On-Nederlands Bijbelse muziek: Ton de Leeuw kon dat.
In 2006 was het tachtig jaar geleden dat Ton de Leeuw geboren werd, en tien jaar geleden dat hij stierf. Strikt genomen geen kroonjaren dus, maar reden genoeg om eens goed terug te kijken op deze componist. Muziek van pas overleden componisten heeft het vaak moeilijk: een plekje in de canon is er nog niet, de stijl is uit de mode, en levende componisten gaan voor.
Ton de Leeuw was altijd al een beetje uit de mode. Hoewel hij onvervreemdbaar lid is van de Nederlandse avant-garde en hoewel zijn invloed als auteur en conservatoriumdocent jarenlang geramd zat, waren zijn stijl en filosofie bepaald niet typisch Nederlands. Nederlandse muziek heeft vaak iets spottends – luchtige spot zoals bij de Amsterdamse improvisatieschool, of bijtende spot zoals bij Andriessen en zijn Haagse school. Ton de Leeuw is bloedserieus in zijn sacraal opgezette, met oosterse filosofieën onderbouwde muziek. Bepaald geen Hollandse nuchterheid. Áls het ons al aan iets of iemand doet denken, dan is het de muziek van Olivier Messiaen.
De drie werken die we in dit concert horen zijn in elk opzicht typisch voor Ton de Leeuw. Ze horen ook bij elkaar: Car nos vignes sont en fleurs (voor vocaal ensemble), And they shall reign for ever (voor instrumentaal ensemble) en Invocations (voor gemengd ensemble) vormen een trilogie. De teksten komen uit de Bijbel. Een vertrouwde bron voor Nederlanders van boven de rivieren, en je zou licht vergeten dat het een boek vol joodse, dus oosterse muziek is. Ton de Leeuw brengt de tekst, door inspiratie te zoeken bij de Arabische maqaam, de Indiase raga’s en de Indonesische patet, weer in oosterse, exotische sferen. Tegelijk is het een stijl zoals alleen een westerling die zou kunnen maken (want welke jood, Arabier, Indiër of Javaan zou deze mengeling toepassen?), en laten we eerlijk zijn: eigenlijk had niemand anders dan Ton de Leeuw dit gekund.