spinner

Evert Jan Nagtegaal over de Liedkunst

vr 10 mei 2019
Thema: Klassiek
Genre: Vocaal

Op 12 en 26 mei is het programma ‘Die sanck een Liedt’ gewijd aan de Italiaanse componist Ottorino Respighi, bekend van de symfonie ‘I Pini di Roma’. Een gesprek met Evert Jan Nagtegaal, bariton en programmamaker van het programma ‘Die sanck een Liedt’ over de Liedkunst en over Respighi.

Waarom de Liedkunst?
‘Nadat de mens is gaan praten, ging hij natuurlijk ook zingen. Arbeiders op het veld zongen samen liedjes, soldaten op veldtocht zongen marsliederen, kinderen zongen liedjes bij het spelen, tijdens religieuze bijeenkomsten werden liederen gezongen. Allemaal liederen die niet opgeschreven waren en van generatie op generatie werd doorgegeven. De begeleiding op instrumenten was meestal improvisatie. Schubert schreef als eerste nieuwe liederen en voor het eerst ook een volwaardige begeleidingspartij erbij. Het kunstlied was geboren. Lieder, Artsong, le Lied. Een gedicht dat door een melodie en een begeleiding een extra dimensie krijgt. Er is dus eerst een woord en daarbij komen de noten. Componist maar ook luisteraar moet gevoelig zijn voor mooie dichtregels, voor woorden met zeggingskracht.
Na Schubert kwam Schumann, en Brahms en Strauss en Mahler. In Nederland Gerrit Jan van Eijken, Diepenbrock. In Frankrijk, Fauré, Duparc, Hahn, Debussy. Foster in Amerika en Vaughan Williams in Groot-Brittannië. Het kunstlied kreeg zijn eigen plaats naast het volkslied, waar de tekst meestal geen poëzie is en de begeleiding niet de woorden onderstreept.
Met het lied ging het goed in Nederland, we hadden bekende zangers die recitals gaven. Mensen kenden de liederen en in de concertzalen waren er vocale series. Concerten van Elly Ameling, Erna Spoorenberg, Udo Reinemann, Schwarzkopf, Janet Baker; publiek stond in de rij. Maar eind vorige eeuw kwam er een beetje de klad in. Het jonge publiek kreeg geen Frans meer op school, geen Duits, poëzie kreeg minder aandacht op scholen. De klassieke manier van liedzingen werd ook niet meer zo begrepen en op het Conservatorium lijken er ook minder pleitbezorgers te zijn. Gelukkig zijn er Nederlandse componisten die nieuwe liederen schrijven, zijn er jonge zangers die liedconcerten geven, zijn er sponsoren die het mogelijk maken dat er nieuw repertoire op cd verschijnt. Het Lied is nog niet dood.’

Wat is de insteek van het programma ‘Die sanck een Liedt’?
‘Er is een enorme schat aan Liederen en ik wil in het programma veel facetten van de “Lieddiamant” laten horen. Het programma onderscheidt zich enigszins omdat ik bij de muziek een praatje houd. We willen bij de Concertzender niet al te veel gepraat. Maar om zonder uitleg wat Liederen te laten horen vind ik jammer. Met wat informatie erbij probeer ik het net wat interessanter te maken.’

Welke liedcomponisten hoor je het liefst? Welke zing je zelf graag?
‘Mijn persoonlijke voorkeur staat in het programma niet voorop. In het belang van een breed programma laat ik muziek horen die ik zelf niet mooi vind maar die wel kwaliteit heeft en het programma interessant houdt. Zelf zing ik het liefst romantische Liederen, begon met Schubert en ontdekte later Brahms, Mahler, Strauss, Tsjaikovski en Vaughan Williams. Het Franse Lied draag ik ook een warm hart toe. Het liefst leg ik mijn hele ziel en zaligheid bij Mahler.’

Nu heb je twee programma’s over de componist Ottorino Respighi. Hoe viel de keus op hem?
‘Vorig jaar was pianiste Reinild Mees bij mij in de uitzending. Ik interviewde haar over het werk als Liedbegeleider. Ze gaf me toen drie cd’s met de complete liederen van Respighi. Ik kende de man van die symfonische werken over de fonteinen en dennenbomen van Rome, maar een lied had ik nog nooit gehoord. Respighi schreef bijna 80 liederen (Schubert zo’n 600), dus vond ik dat ik de luisteraar eens goed kennis kon laten maken met de onbekende werken van Respighi. Zijn muziek is niet heel vernieuwend, maar ook niet oubollig. Italië was wel verrast in die tijd. Ze hadden natuurlijk de opera en liederen, mierzoet, van Tosti. Ottorino’s echtgenote Elsa Respighi was zangeres en een warm pleitbezorgster voor de liederen van haar man. Hij gebruikte gedichten van bekende Italiaanse dichters, maar vertaalde ook Shelley en schreef Schotse Liederen. Hij was wereldberoemd, kreeg een prachtig huis aan de Via Appia en werkte hard aan zijn orkestwerken, opera’s en liederen. Hij overleed jong. Vreemd hoe snel zijn roem tanend was, ook in Italië. Maar recht overeind bleven die Fontane en die Pini.’

Wat betekent het voor je om dit radioprogramma voor de Concertzender te maken?
‘Dit programma betekent heel veel voor me. Mijn eerste zanglessen kreeg ik van Iza Valeton. Ze kwam uit het Liedvak. Eerst studeerde ik een paar honderd Schubert-liederen in, toen evenveel Schumann en net zo met Brahms. Heel veel Franse Liederen daarna. Ik had eigenlijk geen idee dat er nog ander repertoire was. Bij Meinard Kraak en Udo Reinemann studeerde ik lekker nog meer Liederen in en toen eindelijk bij Erna Spoorenberg kwam ik aan Oratorium en een beetje Opera toe. Het Lied zit dus in mijn vezels. Weet je wat het mooie is aan een Lied, in een paar minuten beeld je het hele verhaal uit, vol nuances, zonder decor, zonder kostuum, zonder heftige gebaren of geloop. Helemaal in je uppie samen met de pianist. Laat maar horen hoe je je stem kleurt, koud en warm maakt, fluisteren laat of juist laat schreeuwen. Ik houd dus van het Lied en deel mijn liefde graag met anderen.’

Kost het programma maken veel tijd?
‘Ja het kost mij veel tijd. Ik weet echt niet alles en moet veel opzoeken. De cd’s die ik gebruik moet ik beluisteren, timen en nalezen. De tekstboekjes bij cd’s zijn voorzien van piepkleine lettertjes, dus met een vergrootglas ontcijfer ik het boekje, moet vertalen uit het Frans of Italiaans, kost ook weer tijd. Ik zit lange dagen achter de computer, geen gezeur, heerlijk al dat uitzoeken, ik leer er heel veel van. Dan ga ik met technicus Aart Veerman opnemen in de studio en hij knipt en plakt als een kunstenaar alles passend in een uur. Ik kan het doen, ik treed niet zo veel meer op. Afbouwen heet dat. Word dit jaar zeventig, het is wel mooi geweest. Was wel voor Pasen in Zuid-Korea, zong drie keer de Christus in Bach’s Matthäus Passion. En ik geef veel les. Dat vind ik heel fijn om te doen.’

Waar haal jij je inspiratie vandaan?
‘Ik snuffel in tweedehands cd-winkels, op internet en de Concertzender heeft een grote Fonotheek. Bij concerten hoor ik ook wel weer mooie liederen. Ik houd me aanbevolen voor Liederen-cd’s die lezers van dit interview misschien willen opruimen.’

Wat is volgens jou de betekenis van de Concertzender voor het muziekleven en de muziekliefhebbers?
‘Geen idee. Soms ben ik gefrustreerd als ik weer merk dat men de Concertzender òf niet kent òf niet weet te vinden. Ik blijf het blijde nieuws maar vertellen als een missionaris in donker Afrika. Op een verjaarsfeestje, bij mijn zwemclub, in de bibliotheek. Ik heb nog nooit van een luisteraar gehoord wat ze van het programma vinden, weet niet eens hoeveel mensen luisteren. Maakt niet uit, ik heb er nog steeds heel veel zin in om mooie vocale muziek te laten horen.’

Door: Lucie Th. Vermij

Het programma ‘Die sanck een Liedt’ wordt tweewekelijks uitgezonden op zondagen van 12-13 uur.

Website Evert Jan Nagtegaal