spinner

De Nacht: Klassiek

Uitzending # 5. Arthur Olof maakt voor de Concertzender bijna honderd programma’s over Russische muziek uit de twintigste eeuw. Voor zijn dood in 2014 werkte hij de scripts van de uitzendingen om tot een boek dat ‘De kunst om te overleven’ is gaan heten en in juni verschijnt.

 

Naast de tekst krijgt het links naar de site van de Concertzender, zodat je tijdens het lezen de bijbehorende muziek kunt beluisteren. Ter voorbereiding van deze uitgave maken wij deze nachtprogramma’s.

Veel aandacht besteedde Arthur in zijn programma’s aan de in Parijs zeer succesvolle serie balletten van de z.g. Ballets Russes van de bekende producent Sergei Djaghilev. Voor dit gezelschap schreef componist Nikolaj Tsjerepnin ‘Le pavillon d’Armide’.

  • Tsjerepnin – Le pavillon d’Armide

Voordat Sergej Prokofjev in 1903 werd toegelaten tot het conservatorium in Petersburg, schreef hij zijn eerste sonate.

  • Prokofjev – Eerste Pianosonate

In aflevering #18 van Oorgetuige vertelde Arthur over de eerste ontmoeting in 1927 van Sjostakovitsj en Prokofjev. Prokofjev schreef later: ‘De jonge Leningradse componisten lieten me hun werken zien. Speciale aandacht daarbij verdient de sonate van Sjostakovitsj’.

  • Sjostakovitsj – Eerste Pianosonate
    In 1923 ging Sjostakovitsj voor herstel na een operatie naar de Krim. In het sanatorium trof de zestienjarige Dmitri Tatjana Glivenko. De verlegen Dmitri werd verliefd en componeerde voor haar zijn Pianotrio in C.
  • Sjostakovitsj – Pianotrio

Sinds hun vlucht in 1921 uit Tbilisi woonde de familie Tsjerepnin in Parijs. Vader Nikolaj componeerde balletmuziek. Zoon Aleksandr keerde terug naar voorchristelijke tijden met ‘Magna Mater’, een aanbidding van de Romeinse Moeder Natuur.

  • Tsjerepnin – Magna Mater

In 1948 begon Sjostakovitsj ‘voor de bureaulade’ aan een satirische eenakter die hij Antiformalistische rajok noemde. Rajok (letterlijk ‘paradijsje’) was een kermisattractie, een soort kijkdoos met plaatjes die werden vergezeld met schuine moppen.

  • Sjostakovitsj – Antiformalistische rajok

In 1949 voltooide Prokofjev zijn Negende Pianosonate en droeg deze op aan Svjatoslav Richter.

  • Prokofjev – Negende Pianosonate

Alfred Schnittke ontwikkelde een eigen stijl die hij polystilisme noemde, waarbij hij muziek van verschillende stijlen uit heden en verleden naast elkaar zette. Een van de eerste voorbeelden waarin deze techniek wordt uitgeprobeerd is De glasharmonica bij een animatiefilm van Andrej Chrzjanovski. Het is meer dan ironisch dat deze ‘satire op bureaucratie’ de eerste en enige tekenfilm uit de Sovjetgeschiedenis is die niet ontkwam aan de filmcensuur.

  • Schnittke – De glasharmonica

Voor zijn Eerste Concerto Grosso bracht Schnittke, naar eigen zeggen, fragmenten uit zijn stripfilmmuziek samen met ‘een vrolijk kinderkoor, een nostalgische atonale serenade, een stukje honderd procent gegarandeerde Corelli (Made in the USSR) en de favoriete tango van mijn grootmoeder, gespeeld door mijn overgrootmoeder op een klavecimbel.’

  • Schnittke Eerste Concerto Grosso

Pas in 1990 emigreerde Schnittke naar Duitsland, maar zou toen volgens kenners ook tot zijn belangrijkste werken komen. De cantate ‘Historia von D. Johann Fausten’ voltooide de ‘Dostojevski van de muziek’ al veel eerder.

  • Schnittke – De historie van dr. Johann Faust

Aan het eind jaren tachtig vatte Schnittke het plan op om een komische opera te maken over Lenin. Schnittke baseerde zijn werk op een kort verhaal, getiteld ‘Het leven met een idioot’ van Viktor Jerofejev. In het absurde plot wordt een echtpaar bij wijze van straf opgescheept met een gek, die zich liederlijk en beestachtig misdraagt en uiteindelijk het hoofd van de vrouw met een heggenschaar afknipt.

  • Schnittke – Leven met een idioot

In 1954 begon Boris Tisjtsjenko zijn compositiestudie bij Galina Oestvolskaja. Daarna zat hij nog zes jaar op het conservatorium. Na het behalen van zijn diploma’s daar, studeerde hij nog drie jaar bij Sjostakovitsj. In die jaren schreef hij een concert voor cello en zeventien blaasinstrumenten, slagwerk en harmonium.

  • Tisjtsjenko – Eerste Celloconcert

 

Samenstelling: