Sanssouci | Concertzender | Klassiek, Jazz, World en meer
Search for:
spinner

Sanssouci

De oude Bach was uit de mode, maar nog lang niet vergeten!

Johann Sebastian Bach overleed in 1750. Hij gold als een van de beste organisten ter wereld en als verdienstelijk, maar zo onderhand behoorlijk ouderwets componist. Feitelijk had het rococo, de vrolijke en ongecompliceerde nieuwe stijl, het allang gewonnen.

Mozart moest toen nog geboren worden, en eerdat hij begon met klavierspelen zijn we minstens tien jaar verder. Intussen is Bach vooral nog bekend als de vader van zijn componerende zoons, die wereldsterren zijn geworden.

Ook Mozart dacht bij de naam ‘Bach’ in de eerste plaats aan die zoons, zoals we uit zijn brieven duidelijk kunnen opmaken. Toch heeft hij de muziek van Johann Sebastian zeker gekend. Als je componist en/of klavierspeler wilde worden, moest je de fuga onder de knie krijgen, en op dat gebied ging er nog altijd niets boven de oude Bach. Het is dan ook een mythe dat Bach na zijn dood in de vergetelheid raakte. Hij doorstond de tand des tijds beter dan generatiegenoten als Telemann en Vivaldi, van wie Mozart waarschijnlijk nooit gehoord heeft!

Later, in Wenen, kwam Mozart nog veel intensiever met vader Bach in aanraking. Daar woont namelijk baron Van Swieten, een rijke en gulle mecenas van Nederlandse afkomst, die veel van barokmuziek houdt. In huize Van Swieten wordt veel barokmuziek gespeeld, en de baron laat Weense componisten ook moderne versies van barokke meesterwerken maken. Mozart houdt er een paar mooie opdrachten aan over.

Het dichtstbij komt Mozart in 1789, als hij door Duitsland toert. In Leipzig, de stad waar Bach de laatste 27 jaar van zijn leven sleet als Thomascantor, wordt ook de kerkmuziek van de oude meester nog in ere gehouden. Mozart krijgt de muziek van een Bachmotet onder ogen. Na afloop bestudeert hij de muziek. Zijn reactie is veelzeggend: “Daar valt nog wat van te leren!” Een compliment dat Mozart bepaald niet gauw gaf…

In deze Sanssouci horen we verschillende raakpunten tussen de twee grootmeesters van de achttiende eeuw. We horen natuurlijk Singet dem Herrn ein neues Lied, het Bachmotet waarvan Mozart zo onder de indruk was, maar ook een fuga van Mozart voor orgel, helemaal in barokstijl. Traditioneel wordt het stuk in Mozarts Weense tijd geplaatst, maar er zijn ook musicologen die denken dat Mozart het werk al rond zijn 17e heeft geschreven. Opvallend is dat de fuga, zoals wel meer van Mozarts orgelwerken, niet af is. Waarschijnlijk kwam dat doordat Mozart, zoals de meeste organisten, zijn muziek improviseerde. Het leeuwendeel van zijn muziek voor orgel heeft hij nooit opgeschreven. Als hij dan toch een fuga uitschreef, dan kon Mozart ter plekke wel een slot improviseren als het eenmaal op gang was. Op papier afmaken was dus niet nodig. Dat heeft de negentiende-eeuwse theoreticus Matthias Stadler voor ons gedaan.

Voor baron Van Swieten bewerkte Mozart zes fuga’s voor strijktrio – vijf van vader Bach, één van Wilhelm Friedemann Bach, de oudste Bachzoon die nog met één been in de barok stond. Mozart voorzag de werken van nieuwe preludia, vermoedelijk van hemzelf. We laten er vandaag drie horen, waaronder die ene van Friedemann.

Het is natuurlijk interessant om Mozart muziek van Bach te horen bewerken, of om te horen hoe hij Bach imiteert. Interessanter wordt het echter als Mozart met Bachs stijl aan de haal gaat: als hij diens invloed  gebruikt voor zijn eigen muziek. Tot op zekere hoogte konden we dat de afgelopen weken horen in de Veertigste symfonie of in de Achttiende pianosonate. Intenser horen we het in Mozarts Fantasie voor mechanisch orgel in f, KV 608.

Mozart kreeg aan het eind van zijn leven een paar opdrachten van een zekere graaf Deym. Deze graaf had een mausoleum laten bouwen ter nagedachtenis aan een veldmaarschalk Laudon. Daarin stond een peperduur mechanisch orgel, waarvoor hij verschillende componisten muziek liet schrijven. Ook Mozart viel de eer te beurt. Hij nam die opdracht met weerzin aan: het instrument had geen deugdelijke bassen en al die hoge pijpjes vond Mozart geen gehoor. Maar de muziek die hij ervoor schreef is allerminst popperig. Drie werken schreef Mozart voor dit instrument. In deze fantasie horen we de invloed van Bach het sterkst terug. Ook op zijn tijdgenoten maakte dit werk indruk, want zes jaar later was dit werk – “dat alles wat er voor dit instrument is geschreven verre overtreft”, aldus een tijdgenoot – nog steeds in gebruik. Ten slotte werd het orgel toch ontmanteld en de cilinder ging verloren. Gelukkig heeft een anonieme weldoener de muziek overgeschreven, zodat ze nu – zij het met enige moeite – op gewoon orgel door een organist van vlees en bloed kan worden gespeeld.

We sluiten af met het Adagio en fuga in c. Dit werk bestaat uit twee versies: één voor twee klavieren en één voor strijkkwartet of strijkorkest. De ontstaansgeschiedenis is bijzonder. Eerst schreef Mozart de fuga voor twee klavieren, vermoedelijk voor een uitvoering met zijn zus Nannerl. Die fuga bewerkte hij voor strijkers. Onder het bewerken kwam de langzame inleiding in hem op, die hij uitschreef – en vervolgens weer voor twee klavieren bewerkte.

Het stuk liegt er niet om. Het is een fuga naar de principes van Bach, maar Mozart gaat veel verder. De dissonanten en de chromatiek zijn soms extreem; Bach had dit nauwelijks geschreven kunnen hebben. Maar als Mozart klinkt deze muziek bepaald ook niet. Wie naar Mozart luistert voor de zorgeloze sfeer en de immer vloeiende melodieën komt bedrogen uit! Maar we horen wel een dijk van een stuk. Mozart was voor geen kleintje vervaard en opgewassen tegen elke muzikale taak, zo wordt eens te meer duidelijk.

Afspeellijst

1. Johann Sebastian Bach / Wolfgang Amadeus Mozart – Prelude en fuga in g, BWV 883 / KV 404a nr. 2
2. Johann Sebastian Bach / Wolfgang Amadeus Mozart – Prelude en fuga in F, BWV 882 / KV 404a nr. 3
3. Wilhelm Friedemann Bach / Wolfgang Amadeus Mozart – Prelude en fiuga in f, Fk. ? / KV 404a nr. 6
4. Wolfgang Amadeus Mozart / Matthias Stadler – Fuga in g, KV 401
5. Johann Sebastian Bach – Singet dem Herrn ein neues Lied, BWV 225
6. Wolfgang Amadeus Mozart – Fantasie in f, KV 608
7. Wolfgang Amadeus Mozart – Adagio en fuga in c, KV 546

Uitvoerenden

Rémy Baudet (viool), Staas Swierstra (altviool), Rainer Zipperling (cello) (1, 2, 3)

Jan en David Jansen (4, 6)

Gaechinger Cantorey o.l.v. Hans-Christoph Rademann (5)

Philharmonia Orchestra o.l.v. Otto Klemperer (7)

Samenstelling:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan