Sanssouci
za 3 okt 2026 10:00 uur
Mozarts voortijdige testament. De symfonie was een vorm in opkomst, een muziekgenre die alle componisten – mede dankzij het baanbrekende werk van Haydn – ten zeerste bezighield. Mozart net zo goed. Alleen: hij had in Wenen geen baan als kapelmeester van een groot orkest of zo. Zodoende had hij in zijn Weense tijd meestal geen symfonieën te schrijven. Pakte hij het genre toch op, dan was dat steevast buiten de eigen stad. Zo onstonden de Linzer symfonie en de Praagse symfonie. In 1788 ging het even anders. In zes weken tijd schreef Mozart ineens drie symfonieën achter elkaar, de 39e, de 40e en de 41e. Voor uitvoering in Wenen? Geen idee, we zouden niet weten welke. We weten niet eens of Mozart deze werken überhaupt gehoord heeft. We denken van wel, want kort na zijn dood waren de drie werken al wijdverbreid. Dat kan alleen als iemand ze met een bepaald doel gekopieerd heeft. Mozart kan de werken bijvoorbeeld hebben gedirigeerd toen hij in 1790 naar Frankfurt reisde. De drie symfonieën zijn Mozarts laatste. Iets wat hij natuurlijk niet kon weten: in de zomer van 1788 was Mozart 32 jaar en nog lang niet ziek. Hij hoopte ook ooit kapelmeester te worden, want uit het vrije kunstenaarsbestaan haalde hij niet zoveel geld meer. De mode van pianoconcerten, die Mozart de jaren daarvoor puissant rijk had gemaakt, was ingestort. Misschien was dat ook reden voor hem om zich weer eens op de symfonie te storten. De drie werken horen bij elkaar: ze vertonen duidelijke overeenkomsten maar ook duidelijke verschillen. De rijpe Mozart wil geen inwisselbare muziek meer schrijven. Een muzikaal probleem mag nooit meer twee keer op dezelfde manier worden opgelost. Dat merken we al meteen aan het begin. Nummer 39 opent met een statige langzame inleiding, waarin geen melodie te bekennen is en waarin het drama 'verteld' wordt door de vaak heel dissonante harmonie. Nummer 40 is een onrustig, maar ook melodisch werk in mineur, teruggrijpend op de Sturm und Drang en vooruitkijkend naar de romanriek. Nummer 41 heeft aan zijn majesteitelijke majeurmuziek de bijnaam 'Jupiter-symfonie' te danken. Een overeenkomst is dat de symfonieën alle drie een menuet hebben. In zijn vorige symfonie, de Praagse, had Mozart zich nog tot drie delen beperkt. Hier grijpt hij weer terug op het vierdelige model van Haydn. Ook in de menuetten zien we een verschillende benadering. Het menuet van de 39e lijkt nog het meest op Haydn: het is in feite een Duitse dans. Het menuet van de 40e is al net zo vertwijfeld als de rest van de symfonie: met al zijn polyfone frasen, die elkaar vaak in dissonanten overlappen, is het bepaald geen zwierige dansmuziek. Wat dat betreft lijkt het derde deel van nummer 41 nog het meest op een traditioneel menuet. Vandaag draaien we twee van de drie late symfonieën. We beginnen met de 40e, zonder het de allerberoemdste stuk uit Mozarts symfonische oeuvre. Daarna draaien we de 39e, om de ochtend vrolijk af te sluiten. Beide uitvoeringen komen uit de Complete Mozart Edition; de Academy of Saint-Martin-in-the-Fields tekende ervoor.