In Tsjechië is ze nationaal cultuurgoed, maar in het westen hoor je haar nog iets te weinig: de pianomuziek van Leoš Janáček.
Gelukkig is daar, of was daar jarenlang, Marcel Worms. Worms duikt graag in dit soort repertoire: niet echt obscuur, wel onderbelicht. Als hij zich op zo’n componist stort, is hij in staat complete concertreeksen aan hem te wijden. Hier houdt hij het bij één concert. De eerste werken die we horen stammen nog uit Janáčeks vroege tijd: ze zijn romantisch, soms bloedstollend mooi. In zijn latere werk gaat Janáček zich richten op de spraakpatronen van zijn moedertaal, waardoor zijn muziek een onregelmatiger karakter krijgt. Dat principe past hij vooral toe in zijn vocale werken, maar ook de Pianosonate uit 1905 die we hier horen past in dit straatje.