Sanssouci
za 24 okt 2026 10:00 uur
In zijn laatste komische opera spot Mozart met de liefde. Mozart en Lorenzo da Ponte hadden elkaar helemaal gevonden. Twee grote triomfen hadden ze gevierd met Le nozze di Figaro en Don Giovanni. In hun handen was de opera buffa, de Italiaanse komische opera, definitief een volwassen genre geworden, waar je heel serieuze stof mee kon uitdrukken. Bovendien had Mozart hier gevonden wat hij in andere soorten opera tevergeefs zocht: een manier om binnen een opera de eenheid te bewaren, zodat het meer werd dan een serie mooie stukken achter elkaar. In 1787 had de tandem Da Ponte-Mozart al stormerhand Praag ingenomen, maar ook in Wenen bleef men roepen om Figaro. In de zomer van 1789 kwam het tot een nieuwe opvoering van deze opera – een welkome bron van inkomsten voor Mozart, die dat jaar flink in geldnood zat. Vermoedelijk kregen ze toen van keizer Jozef II een opdracht voor nog zo'n opera. Misschien heeft de keizer zelfs het onderwerp aangedragen! De handeling is als volgt: officieren Guglielmo en Ferrando zijn verloofd met de adellijke zussen Fiordiligi en Dorabella, en beiden zijn ze overtuigd dat hun liefjes ze nooit ontrouw zullen worden. De oude filosoof Don Alfonso weet wel beter. De drie sluiten een weddenschap af: om honderd zecchini (gouden dukaten!) zullen Guglielmo en Ferrando hun vrouwen op de proef stellen. Ze moeten zogenaamd naar het slagveld, en terwijl Fiordiligi en Dorabella denken dat hun minnaars weg zijn, zullen zij, verkleed als Albanezen, elkaars liefjes proberen te verleiden. Ook Despina, het dienstmeisje van de twee dames, zit in het complot. Aldus geschiedt. De twee militairen reizen af, tot groot verdriet van hun verloofdes. Dan komen de "Albanezen" ten tonele. In het begin is er nog niet zoveel aan de hand: Fiordiligi en Dorabella zijn zelfs beledigd door de avances van de "vreemde" mannen. Maar gaandeweg komt er toch schot in. Eerst besluiten de vrouwen zich een beetje met de vreemdelingen te amuseren, daarna vallen ze echt voor hen. Aan het eind van het liedje komt Despina, verkleed als notaris, zelfs met een huwelijksakte. Voor de dames en de twee vreemdelingen, die ze pas net kennen! Dan komt het zogenaamde leger weer terug. De dames schamen zich, maar Don Alfonso komt met de moraal: Così fan tutte, zo doen alle vrouwen, jong, oud, mooi, lelijk, dat maakt niet uit. Così werd begin 1790 opgevoerd, maar raakte daarna in de vergetelheid. De romantische negentiende eeuw kon er niets mee. Wagner bijvoorbeeld gruwde zo van de stof, dat hij niet meer nuchter naar de muziek van Mozart (die hij beslist wel bewonderde) kon kijken. De zakelijke twintigste eeuw kon beter met deze opera uit de voeten, en er zijn dan ook vele opvoeringen en opnames geweest. Maar in onze tijd zullen velen de stof vrouwonvriendelijk vinden. Een opera waarvan de moraal luidt "trouwe vrouwen bestaan niet", kun je die nog met goed fatsoen op toneel brengen? Los van onze eigen mening: daarmee ga je voorbij aan de essentie van de opera. Mozart en Da Ponte wilden in de eerste plaats spotten met de verheven moraal uit de opera seria, de verheven opera van de adel. Daarin is het altijd onvoorwaardelijke liefde en eeuwige trouw wat de klok slaat – niets waarin gewone mensen zich konden herkennen. De ontrouw in deze opera is voor de achttiende-eeuwer gewoon iets menselijks. Mensen zijn van vlees en bloed, die handelen daarnaar. En niet alleen vrouwen. In het eerste bedrijf zegt Despina tegen haar twee bazinnen: "Verwacht u soms trouw van een man? Laat staan van een soldaat?" Mannelijke ontrouw is zo vanzelfsprekend, daar hoeft niet eens een opera over geschreven te worden. Er is een heel goede reden om, ondanks het ideologische verschil, naar Così te luisteren. Juist in deze opera komt Mozart het dichtste bij zijn ideaal om van een opera een coherent muziekstuk te maken. Muziekwetenschappers hebben gewezen op een groot meesterplan waarin bijna elk nummer zijn plaats heeft. Mozart kiest steeds precies de goede toonsoort om de aria's met elkaar te verbinden en zo toe te werken naar het laatste nummer, waarin de oorspronkelijke toonsoort weer terugkomt. Iets wat natuurlijk ook de medewerking van Da Ponte vereist; het bewijst maar weer hoe goed de twee anno 1789 elkaar begrepen en aanvoelden. Het is dan ook zonde dat we in dit programma maar een deel van deze ca. drie uur durende opera kunnen laten horen… • Deze selectie omvat de volgende muziek. Om te beginnen de ouverture. Vlotte muziek vertelt ons dat er een zorgeloos stuk aan zit te komen – en dat er aan de ontrouw van Floortje en Doortje niet zo zwaar getild wordt. Daarna horen we "Bella vita militare", een koor op militaire marsmuziek. Don Alfonso heeft duidelijk kosten noch moeite gespaard om het vertrekt van de heren in scène te zetten… • Een derde moment is het onderonsje van Despina met haar twee bazinnen, als de mannen net "vertrokken" zijn. Ze zegt het onomwonden: ik zou me maar een beetje amuseren, die mannen zijn tenslotte ook niet trouw. Natuurlijk zit ze mee in het complot, maar het is veelzeggend: ondanks haar nederige afkomst en jonge leeftijd is ze net zo wijs als Don Alfonso – en een stuk wijzer dan de edellieden die haar omringen. Ze speelt later ook haar rol als notaris en zelfs (in een fragment dat we trouwens niet laten horen) als dokter. Voor een dienstmeisje heeft ze heel wat in haar mars! Zoiets kan alleen in een opera buffa… • Ferrando lijkt even later niet te weten dat hij in een komische opera zit. Na de eerste beproevingen gelooft hij nog in de trouw van zijn liefje. Hij gebruikt grote woorden: met de liefde krijgt de ziel geestelijk voedsel, en is er geen eten meer nodig. Deze aria, "Una aura amorosa", is interessant. De tekst is een pastiche van Metastasio (de grote rijmelaar van opera seria-libretti die bijna de hele achttiende eeuw populair bleven), en Mozart voorziet die van typische seria-muziek waarin de tijd stil komt te staan. Terwijl wij wel beter weten… • Dan komt het tweede bedrijf. Daaruit horen we eerst een duet van Fiordiligi en Dorabella. In "Prenderò quel brunettino" geven ze aan elkaar toe dat ze toch wel iets in die "Albanezen" zien. Kom, laten we een lolletje met ze beleven. Verderop in de akte worden de lolletjes langzaam serieuzer. Dorabella zwicht als eerste. Ze zingt een duet met Guglielmo, "Il core, vi dono". Fiordiligi twijfelt nog wat langer, en zingt dat van zich af in het rondo "Per pietà, ben mio, perdono". Maar uiteindelijk is er geen houden meer aan. Beide vrouwen stemmen toe in een huwelijk. Binnen één dag! (Tja, een opera kan natuurlijk geen maanden duren…) Don Alfonso kondigt het bruidsmaal aan en "notaris" Despina komt met de akte binnen. Op het moment dat ze die willen tekenen, klinkt de militaire muziek weer: het "leger" komt terug! O, wat nu? De Albanezen moeten worden verborgen voor de twee mannen. Maar dat blijkt niet nodig, want wat wij al wisten, wordt nu ook aan Fiordiligi en Dorabella onthuld: ze zaten al die tijd te koketteren met elkaars mannen! Eerst schamen ze zich dood, maar dan wijzen Alfonso en Despina op de moraal van het verhaal. Een lange finale met een happy end – een kolfje naar Mozarts hand. Afspeellijst • Wolfgang Amadeus Mozart, Così fan tutte, KV 588: • ouverture • "Bella vita militare • "Signora Dorabella, Signora Fiordiligi – In uomini, in soldati sperare fedeltà?" • "Una aura amorosa" • "Prenderò quel brunettino" • "Il core, vi dono" • "Per pietà, ben mio, perdono" • Finale Akte II • Uitvoerenden • Amanda Roocroft, Fiordiligi • Rosa Mannion, Dorabella • Rodney Mannion, Guglielmo • Rainer Trost, Ferrando • Eirian James, Despina • Carlos Feller, Don Alfonso • The Monteverdi Choir en The English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner