Thema | Concertzender.nl :: Radio
spinner

Thema

Oorgetuige #26: Lenins bruidssluier. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, Russische muziek van de twintigste eeuw. In deze aflevering aandacht voor werken die tot stand kwamen rond of vanwege de dood van Lenin in 1924. De proletarische Victoriabaars vreet zich een weg door al het andere leven, dat verder overwoekerd raakt door de bolsjewistische bodembedekker de bruidssluier, misschien niet toevallig ‘Russian vine’ in het Engels. Toch bevinden we ons nog in de ‘vegetarische jaren’, aldus Anna Achmatova.

Dmitri Sjostakovitsj studeerde in 1923 af als pianist bij Leonid Nikolajev, twee jaar later in compositie bij Maksimilian Steinberg. Zijn vader stierf in 1922 onverwacht en de 16-jarige Dmitri moest gaan bijverdienen als ‘pianist-illjoestrátor’ in de bioscoop. Zijn debuut als componist maakte hij in 1925 in een gezamenlijk Moskous concert met zijn vriend Vissarion Sjebalin. Componist Anatoli Aleksandrov schreef: “Zowel op mijzelf als de andere luisteraars maakten de werken van Sjebalin veel meer indruk dan het werk van zijn collega.” Vanwege de koele ontvangst van zijn werk stond Sjostakovitsj met tranen in de ogen in de coulissen. Een hooggeplaatste militair sprak hem bemoedigend toe. Dit was maarschalk Michajl Toechatsjévski, de ‘rode Napoleon’. 
MosolovIn 1924 werd in Moskou de Vereniging van Eigentijdse Muziek opgericht, de ASM, nog sterk georiënteerd op de westerse avant-garde. Naast Boris Asafjev, Vladimir Sjtsjerbatsjóv en Anatoli Aleksandrov had de ASM veel aanstormende jeugd als lid, zoals Sjostakovitsj en Aleksandr Mosolov (op de foto in 1927), bij ons vooral beroemd om ‘De IJzergieterij’ (‘Zavod’). Mosolov was leerling compositie bij Glière en Mjaskovski en piano bij Prokofjev. Veel van zijn jeugdwerk ging verloren toen zijn tas werd gestolen, de rest ging later in de ban. Hij droeg zijn Twee Nocturnes uit 1926 op aan ASM-voorzitter Vladimir Derzjanovski. U hoort de Georgische pianiste Róesoedan Choentsárija, pupil van pianopedagoog Heinrich Neuhaus, die in 1922 begon aan het Moskous conservatorium, en later van zijn leerling Jakov Zak. Choentsarija onttrok veel van Mosolovs pianowerk aan de vergetelheid.
Een andere ASM-voorman die er niet in slaagde te ontsnappen aan de ‘proletarische’ eisen van zijn tijd was Nikolaj Róslavets. Bij het tienjarig jubileum van de revolutie in 1927 deed hij een poging tot ‘marxistische legitimatie’ met de cantate ‘Oktjabr’, samen op het affiche met Mosolovs Zavod en Sjostakovitsj’ Tweede symfonie. Ondanks al zijn goede wil viel hij ten prooi aan de ‘proletarische’ Victoriabaars die alle andere leven verslond. Hij had drie autobiografieën nodig om uit zijn leven te komen. 
Sergej Protopópov was aan het Conservatorium van Kiev student bij musicoloog Boloeslav Javorski. Zijn drie pianosonates uit de jaren twintig zijn een illustratie van Javorski’s theorie over modaal ritme. In 1931 bleek het ‘modale articulatie-ritme’ in strijd met de noden van de revolutie. De allesoverwoekerende proletarische bruidssluier verstikte Protopopovs creativiteit voor de rest van zijn leven. 
Aleksandr Véprik werd geboren in Balta bij Odessa en groeide op in Warschau. Met de Grote Oorlog vluchtte de familie naar Rusland, waar hij compositie volgde aan de conservatoria van Petersburg en Moskou. Zijn Eerste Pianosonate van 1922 stamt uit de studententijd. Pianist is Jasja Nemtsov, die het werk van veel gedoemde joods-Russische componisten terughaalde naar het moderne repertoire. Veprik maakte in 1927 een tournee door Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk en ontmoette Schönberg, Hindemith, Ravel en Honegger. Zijn werk werd overal in het westen gespeeld en hij dirigeerde zijn Dansen en Liederen van het Getto in 1933 in Carnegy Hall. Kort daarna verdween de ‘joodse nationalist’ en ‘zionist’ naar de goelag. Zijn suite voor viool en piano opus 7 uit 1925 stamt nog uit de ‘vegetarische’ jaren. 
Prokofjev zou pas in 1927 een eerste bezoek brengen aan Bolsjewizië, zoals hij Rusland in zijn Dagboek noemde, voordat hij er in het inktzwarte jaar 1933 weer definitief ging wonen. Na zijn succes bij de Ballets Russes met De Nar was hij in 1923 getrouwd met de sopraan Carolina Codina, beter bekend onder haar theaternaam Lina Llubera. Zij hadden elkaar in Chicago ontmoet en vestigden zich na Parijs in het Beierse Ettal, waar zoon Svjatoslav in 1924 werd geboren, maar zijn moeder hetzelfde jaar overleed. De Vijf Melodieën voor viool en piano, opus 35bis, componeerde Prokofjev in 1925. 
Net zoals Aleksandr Veprik waren een paar van de zeven broeders Krejn bekende exponenten van de ‘joodse school’ in Petersburg. Rachmaninov bracht in 1892 samen met violist David Krejn en cellist Anatoli Brandoekov zijn Trio élégiaque opus 9 in première, ter nagedachtenis aan een groot artiest, Tsjajkovski. David was concertmeester van het Bolsjoj Theaterorkest en aanvoerder van het Stradivarius Kwartet, waarin hij speelde met altviolist Vladimir Bakalejnikov en cellist Viktor Koebatski. Toen hij in 1924 zelfmoord pleegde, componeerde zijn broer Aleksandr Krejn een Aria ‘In Memoriam een groot artiest’, opus 41. Aleksandr Krejn bezat het talent en de souplesse om mee te bewegen met de wispelturige, dodelijke eisen van de tijd.
Op 21 januari 1924 overleed Vladimir Iljitsj Oeljanov, de man die het land als Lenin de nieuwe sovjetwereld had binnengeleid. Krejn componeerde in 1925 zijn Herdenkingsode, die u hoort in een opname van het Berliner Symphoniker met dirigent Christian von Borries. 
Een andere componist die het talent en de souplesse bezat om mee te bewegen met zijn krankzinnige tijd was de Armeense componist Aram Iljitsj Chatsjatoerján, die in 1903 in Tblisi werd geboren. Evenmin als Sjostakovitsj, met wie hij levenslang bevriend was, zou hij zijn moederland als volwassene ooit kennen buiten de donkere sovjettunnel, om met Vladimir Ashkenazy te spreken. Maar beide componisten waren wel in staat nu en dan sprankjes hoop te laten oplichten in het aardeduister. Het is overigens de vraag of dat geldt voor zijn Ode bij Lenins 25ste sterfdag. 
1. Yann Tiersen (1970).
Summer 78 (2003)
EMI 7243 5923532 5
Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
2. Vijf preludes opus 2c (1919-1921).
Vladimir Ashkenazy, piano.
Decca 475 7425.
3. Drie Fantastische dansen opus 5 (1922).
Tatjana Nikolajeva, piano.
Hyperion CDA66620.
4. Aleksandr Vasiljevitsj Mosolov (1900-1973).
Twee nocturnes opus 15 (1926).
Roesoedan Choentsarija, piano.
Melodiya Musica Non Grata 74321 56263 2
5. Nikolaj Andrejevitsj Roslavets (1881-1944).
Trio voor piano, viool en cello nr. 3 (1921):
1. Moderato assai. 2. Allegretto con moto.
Het Moskou Trio: Vladimir Ivanov, viool. Michajl Oetkin, cello. Aleksandr Bondoerjánski, piano.
Le Chant du Monde Russian Season LDC 288 047
6. Sergej Vladimirovitsj Protopopov (1893-1954).
Tweede pianosonate opus 5 (1924).
Thomas Günther, piano.
Cybele SACD 160.404
Aleksandr Moisejevitsj Veprik (1899-1958).
7. Eerste pianosonate (1922).
Jasja Nemtsov, piano.
EDA 016-2
8. Suite voor viool en piano, opus 7 (1925).
Ingolf Turban, viool en Jasja Nemtsov, piano.
SWR 93.028
9. Sergej Sergejevitsj Prokofjev (1891-1953).
Vijf Melodieën voor viool en piano, opus 35bis (1925).
David Oistrach, viool en Vladimir Jampolski, piano.
Brilliant Classics 9056 / 100 Years Oistrakh
Aleksandr Abramovitsj Krejn (1883-1951).
10. Aria ‘In Memoriam een groot artiest’, opus 41 (1924).
Ingolf Turban, viool en Jasja Nemtsov, piano.
SWR 93.028
11. Herdenkingsode bij de dood van Vladimir Iljitsj Lenin (1925).
Berliner Symphoniker olv. Christian von Borries (remastering Frieder Butzmann).
Leonardo Music Journal EMF CD 012
12. Aram Iljitsj Chatsjatoerjan (1903-1978).
Ode in Memoriam Lenin (1949).
Armeens Filharmonisch Orkest olv. Loris Tjeknavorján.
Sanctuary Records CD DCA 946
13. Yann Tiersen (1970).
Goodbye Lenin (2003).
EMI 7243 5923532 5

Samenstelling: