spinner

FOM16 | Collegium Marianum – Galuppi’s concerten

do 1 sep 2016

De Venetiaanse zon was te horen in Utrecht, met muziek van Galuppi, Vivaldi en Jiránek.

Woensdag 31 augustus 2016, 11.00 uur | Hertz TivoliVredenburg Utrecht
Collegium Marianum o.l.v. Jana Semerádová – Galuppi’s concerten
door: Hieke van Hoogdalem

 

Collegium Marianum is een ensemble dat bestaat uit 5 violen, 2 (!) altviolen, cello, contrabas, traverso, fagot en klavecimbel. Op het programma stonden stukken van Baldassare Galuppi (1706-1785), Antonio Vivaldi (1678-1741) en de nogal onbekende František Jiránek (1698-1778).

Galuppi en Vivaldi werkten in de San Marco in Venetië en de Tsjech Jiránek studeerde in Venetië, vermoedlijk zelfs bij Vivaldi himself die de ‘maestro di musica in Italia’ was van Jiráneks baas, graaf Morzin.

 

Collegium Marianum maakt meteen een goede indruk met Galuppi’s Concerto per flauto solo in D met de rijzige Jana Semerádová als soliste. Wat speelt ze mooi! Haar toon is helder, krachtig en zoet als dat nodig is. Het is totaal geen probleem om haar te kunnen horen, wat met andere traversospelers vaak wél het geval is, omdat die te zacht spelen. Het enige minpuntje zijn haar wat overdreven bewegingen. Maar die wennen – of je sluit gewoon je ogen. Wat wél heel leuk is om te zien: zij – en haar collega’s trouwens ook – genieten duidelijk van de muziek. Bij elke noot gaat er zichtbaar wat door haar heen. Dit concerto is een typisch zonnig en vrolijk Italiaans stuk zoals je dat verwacht uit de baroktijd.

 

Opvallend is ook fagottiste Kim Stockx. Zij mengt zó mooi met de strijkers, dat ze er qua klank bijna in opgaat. Heel subtiel.

 

Het volgende werk, Galuppi’s Concerto a quattro in c, is een stuk voor 2 violen, altviool, cello, contrabas en klavecimbel. De heren van de bassectie zetten in, de altvioliste volgt snel. Helaas is haar partij moeilijk te horen; de bassen overstemmen haar in hun enthousiasme. Wanneer de 2e viool en later de 1e het thema overnemen, is de lijn wél hoorbaar. Later is de balans gelukkig beter. Dit werk ademt een heel andere sfeer: het is serieuzer en wat zwaarder (minder lichtvoetig). Je zou kunnen zeggen dat deze bezetting een voorbode is van het latere strijkkwartet. Maar dan met basso continuo door contrabas en klavecimbel erbij.

 

In het derde onderdeel is de concertmeester de diva; ze speelt een vioolconcert van Vivaldi of Jiránek. Het is niet duidelijk wie het geschreven heeft. De vele unisono’s en enkele ritmisch grappige dingen kunnen van Vivaldi zijn, maar over het algemeen is Vivaldi wat verrassender. Het stuk is in elk geval wel duidelijk door Vivaldi geïnspireerd. De soliste kwijt zich goed van haar taak, maar op mij kwam het ensemble wat ongeïnspireerd over. Ze begeleidden soms te hard, waardoor de soliste niet altijd goed hoorbaar was. Het stuk zelf was niet erg interessant qua compositie – het lag niet aan de uitvoerenden, die duidelijk wel probeerden er wat van te maken met dynamiek.

 

Bij Jiráneks fluitconcert in D leken de musici ineens veel geïnspireerder. Ze speelden veel subtieler hun begeleidende lijnen en motieven. Het concerto klonk spannend en sprankelend.

 

Het slotstuk was een heel bekend werk: ‘La Notte’ van Vivaldi. Een stuk voor traverso, fagot, strijkers en klavecimbel. Collegium Marianum bewijst dat je gerust ‘gouden ouden’ kunt uitvoeren, mits je er je eigen idee aan toevoegt. De interpretatie was verfrissend en ook geestig. Stockx en Semerádová maakten er een act van: in één van de delen wilde de fluitiste met de hoge strijkers een lyrische lijn neerzetten, maar de fagot onderbrak haar voortdurend met snelle loopjes. De fluit keek dan boos naar de fagot, wendde zich expres af en zocht weer contact met de violen. Dat ging zo even door, tot hilariteit van het publiek.

 

Om een lang verhaal kort te maken: Collegium Marianum heeft een prachtig concert neergezet en heeft bewezen zowel onbekende als bekende muziek overtuigend en op een eigen, originele manier te kunnen brengen.