spinner

Thema

ma 13 dec 2010 20:00 uur

Oorgetuige #29: Heavy metal. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de twintigste eeuw staat vandaag in het teken van heavy metal, de industrialisering.

Direct na de revolutie waren de economische hervormingen nog redelijk liberaal in Lenins Nieuwe Economische Politiek, de NEP van 1921. Na Lenins dood kwamen de vlijmscherpe kanten van de bolsjewistische ambities vanaf 1928 bloot met Stalins Eerste Vijfjarenplan. Ze gingen over staal, over de versnelde industrialisering van de boerenrepubliek, en over de collectivisering.  En ze gingen over lijken, veel lijken.
Kasimir Malevitsj, Maaier op rode achtergrond (1912-13), olieverf. Museum voor Schone Kunsten, Gorki.
Vladimir Desjevov, een leeftijdgenoot van Prokofjev, gold in de jaren twintig als een groot talent. Hij componeerde veel werk voor muziektheater en wilde opvoedkundig aansluiten bij de politieke ontwikkelingen. De opera ‘IJs en Staal’ componeerde hij in 1929 op uitnodiging van de Opera-hervormingscommissie in Leningrad, die op zoek was naar de nieuwe ‘sovjet’-opera. Onderwerp was de opstand van Kronstadt aan het eind van de Burgeroorlog. De personages stonden elk voor een bepaalde klasse: NEP-uitvreters, saboteurs, ruzieschoppers, hoeren en held-arbeiders. De enscenering maakte gebruik van de laatste vondsten van de ‘industrialisering’ van het theater. Het Saarlands Staatstheater bracht in oktober 2007 een reprise van deze opera, die nu op DVD te krijgen is. Daarmee kwam Desjevov weer enigszins terug op de kaart waarop hij eigenlijk alleen nog maar voorkwam met het pianominiatuur ‘Rélsy’, Rails.
Malevitsj ScharensliepHet Vijfjarenplan was zo moordend ambitieus dat een hele mythologie moest verklaren waarom zoveel doelen niet werden gehaald. Bij de industrialisatie kreeg de saboteur een hoofdrol, bij de collectivisering was dat de ‘asociale herenboer’, de ‘koelak’. Het bezit van een koe of varken was voldoende om uitvreter te zijn.
Kasimir Malevitsj, De scharensliep (1912), olieverf. Yale University Art Gallery.
Dit bloedige sprookje kreeg zijn doorvertaling naar de kunsten, waar ‘proletarische kunstenaars’ het primaat verwierven over internationaal geöriënteerde ‘formalisten’ en ‘vijanden van het volk’. Wie overleefde en niet vluchtte, ging (gedwongen) binnenslands de achterlanden in, op etnomusicologisch onderzoek.
Alexander_Mosolov_1927.jpgAleksandr Mosolov componeerde de Vijfde Pianosonate in 1925, voor hij zijn smeekbedes schreef aan Stalin en rondreizen begon door Turkmenistan en Tadzjikistan.
Sergej Prokofjev probeerde datzelfde jaar in Parijs ‘het beste van twee werelden’ te combineren in zijn nieuwe ‘sovjetballet’ voor Djagilevs Ballets Russes ‘Le pas d’acier’, wat zoveel betekent als ‘Dans van staal’.  Hij had het bedacht als een ballet dat zowel goed was voor West als voor Oost: een beetje revolutionair, maar net niet té. 
In zijn streven ook het sovjetballet van de grond te krijgen nodigde het Leningrads Academisch Theater voor Opera en Ballet in 1929 Dmitri Sjostakovitsj uit om muziek te componeren bij ‘Dynamiade’. Dit bekroonde ballet van filmregisseur Aleksandr Ivanovski met eigentijdse thematiek probeerde bepaald niet om Oost en West te verzoenen. Het sportieve thema sprak de jonge voetbalfanaat Sjostakovitsj aan, het libretto stemde hem minder vrolijk. In een West-Europese stad vindt een industrie-expositie plaats met de naam ‘De Gouden Eeuw’. Onder het publiek zijn twee voetbalteams: een fascistisch, westers eskadron en een heldhalftige sovjetformatie. De muziek, waar ook de beroemde Tahiti-Trott onderdeel van is, moest “geen begeleiding zijn, maar actief deelnemen aan de handeling”. Die handeling verdween al na een seizoen weer van de podia.
Eenzelfde lot was het volgende ballet beschoren, een kinderlijke sabotagegeschiedenis waarvan Sjostakovitsj de plot als volgt beschreef aan zijn vriend Ivan Sollertinski: “De inhoud van het ballet ‘Bij de Nieuwe Machine’ is erg thematisch. Er was een machine, en die begaf het (probleem van slijtage). Daarna werd hij gerepareerd (afschrijving en opwaardering), en ze kochten ook maar meteen een nieuwe. Daarna danst het hele gezelschap om de nieuwe machine. Apotheose. Het hele geval vergt drie bedrijven.” Dit ‘hele geval’ kwam als ‘De Bout’ op de planken en wordt in de uitzending weer ontmanteld tot de balletsuite.
‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’ Deze dichtregel van Aleksandr Poesjkin uit 1825 gaf dichteres Anna Achmátova als motto mee aan haar Noordelijke Elegieën, een gedichtencyclus die ze schreef in een van de zwartste perioden van haar land en haar leven, tussen 1940 en 1955. We zitten daarmee ineens in het hart van Rusland in de vorige eeuw, in de Sovjet-Unie tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog; en met deze twee grote Russische dichters proberen we ook de ziel van Rusland te naderen. Want, zoals Aleksandr Herzen zei na lezing van Gogols Dode Zielen: “De Russische ziel had in potentie veel te bieden.”
1. Aleksandr Vasiljevitsj Mosolov (1900-1973).
‘Zavod’ (Fabriek), de IJzergieterij, opus 19 (1926-28).
USSR Symfonieorkest olv. Jevgeni Svetlanov.
Melodiya Musica Non Grata 74321 56263 2
2. Leonid Aleksejevitsj Polovinkin (1894-1949).
Les Attraits (Magneten), 4 stukken voor piano (1933): 
a. Afscheidsblikken, b. Onrust, c. Oekraïens volksliedje, d. Volkslied.
Anait Karpova, piano.
Fuga Libera FUG555 2
3. Vladimir Michajlovitsj Desjevov (1889-1955).
Rails opus 16 (1927).
Oleg Malov, piano.
Melodiya Musica Non Grata 74321 49955 2
4. Aleksandr Vasiljevitsj Mosolov (1900-1973).
Pianosonate nr. 5 in d, opus 12 (1925).
Roesoedan Choentsarija, piano.
Melodiya Musica Non Grata 74321 56263 2
5. Sergej Sergejevitsj Prokofjev (1891-1953).
Suite uit Le Pas d’Acier (Dans van staal), opus 41 (1925).
USSR Ministerie van Cultuur Staatssymfonieorkest olv. Gennadi Rozjdestvenski.
Olympia OCD 103
Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
6. Suite uit balletmuziek De Gouden Eeuw opus 22a (1929).
Nationaal Oekraïens Symfonieorkest olv. Theodore Kuchar.
Brilliant Classics 6735.
7. Suite uit balletmuziek De Bout opus 27a (1930).
Nationaal Oekraïens Symfonieorkest olv. Theodore Kuchar.
Brilliant Classics 6735.
8. Aleksandr Vasiljevitsj Mosolov (1900-1973).
‘Zavod’ (Fabriek), de IJzergieterij, opus 19 (1926-28).
USSR Symfonieorkest olv. Jevgeni Svetlanov.
Melodiya Musica Non Grata 74321 56263 2

Samenstelling: