Radio Muziek-essay | Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer
Search for:
spinner

Radio Muziek-essay

zo 21 jun 2026 12:00 uur

Afl. Het scheppen, het maken, het overleven, dl. 1.

Andere werelden, in muziek vereeuwigd. Met onder meer Beethoven en Rameau.

Wat een componist soms doet: hij pakt zijn schep, steekt die stevig in een stukje grond, en brengt de grond naar binnen. Alwaar hij weer aan het scheppen gaat, maar nu anders. Hij maakt er muziek van.

Beethovens vijfde pianotrio (1808), het zogenaamde Geistertrio, dankt zijn bijnaam aan het tweede deel. Toen Carl Czerny, een bekende leerling van Beethoven, het hoorde, moest hij aan geesten denken. Hij bedacht dan ook de naam. En inderdaad, het stuk heeft onmiskenbaar een spookachtig karakter. Het heeft die unheimliche en omineuze sfeer die horrormuziek soms ook oproept. Opmerkelijk is, dat Beethoven zelf precies dat effect beoogde. Uit aantekeningen blijkt, dat hij speelde met de gedachte om een opera te schrijven, gebaseerd op Shakespeares Macbeth, en dat de spookmuziek eigenlijk bestemd was voor de eerste scène van de vierde akte. Daarin drie kwaadaardige heksen, die met duistere spreuken geesten oproepen. De opera, trouwens, is bij een voornemen gebleven.

In dit programma ook ruime aandacht voor Rameau, de componist die het exotische (lees: buiten-Europese) niet uit de weg ging. Zo is daar L’Égyptienne, een verbeelding van een Egyptische vrouw, voor klavecimbel. Luisteren we echter naar Samaie Shad Araban, dat voor authentiek Egyptisch mag doorgaan, dan kunnen we maar één conclusie trekken, namelijk dat er bij Rameau weinig écht Egyptisch te bespeuren valt. Goed, de klank van de kanun – een soort cither – lijkt een beetje op die van het klavecimbel, maar daar houdt de overeenkomst op. Waarschijnlijk heeft Rameau zich nooit verdiept in de Egyptische muziektraditie. Zoals Mozart zich ook niet echt heeft beziggehouden met Turkije, toen hij de Turkse Mars schreef.

Rameau leefde zijn exotisme volledig uit in zijn beroemde opéra-ballet Les Indes galantes (1735). In vertaling: ‘De hoffelijke (of verliefde) Indiërs’. Het stuk bestaat in feite uit vier mini-operaatjes, met vier liefdesintriges, die zich elk afspelen in een ander exotisch oord. Maar Indiërs, zij zijn in geen velden of wegen te bekennen. Hoe kan dat? In de achttiende eeuw was ‘Indiërs’ een verzamelterm voor uitheemse mensen in het algemeen. Vandaar. De ‘Indiërs’ die in de vierde akte centraal staan zijn de Noord-Amerikaanse Indianen. Of zoals we nu liever zeggen: de oorspronkelijke Amerikanen. De dans die zij daarin opvoeren kunt u vandaag in twee versies beluisteren. Eerst de originele, voor klavecimbel, met later in de uitzending de georkestreerde operaversie. En díe is een ware evergreen geworden. Een aanstekelijk stuk muziek, boordevol vreugde. Rameau had er een duidelijke bedoeling mee. Hij wilde het Franse hof in contact brengen met het ongerepte, waarachtige leven van de edele wilden (‘les sauvages’), zo liefdevol verbonden met de aarde. ‘Terug naar de natuur!’, lijkt hij te roepen, en een kleine dertig jaar later vond hij een medestander in de filosoof Rousseau.

Ook een musicus kan een schepper zijn. Benjamin Bagby bewijst het, in zijn creatie van het middeleeuwse, Engelse lied Man mai longe lives weene. Het is een memento mori: iemand kan wel denken dat hij lang zal leven, maar een vergissing, het kwaad, kan hem op elk moment te gronde richten. Bagby brengt niet alleen de boodschap, maar ook de middeleeuwen eromheen weer tot leven. Zijn stem begeleidt hij met de hurdy-gurdy, een draailier [foto], die een statische bourdontoon voortbrengt en mede daardoor veel weg heeft van een doedelzak. Iemand als hij – een zanger annex verteller – werd in het Engeland van voor het jaar 1000 een scop genoemd. Letterlijke betekenis: schepper.

 

Speellijst:

 

Ludwig van Beethoven – Pianotrio nr. 5 in D gr., Op. 70/1 (‘Geistertrio’): II Largo assai ed espressivo – Henryk Szeryng (viool), Pierre Fournier (cello) en Wilhelm Kempff (piano)

Anoniem (13e eeuw) – Man mai longe lives weene – Sequentia: Benjamin Bagby (zang en hurdy-gurdy)

Jean-Philippe Rameau – Suite voor klavecimbel in g kl., RCT 6: VII Les sauvages & IX L’Égyptienne – Anton Heiller (klavecimbel)

Anoniem – Samaie Shad Araban – Hassen Ashmawy (kanun)

Jean-Philippe Rameau – Uit Les Indes galantes, RCT 44: Rondeau. Danse du calumet de la paix executée par les sauvages – Collegium Aureum o.l.v. Franzjosef Maier

Jean-Philippe Rameau – Uit Suite Dardanus, RCT 35: Chaconne – Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen

Ludwig van Beethoven – Pianotrio nr. 5 in D gr., Op. 70/1 (‘Geistertrio’): III Presto – Henryk Szeryng (viool), Pierre Fournier (cello) en Wilhelm Kempff (piano)

 

Dit programma werd eerder uitgezonden op 4 mei 2004.

 

 

Samenstelling & presentatie:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan