Evert Jan Nagtegaal over Mélodies van Maurice Ravel

Maurice Ravel, Mélodies.
Net als Debussy, en in tegenstelling tot Poulenc, beschouwde Ravel de melodie niet als een dominant genre. Om zijn meest persoonlijke voorkeuren te definiëren, moet men ongetwijfeld pianomuziek in ogenschouw nemen, die als enige een sleutel biedt tot de interpretatie van zijn kunst, in de eerste plaats door de werken zelf, maar ook door de aanzienlijke invloed die de piano op de stijl van de musicus uitoefende.
Deze voorliefde voor de piano komt ook tot uiting in zijn liederen: Ravels muziek bestaat uit korte genrescènes waarin de begeleiding zich onafhankelijk van de tekst ontwikkelt, die wordt gekenmerkt door een uiterst precieze prosodie. De handeling ontvouwt zich aan de piano, de zang becommentarieert deze. Maar denk niet dat Ravels zang slechts een ondersteunend element is. Net als Debussy en Fauré, als hij bel canto verwerpt en zich verzet tegen te uitbundige zang, zoals in het Italiaanse repertoire, is dat om de tekst beter tot zijn recht te laten komen, in de geest van de grote Franse barokcomponisten. Daartoe kiest hij bijna altijd teksten die eerder provocerend dan poëtisch zijn, proza, alledaagse onderwerpen in plaats van verheven, buitenlandse of traditionele teksten: woorden die als zodanig bestaan en nog niet als poëtische muziek
Speellijst:
- Maurice Ravel – 1. ‘Un grand sommeil noir (MM6) (Paul Verlaine) Bariton Bernard Kruysen en Noël Lee piano.
- Maurice Ravel – 1. ‘Vocalise en forme de habanera’ (MM51) 2. ‘Chanson Espagnole (Adios, men homino, adios) Mezzosopraan Teresa Berganza en Dalton Baldwin piano.
- Maurice Ravel – Trois poèmes de Stéphane Mallarmé(MM64) – 1. Soupir 2. Placet futile 3. Surgi de la croupe et du bond . Sopraan Elly Ameling, Rudolf Jansen piano, Sweelinck Kwartet, Paul Verhey en Rien de Reede fluit, George Pieterson en Willem van der Vuurst klarinet.
- Maurice Ravel – Deux mélodies hébraïques (A22) 1.’Kaddish’ (Aramees) 2. ‘L’énigme éternelle’ (Jiddish). Bariton José van Dam en Dalton Baldwin piano.

- Maurice Ravel – 1. Ronsard à son âme (MM75) (Pierre de Ronsard) 2. ‘Rêves’ (MM79) (Léon-Paul Fargue) 3. ‘Don Quichotte à Dulcinée’ (MM84a) (Paul Morand) a. Chanson Romanesque b. Chanson épique c. Chanson à boire . Bariton Bernard Kruysen en pianist Noël Lee.
- Maurice Ravel – ‘Shéhérazade’ (MM41) (Tristan Klingsor) 1. Asie 2. La Flûte enchantée 3. L’Indifférent. Sopraan Régine Crespin, l’Orchestre de la Suisse Romande o.l.v. Ernest Ansermet.

MM & A = chronologisch catalogusnummer van musicoloog Marcel Marnat
https://www.tonebase.co/composer-biographies/mauriceravel
