spinner

Opera gemist? De Concertzender presenteert ‘Opera van de 20e eeuw’!

vr 1 mrt 2019
Thema: Hedendaags | Opera

Elke dinsdag presenteert de Concertzender een aflevering van het programma opera in de 20e eeuw, samengesteld door Luc Nijs. Per aflevering laat het programma uit elk jaar sinds 1900 muziek uit een of meer opera’s horen. De geschiedenis van een roerige eeuw, jaar voor jaar verteld aan de hand van de ontwikkeling van de 20e-eeuwse opera. Een gesprek met maker Luc Nijs.

Begin 2017 begon je met het programma. Wat is het idee achter Opera in de 20e eeuw?De bestaande programma’s laten – al dan niet live – complete opera’s horen, of zijn een soort jukebox, met van alles en nog wat uit de rijke operatraditie. Wij wilden meer structureel inzicht in de evolutie van opera in de 20e eeuw. Zo viel de keus op een tijdslijn die begon in 1900 en eind 2020 zal eindigen met het operajaar 2020. We hebben er dan 210 afleveringen opzitten.

In die 120 jaar zijn de opera als kunstvorm en de uitvoeringspraktijk enorm veranderd. Die dynamiek hebben we haarfijn weten vast te leggen in die serie, met aandacht voor andere invloeden en variaties zoals zarzuela’s en de operatradities uit andere werelddelen. Zo kan je in één serie luisteren naar Debussy of Ravel, naar ‘entartete Musik’, of de 20e-eeuwse Russische traditie. Je kan je vastbijten in Stockhausen, Berio of Nono, of je laten verrassen door het nieuwste van het nieuwste.

Wat maakt opera uit de 20e eeuw voor jou bijzonder?
Ik weet nog hoe ik als jongetje van 12 op zondagochtend in mijn bed met mijn transistor radiootje luisterde naar nieuw werk van Karlheinz Stockhausen. Ik begreep het niet. En soms denk ik wel eens ‘nu ook nog niet’. Je vraagt je af welke boodschap door die potpourri van klanken vloeit. Wat wil de componist overbrengen?

Als kunstvorm is opera altijd geëvolueerd, maar die ontwikkeling is nooit zo groot geweest als in de 20e eeuw. Het afscheid van de romantiek, de tweede Weense school en Modernisme en Avant-gardisme hebben grote invloed gehad, net als de wereldoorlogen, die zorgden dat mensen anders gingen aankijken tegen zichzelf, de maatschappij en kunst, waaronder opera. Moderne opera vraagt dat je er tijd voor vrij maakt. Het voelt niet aan als genieten. Maar dat wordt het wel, als je eenmaal door de verschillende kenlagen bent gedrongen. Hoe abstracter het werk, des te langer de benodigde incubatietijd, zeg maar.

Deze week is het Opera Forward festival. Hoe zie jij de toekomst van opera?
Opera ervaart afnemende interesse en wordt gezien als elitair. Dat is
in de huidige ‘Zeitgeist’ lastig. Ieder cultuurproduct dat een langere tijd mee gaat, moet zichzelf bevragen, om maatschappelijk relevant te blijven. Onderdeel van de uitdaging is om het nog steeds bestaande eurocentrisme in de opera wereld te doorbreken. Daarom hebben we ook aandacht voor Turkse, Arabische, Koreaanse, Perzische, latino en Aziatische opera’s.

Het aanbod aan uitvoeringspraktijk was nog nooit zo groot, kwalitatief en qua aantallen. Maar mensen moeten wel in staat zijn om emotioneel een connectie op te bouwen met wat er gebeurt op dat podium. We moeten ons in elk geval niet gevangen voelen in bestaande tradities. Een mooi voorbeeld is de opera ‘Shell Shock’ van de Vlaamse componist Nicholas Lens, uit 2014. Een opera ter herinnering aan de barbarij van de eerste wereldoorlog die in België zorgde voor dood, trauma en vernieling. Er was draagvlak voor zo’n uitvoering in de Munt in Brussel, omdat iedereen zich op een bepaalde manier verbonden wist. Hetzelfde geldt voor ‘fin de partie’, de (eerste) opera van György Kurtág.

De centrale vraag is ‘wat willen we dat opera is?’ Het zal korter moeten, minder intellectueel en zal direct(er) emotioneel moeten aanslaan bij het publiek. Dat vraagt een nieuwe verhouding tussen componeren, theater en teksten schrijven.