spinner

Gaudeamus Muziekweek klimt over muren

De Gaudeamus Muziekweek; vandaag en morgen nog te bezoeken!

Volgend jaar viert Gaudeamus haar 75ste bestaan. Festival en centrum voor eigentijdse muziek in Nederland dat jonge, pionierende componisten op een voetstuk plaatst. Dit jaar wordt alvast een voorschot genomen met een bijzonder avontuurlijk festivalprogramma. Jonge componisten over heel de wereld lijken meer dan ooit geïnteresseerd te zijn in multidisciplinaire aanpak. De vijf geselecteerde jonge muziekpioniers van dit jaar flirten met dans, geïmproviseerde muziek, licht, video en beeldende kunst.

Bezoek hier de website en het resterende programma van de Gaudeamus Muziekweek.

De aftrap van het festival op woensdag 4 september was in stijl. Centraal staat de wereldpremière van ‘W.A.L.L.’ van de Nederlandse componist Aart Strootman. Hij schreef het spektakelwerk in opdracht van de Gaudeamus Muziekweek Utrecht. Het werk geldt als een bekroning van zijn Gaudeamus Award van 2017. Een ambitieus werk waarin Strootman op heerlijk weerbarstige wijze stoeit met microtonale stemmingen en minimalistische ritmes. Op het podium van de Hertz kamermuziekzaal (TivoliVredenburg) kijk je de ogen uit. Een imposante muur strekt zich uit over het podium. Vier slagwerkers zitten ervoor. De in vier delen opgesplitste muur blijkt een gigantische, staande marimba, waarbij Strootman plankjes van esdoornhout heeft gebruikt als toetsen. PVC-afvoerbuizen achter de bijna driehonderd toetsen dienen als resonatoren, en zorgen voor een fraaie reine stemming van de supermarimba. Aan weerszijden van de marimbamuur zitten drie elektrische gitaristen en een bassist die gedurende het hele stuk de wonderlijkste microtonale klankwolken de ruimte insturen. In een gedeelte uit een binnenkort te verschijnen documentaire van filmer en vriend Dries Alkemade is van tevoren te zien met hoeveel toewijding Strootman deze marimbamuur heeft vervaardigd.
Strootman’s compositie ‘W.A.L.L.’ wordt uitgevoerd door vier slagwerkers van Slagwerk Den Haag en Temko, en vier gitaristen onder wie Strootman zelf, Wiek Hijmans en Pete Harden. De compositie van bijna één uur verkeert aanvankelijk nog in kalm vaarwater. De slagwerkers schieten van hun krukjes omhoog om de hoge marimbamuur te bespelen. Op en neer roffelend met de stokken over de vele toetsen. Een milde microtonale waterval aan klanken die wordt gekoppeld aan zacht galmende gitaaroprispingen. Af en toe haalt een van de gitaristen wat feller uit, en ontwaar je zelfs ruige blues-akkoorden of een barokke gitaardans. In sommige gedeeltes van het stuk ondersteunt een pompende basgitaar strakke ritmische patronen op metalen percussie. Passages die doen denken aan de minimalistische Zen-funk van de Zwitserse improvisator Nik Bärtsch, maar dan naar een hoger niveau getild. Ook artrock invloeden van het New Yorkse Bang on a Can componistencollectief komen voorbij. Vreemd genoeg wordt de marimbamuur amper ingezet in het wat lange middendeel, alleen voor wat kleuraccenten. Wellicht dat Strootman alle finesses van zijn nieuwe instrument nog aan het verkennen is.
In het slotgedeelte schroeft Strootman het volume flink op. Lange metalen pijpen worden als donderend slagwerkinstrument ingezet, waarbij exercities op de kickdrums, metalen percussie en supermarimba de ritmische drive erin houden. Een enerverende finale dat het live slagwerkspektakel van de legendarische Amerikaanse noiserockband Swans in herinnering roept. Zo’n eigenzinnig startschot zouden meer festivals zichzelf toewensen.

Als pauzenummer in de foyer liet de Haagse kunstenares Mariska de Groot nog maar eens zien waarom ze tot een van de spannendste jonge kunstenaars in Nederland gerekend mag worden. In haar theatrale kunstwerken –zoals de overdonderde optische installatie ‘Nibiru’- laat ze als een ware alchemist oude op nieuwe wetenschap stuiten. Voor haar installatie ‘Klein Woestijn’ gaat ze een samenwerking aan met componist Nikos Kokolakis en het Haagse Catchpenny Ensemble. Centraal staat een pendule-achtige installatie waarin De Groot continu zand strooit. Via een opening aan de onderkant spuit de schommelende pendule stroompjes zand op een groot oppervlakte. Schitterende symmetrische patronen ontstaan op het vlak, terwijl De Groot het ene zandbekertje na het andere in de pendule kiepert. Onderwijl ontvouwt Catchpenny een zacht kabbelend, meditatief klanklandschap dat perfect past bij de organisch groeiende, etherische zandinstallatie van De Groot.

Om de openingsavond compleet te maken klinkt er nog een wereldpremière in de Pandora-zaal. Het Oerknal ensemble buigt zich over ‘Eclipse Plumage’ van de Italiaanse componiste Clara Iannotta die dit jaar als jurylid voor het festival is aangetrokken. Haar beweeglijke ‘Eclipse Plumage’ is een buitengewoon kleurrijk en inventief ensemblewerk, waarin Iannotta haar fetisch voor maffe, buitenaardse geluidjes helemaal uitleeft. Musici trekken aan knerpende touwtjes om een klos, zwieren met piepende hendels, kruipen op de pianosnaren of verleiden met ijle flageoletten op de strijkinstrumenten. Een elastisch, tintelend web van klanken houdt continu de aandacht gevangen, waarbij elektronische sinusklanken de onwerkelijke sfeer verhogen. Unheimisch en feeëriek tegelijkertijd. De toon voor een luisterrijk en avontuurlijk festival is gezet.

Geschreven door programmamaker Nieuwe Muziek, Mark van de Voort.