Muziek van de allergrootste(n).
O, die Joseph Haydn toch… Al jarenlang zat hij ergens op het Hongaarse platteland weggestopt als hofcomponist voor de familie Eszterhazy. Goed betaald, maar geïsoleerd van de buitenwereld. En toch beheerste hij al jaren de muziekwereld. Geen enkele componist kon om hem heen. Zelfs Mozart niet. Zeker Mozart niet!
In een eerdere aflevering schreven we al over Haydns invloed op Mozarts strijkkwartetten. De verschijning van Haydns kwartetten opus 20 in 1772 was voor Mozart een openbaring, zoals het voor de hele muziekwereld een openbaring was. Eigenhandig had de meester het genre volwassenen gemaakt. Nu ging iedereen ineens ambitieuze strijkkwartetten schrijven.
De inslag van Haydns kwartetten opus 33 was zo mogelijk nog groter. Haydn had het genre negen jaar met rust gelaten. Zelf was hij natuurlijk gegroeid als musicus. Zo was alles aan deze reeks nieuw: de vorm, de inhoud, de ambitie en vooral het instrumentgebruik: alle vier de spelers kwamen aan hun trekken. In Wenen en ver daarbuiten raakte men niet uitgepraat over het strijkkwartet, en alle componisten beklommen de Parnassos met hun eigen set van zes strijkkwartetten. Zo werd het kwartet een echt muzikantengenre: componisten schreven het niet in opdracht of uit commerciële redenen, maar puur omdat ze het zelf wilden.
De publicatie van Opus 33 viel in hetzelfde jaar als Mozarts verhuizing naar Wenen. Mozart had weinig tijd om strijkkwartetten te schrijven: hij had veel leerlingen, gaf volop concerten, hield zich bezig met lucratieve opera’s en stichtte onderwijl ook een gezin. Bovendien had Haydn de lat ongehoord hoog gelegd. Zes kwartetten schrijven die zich kunnen meten met de grootmeester, dat was geen taak die je in een maand afrondde! Pas in 1785 was het zover. Mozart had zes kwartetten af, opgedragen aan “zijn dierbare vriend Haydn”, die “de vrucht van een lange en moeizame arbeid” waren.
Deze opdracht werd in dank afgenomen. Haydn, die tijdens verlofmaanden vaak in Wenen verkeerde (zo hadden Mozart en hij elkaar ook leren kennen), hoorde deze kwartetten in het bijzijn van Mozart en diens vader. Tegen de laatste merkte hij op: “Voor God en als eerlijk man kan ik zeggen: uw zoon is de grootste componist die ik persoonlijk of van naam ken. Hij heeft de smaak en vooral de grondigste kennis van het componeren.”
Vandaag draaien we het eerste en het laatste kwartet uit de reeks. Het eerste kwartet, bijgenaamd het Frühlingsquartett, is nog relatief toegankelijk (de naam zegt het al). Het laatste kwartet was anno 1785 echt wel heftige shit. Vooral de langzame inleiding moet erop hebben ingehakt. Duistere harmonieën die nergens naartoe lijken te gaan en niet goed oplossen – het zorgde voor de bijnaam Dissonanzenquartett. Conservatief ingestelde tijdgenoten hoorden er een brevet van onvermogen in. Zie je wel, dat modepopje van een Mozart kan er niks van! Zelfs de elementairste wetten van de muziek worden geschonden! Maar met het compliment van niemand minder dan Haydn op zak hoefde Mozart zich daar niets van aan te trekken.
Afspeellijst
1. Strijkkwartet in G, KV 387 (“Frühlingsquartett”)
2. Strijkkwartet in C, KV 465 (“Dissonanzenquartett”)
Uitvoerenden
Cuarteto Casals: Abel Tomàs Realp (viool), Vera Martínez Mehner (viool), Jonathan Brown (altviool), Arnau Tomàs Realp (cello)
