten/uitvoerenden: Adolf Busch | Béla Bartók | Niccolò Paganini | Sergej Prokofiev | Tristan Keuris
Opnametechniek: Sabrina ter Horst
Een kort maar bont geheel.
Een terugkerend probleem van saxofonisten is het gebrek aan klassiek materiaal. Het instrument werd pas in de negentiende eeuw uitgevonden en heeft zijn weg naar de concertzaal eigenlijk nooit gevonden. Het kwam niet in het symfonieorkest en de saxofoon werd ook geen standaard in de kamermuziek. In plaats daarvan vond het zijn plaats in de jazz. Wie voor de sax kiest, lijkt dan ook tot de jazz veroordeeld.
Maar er zijn uitzonderingen. Adolf Busch (1891-1952), vooral bekend als weinig opvallend componist van laat-laatromantische vioolmuziek, blijkt een suite voor viool en altsaxofoon geschreven te hebben. Een uitstekende gelegenheid om dit stuk, dat waarschijnlijk ergens in een kast stof lag te happen, eens te voorschijn te toveren.
Hekkema en Koelman speelden die dag nog veel meer, maar veel daarvan keurden ze achteraf af. Blijkbaar zijn ze kritisch op hun spel – en op hun eigen arrangementen, want de meeste muziek bestond uit bewerkingen. De duo’s van Bartók, oorspronkelijk voor twee violen, werden nog wel goedgekeurd, net als één capriccio van Paganini. Dat ene wereldberoemde.