spinner

Thema

za 30 mei 2009 13:00 uur

Oorgetuige #7: Sergej Koesevitski. Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de twintigste eeuw. Sergej Koesevitski werd in 1874 geboren in een muzikaal maar arm joods gezin in V√Ĺsjni Volotsj√≥k bij Tver. Hij kon met een beurs in Moskou contrabas en muziektheorie studeren, werd bassist in het orkest van het Bolsjoj Theater en debuteerde in 1901 als solist. In 1905 vertrok hij met zijn tweede vrouw naar Berlijn om zich als dirigent verder te bekwamen bij Arthur Nikisch. Met het vermogen van zijn vrouw betaalde hij de gokschulden van zijn leraar. In 1909 keerde de contrabassist terug naar zijn geboorteland als dirigent, maar ook als een belangrijke katalysator voor nieuwe muziek.

‚ÄėAlles ter nagedachtenis aan jou‚Äô. Deze dichtregel van Aleksandr Poesjkin uit 1825 gaf dichteres Anna Achm√°tova als motto mee aan haar Noordelijke Elegie√ęn, een gedichtencyclus die ze schreef in een van de zwartste perioden van haar land en haar leven, tussen 1940 en 1955. We zitten daarmee ineens in het hart van Rusland in de twintigste eeuw, in de Sovjet-Unie tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog; en met deze twee grote Russische dichters proberen we ook de ziel van Rusland te naderen. Want, zoals Aleksandr Herzen zei na lezing van Gogols Dode Zielen: ‚ÄúDe Russische ziel had in potentie veel te bieden.‚ÄĚ ¬†
Russische muziek van de twintigste eeuw, deel 7:  Sergej Koesevitski.
De machtigste Russische muziekuitgever was toen houtmagnaat Mitrofan Belj√°jev, de mecenas van het Machtige Hoopje. Beljajev opende ook in Leipzig een vestiging (de latere Editions C.F. Peters) om de belangen van zijn proteg√©s in West-Europa te behartigen. Maar ‚ÄėWesterse‚Äô Russen kwamen er bij Beljajev niet in. Koesevitski‚Äôs initiatieven kwamen dan ook als een bevrijding voor componisten als Rachmaninov en Skrjabin en hun compositieleraar Sergej Tanejev, die zelf weer een leerling was geweest van Tsjajkovski.
Dankzij de voorschotten van Koesevitski kon Skrjabin zich volledig aan compositie wijden. Zo voltooide hij het werk waaraan hij ‚Äėdag en nacht‚Äô had gewerkt voor het openingsconcert van Sergej Dj√°gilev in Parijs zonder het bijtijds af te krijgen, aldus Dj√°gilevs biograaf Sjeng Scheijen. Le Po√®me de l‚ÄôExtase zou pas twee jaar later in wereldpremi√®re gaan, in Rusland. In 1909 begonnen de ‚ÄúSergej Koesevitski Symfonische Concerten‚ÄĚ in Moskou, met parallel een reeks in Sint-Petersburg bij het Russische Muziek Genootschap. Met zijn eigen symfonieorkest ging Koesevitski op tournee langs steden aan de Volga, waarbij Skrjabin als solist optrad.
Sergej Tanejev ging al eerder door Rusland op tournee als begeleider van violist Leopold Auer.
Voor Koesevitski’s Russisch Muziekuitgevershuis schreef hij de cantate Na de Lectuur van een Psalm op teksten van de religieuze dichter Aleksej Stepanovitsj Chomjakov (1804-1860). Koesevitski voerde het werk in Moskou en in Petersburg uit in het seizoen 1914-1915.
Het was het laatste werk waar Tanejev plezier aan beleefde voor zijn ontijdige dood op 59-jarige leeftijd in 1915. Hij liep een longontsteking op toen hij samen met onder meer Rachmaninov de kist droeg van zijn jongere collega Aleksandr Skrjabin, die slechts 43 jaar oud werd.
 
Aleksandr Nikolajevitsj Skrjabin (1872-1915).
1. Le Poème de l’Extase (Vierde Symfonie), opus 54 (1908).
Radio-Sinfonie-Orchester en het Figuralchor Frankfurt o.l.v. Dmitri Kitajenko.
RCA Classics 74321 20298 2  
Sergej Ivanovitsj Tanejev (1856-1915).
2. Cantate ‚ÄėNa de lectuur van een psalm‚Äô, opus 36 (1915).
Adelina Kozlova, sopraan, Raisa Kotova, mezzosopraan, Joeri Antonov, tenor, Joeri Belokrynkin, bas, Joerlov Staatskoor en het USSR Symfonie Orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov. Russian Disc RD CD 10 044

Samenstelling: