spinner

Thema

ma 8 aug 2011 20:00 uur

Oorgetuige #37: Eeuw als een wolfshond. Deze aflevering van ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw, is gewijd aan de ‘eeuw als een wolfshond’, een zin ontleend aan een gedicht van Osip Mandelstam uit 1931.

Nina Targan Mouravi leest het origineel en haar vertaling, zoals opgenomen in haar tweetalige bundel ‘Europa’s tedere handen’.
Een Oekraïnse zanger die nooit in de Sovjet-Unie zou leven, maar wel overal in het Russische keizerrijk, was Pjotr Lesjtsjenko. In Boekarest vierde hij met zijn Litouwse vrouw Zinaida Zakit successen in hun cabaret als de ‘Oosterse Maxim’. Hij zingt ‘Tokkel op de gitaar’ en ‘Ga niet weg’, in opnames van 1931.
Logo Sats theaterMet componist Leonid Polovinkin maakten we al kennis in de uitzending over de ‘vegetarische jaren’. Stephan Schleiermacher speelt zijn Foxtrot uit 1925. Polovinkin was actief lid van de Associatie voor Hedendaagse Muziek ASM, samen met componisten als Mosolov, Popov, Roslavets en Sjostakovitsj. Deze componisten mochten allemaal nog hun feestelijke bijdrage leveren aan de tiende verjaardag van de Oktoberrevolutie. Maar na 1927 kwamen ASM’ers (vaak letterlijk) onder vuur te liggen van de rivaliserende, proletarische RAPM. Het was niet symbolisch dat Polovinkin zijn pianosonate van 1929 de Laatste Sonate noemde. Vervolgens meed hij alle politieke activiteit en concentreerde zich in de luwte op zijn werk bij het Moskous Kindertheater van Natalja Sats. Uit de muziek bij hun multimediale productie ‘Pro Dzjóeboe’ (1929) stelde hij in 1936 de pianosuite ‘Dzjóeba’ samen, die nu wordt gespeeld door Sats’ achterkleindochter Anait Karpova. De Suite voor 2 piano’s componeerde Polovinkin tien jaar later, na de Grote Terreur en de verwoestende wereldoorlog. Toch blijft hij in dezelfde ‘classicistische’ sferen.
Dmitri Sjostakovitsj componeerde veel muziek bij films van Sergej Jóetkevitsj. Het verhaal van Gouden Bergen uit 1931 begint vóór de revolutie. ‘Als ik maar gouden bergen had gehad’ was een populair volksliedje, dat in de film wordt gezongen door een boerenzoon die naar Petersburg trekt op zoek naar geluk. In de introductie lijkt een strafexpeditie op pad te gaan. De wals werd zo populair dat transcripties volgden voor fanfare, jazzband en piano. Sjostakovitsj speelde hem vaak als toegift. De fuga begeleidt kolonnes arbeiders die opmarcheren naar Bakoe en Petersburg. Tsaristische troepen openen het vuur, aanzet tot de begrafenismars. In de finale gebruikt de componist de slotmaten van zijn derde symfonie, De Eerste Mei.
De Pools-Litouwse componist Vytautas Bacevičius, de oudere broer van de componiste en violiste Grażyna Bacewicz, volgde zijn muziekopleiding in Lodz, Kaunas en Parijs, waar hij les had van Nikolaj Tsjerepnin. Hij trad overal in Europa op en was in 1939 op tournee in Zuid-Amerika toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Afgesneden van de thuisreis werd hij in New York muziekleraar. Als componist raakte hij dubbel tussen wal en schip: zijn werk beviel niet in de VS maar ook niet in zijn nieuwe vaderland, de Sovjet-Unie. Voor zijn vertrek uit de oude wereld maakte hij zijn Litouwse periode door, waarvan ook zijn Eerste Pianoconcert op Litouwse thema’s uit 1929 getuigt.
Met zijn Twaalfde Symfonie, ‘Kolchoz’, vierde Nikolaj Mjaskovski de vijftiende verjaardag van de Oktoberrevolutie, die als waterscheiding klinkt in het tweede deel, Presto Agitato. De symfonie bezingt de hervormingen op het platteland; een massamoord op ‘koelakken’ die de geschiedenis in is gegaan als de Collectivisering.
Wij besluiten deze Oorgetuige met drie zangeressen die tot de absolute top van de sovjet-pop behoorden in deze jaren van de ‘eeuw als een wolfshond’. Isabella Jóerjeva opent met ‘Turkooizen Ringen’, Claudia Sjoelzjénko zingt daarna ‘Straal van afscheid’ en Lidia Roeslánova besluit met ‘De Eeuwenoude linde’.
Osip Emiljevitsj Mandelstam (1891-1938).
1. ‘Om de roemrijke moed der toekomstige tijd’.
2. ‘Za velikoejoe doblestj grjadoesjtsjich vekov’.
Vertaling en voordracht: Nina Targan Mouravi.
Uitgeverij Azazello.
3. Za gitarni perebor (“Tokkel op de gitaar”; zigeunerromance; opname 1931)
4. Ne Oechodi (“Ga niet weg”; tango; opname 1931)
Pjotr Lesjtsjenko (1898-1954), bariton.
Oriente Music RIEN CD 12.
Leonid Aleksejevitsj Polovinkin (1894-1949).
5. Foxtrot (1925).
Steffen Schleiermacher, piano.
Hat[now]ART 115.
6. Suite ‘Dzjoeba’ (1936): I. Introduction, II. Ville d’Eau, III. Le Nègre, IV. Scène de Jongleurs et Valse Mélancholique, V. Danse avec le Coussins.
Anait Karpova, piano.
Fuga Libera FUG555 2.
7. Suite voor 2 piano’s (1947): I. Mars, II. Wals, III. Humoreske.
Adolf en Michail Gottlieb, piano.
Melodiya Musica Non Grata 74321 49955 2.
8. Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
Suite uit de muziek ‘Gouden Bergen’ (Zlatye Gory), opus 30a, bij de gelijknamige film van Sergej Joetkevitsj (1931): I. Introductie, II. Wals, III. Fuga, IV. Begrafenismars, V. Finale.
Nikolaj Stepanov, hawaïgitaar, Loedmila Goloeb, orgel, en het USSR Ministerie van Cultuur Symfonieorkest olv. Gennadi Rozjdestvenski.
Melodiya 74321 59058 2.
9. Vytautas Bacevičius (Lodz 9.9.1905 – New York 15.1.1970)
Pianoconcert nr. 1 op Litouwse thema’s (1929)
Aidas Puodžiukas, piano, en het Litouws Staatssymfonieorkest olv. Martynas Staškus.
TOCC 0049.
10. Nikolaj Mjaskovski (1881-1950).
Symfonie nr. 12 in g, opus 35, ‘Kolchoz’ (1931-1932): 1. Andante, 2. Presto Agitato, 3. Allegro Festivo e Maestoso.
Tsjechoslowaaks Symfonieorkest (Bratislava) olv. Robert Stankovsky.
Naxos Marco Polo 8.223302.
11. ‘Turkooizen ringen’ (Birjoezobyje koletsjki), volksliedje.
Isabelle Joerjeva.
12. A. Tsfasman, ‘Straal van afscheid’ (Prosjtsjaljny loetsj).
Klavdija Sjoelzjenko en het Jazzorkest A. Tsfasman.
13. ‘De eeuwenoude linde’ (Lipa vekovaja), volksliedje.
Lidija Roeslanova, Harmonieorkest Saratov olv. V. Maksakov.
Mezjdoenarodnaja Kniga Moezyka MKM 210.
Met dank aan Nina Targan Mouravi.

Samenstelling: