spinner

Thema

ma 20 dec 2010 22:00 uur

Perestrojka #4: Van de kaart deel 3. Werk dat tot stand kwam rond de verbouwing (perestrojka) en ineenstorting (‘destroyka’) van het communisme in Oost-Europa. Muziek van componisten uit landen die van de kaart van Europa verdwenen zijn, uitgevoerd in een stad die niet meer bestaat: registraties van het Derde Internationale Muziekfestival ‘voor humanisme, vrede en vriendschap tussen de volken’ van mei 1988 in Leningrad.

Dame met hondje en beider schepper Anton Tsjechov op de boulevard van Jalta.
We beginnen met Muziek voor strijkers, twee hobo’s, twee hoorns en celesta, gebaseerd op de balletmuziek bij Anton Tsjechovs ‘De Dame met het Hondje’ uit 1986 van Rodjón Sjtsjedrín. Sjtsjedrin is de man van Maja Plisétskaja, prima-ballerina bij het Bolsjoj Theater en inmiddels genaturaliseerd tot Spaans en Litouws staatsburger, wellicht een modern staatkundig spagaat.
Johannes-Bobrowski4.jpgJohannes Bobrowski werd in 1917 geboren in Tilsit, Oost-Pruisen, en doorliep het gymnasium in Königsberg. Veel van zijn poëzie gaat over het landschap in deze contreien, langs de oevers van de Memel, de grensrivier tussen Oost-Pruisen, nu Kaliningrad, en het Russisch keizerrijk, nu Litouwen. Als student in Berlijn raakte hij betrokken bij het verzet tegen de nazi’s, maar hij diende in de Tweede Wereldoorlog bij de Wehrmacht in Polen, Frankrijk en de Sovjet-Unie, waar hij krijgsgevangene werd gemaakt. Na zijn vrijlating in 1949 was hij redacteur in Oost-Berlijn, waar hij in 1965 stierf aan een blindedarm-perforatie.
Prins André Volkonski werd in 1933 in ballingschap in Genève geboren. Als kind speelde hij al aan Sergej Rachmaninov voor. Op het Geneefs conservatorium was hij leerling van Dinu Lipatti, na de terugkeer van zijn familie naar Rusland in Moskou van Joeri Sjaporin. Als modernist volledig in isolement gebracht vertrok hij in 1973 via Genève naar Aix-en-Provence, waar hij in 2008 overleed. Volkonski componeerde in 1992 ‘Was noch lebt…’ op drie gedichten van Johannes Bobrowski: ‘Strandwandelaars’, ‘De Vlakte’ en ‘Taal’. 
Siegfried Matthus werd in 1934 geboren in Mallenuppen, Landkreis Darkehmen in Oost-Pruisen. Tegenwoordig is dat Zadorózj’je, Ozjórski, Kaliningrad, zoals Königsberg in Russische handen ging heten. Matthus werd na de oorlog DDR-burger en studeerde compositie bij Hanns Eisler. Net zoals zijn aristocratische Russische vakbroeder Volkonski zette hij gedichten van Johannes Bobrowski op muziek. In 1984 componeerde hij zijn concert voor pauken en orkest, ‘Het Woud’. Aan dit werk komt geen tekst te pas.
1. Rodjon Konstantinovitsj Sjtsjedrin (Moskou, Sovjet-Unie, 1932).
Muziek voor strijkers, twee hobo’s, twee hoorns en celesta naar de balletmuziek De Dame met het Hondje (1986).
Virtuozen van Moskou olv. Vladimir Spivakov.
Col Legno AU 31806-3 CD.
2. André Michajlovitsj Volkónski (Genève, Zwitserland, 1933 – Aix-en-Provence, Frankrijk, 2008).
‘Was noch lebt…’ voor alt en strijktrio op gedichten van Johannes Bobrowski: Strandgänger, Ebene, Sprache (1992).
Margit Neubauer, alt, en leden van het Museumorkest Frankfurt olv. Constantin Alex.
Wergo WER 6601-2 286 601-2.
3. Siegfried Matthus (Mallenuppen, Oost-Pruisen, 1934).
‘Das Wald’, concert voor pauken en orkest in drie delen (1984).
Leningrad Filharmonisch Orkest olv. Aleksandr Dmitrijev en percussionist Mark Pekarski.
Col Legno AU 31806-6 CD.

Samenstelling: