Thema | Concertzender.nl :: Radio
spinner

Thema

Oorgetuige #39: het socialistisch realisme. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw is vandaag gewijd aan de nieuwe staatsdoctrine voor de kunsten die in 1932 in huize Gorki werd geformuleerd. Stalin sprak thuis bij ‘staatsschrijver nr. 1’ Maksim Gorki met schrijvers over hun missie, en doopte hen toen ‘ingenieurs van de ziel’. Het grote sleutelen van deze ingenieurs om tot ‘socialistisch-realistische’ kunstwerken te komen, kon beginnen.

Anait Karpova speelt twee humoresken van Leonid Polovinkin, een componist die in de vegetarische experimenteertijd actief was in de kosmopolitische Associatie voor Hedendaagse Muziek ASM. 
Een ander ASM-lid, Vsevolod Zaderatski, is nagenoeg onbekend. Dat komt volgens zijn zoon omdat hij het grootste deel van zijn leven een paria was, gearresteerd, gevangen of verbannen. Zaderatski werd in 1891 geboren in Rovno, nu Oekraïens Wolynië. Zijn vader was spoorwegingenieur, zijn moeder stamde van verarmde Poolse adel, maar was muzikaal. Zijn jeugd bracht hij door in Koersk, waar zijn vader directeur was van de Zuid-Westspoorlijn. Na het gymnasium studeerde hij in Moskou piano, compositie en directie, bij onder meer Sergej Tanejev. Tegelijk voltooide hij de studie rechten. In 1916 moest hij het leger in en promoveerde tot tweede luitenant bij de ingenieur-generaal, componist César Cui. Zaderatski was in 1914 getrouwd met medestudente piano Natalja Pasetsjik. Na de Oktoberrevolutie vond hij het beter dat zijn vrouw en zoon Rusland verlieten. Ze gingen naar Frankrijk en hij zou ze nooit meer terugzien.
 
Pas een halve eeuw later werd duidelijk dat de stelselmatige vervolgingen van Zaderatski door de bolsjevieken niet zozeer waren ingegeven doordat hij in de Burgeroorlog meevocht met de witte generaal Denikin, maar het feit dat hij in 1915 en 1916 wekelijks muziekles gaf aan tsarevitsj Aleksej. Ljoebov OrlovaVerbannen naar Rjazan kon hij aanvankelijk piano- en muziekles blijven geven en was hij dirigent van het theaterorkest ter plekke, totdat in 1926 zijn eerste arrestatie volgde. Hij zat twee jaar in een kamp, maar kon daarna zelfs in Moskou wonen. Hier componeerde hij als een bezetene, werkte bij de Sovjetradio en raakte bevriend met bekende kunstenaars als actrice Ljoebov Orlova (foto) en pianist Lev Mironov van het Stanislavski-trio. In deze tijd schreef hij ook de 24 preludes die pianist Jasja Nemtsov speelt.
Zaderatski 2In de vijf jaar in Moskou werd hij ook lid van de ASM en kwam daarmee in beeld van de RAPM. Volgens hem was dat ‘een grap van internationaal formaat’ met ‘muzikale demagogen en charlatans’ als lid. Hij werd in 1934 naar Jaroslavl verbannen, waar hij zijn tweede vrouw ontmoette. Ook hier speelde hij een prominente rol in het lokale muziekleven, totdat hij in 1937 werd opgepakt. Ditmaal verdween hij naar de Noordoost-goelag bij Magadan, waar gevangenen in de permafrost van de Kolyma-vallei zochten naar goud, diamant en uranium tot ze er de dood vonden. Toen hij bij de grote amnestie in 1939 uitgemergeld weer in de straten van Magadan verscheen, had hij volgekrabbelde papiertjes muziek bij zich. U hoort dus nog meer van hem. 
Dmitri Sjostakovitsj voltooide zijn eerste 24 preludes in 1933. Hij had daarna flink doorgewerkt aan zijn eerste pianoconcert, dat daarmee in lijn was. Biograaf Krzysztof Meyer vindt opvallend dat hij in deze periode, waarin hij werkte aan zijn grote opera Lady Macbeth, in andere composities afstand hield van de actualiteit. Sjostakovitsj, ook een ASM-lid, bracht zijn nieuwe Concerto voor piano, trompet en strijkers in c, opus 35, zelf met veel succes in Moskou in première. 
PopovZijn vriend en lotgenoot Gavriil Popov noteerde al in november 1926 in zijn dagboek dat hij op zoek was naar een ‘theatraal-muzikale (symfonische) vorm’. In augustus 1929 waren de eerste twee delen van zijn Eerste Symfonie gereed. Hij schreef: “Mijn symfonie gaat over drie stadia van groei, van psychische ontwikkeling. Maar het zou vruchteloos zijn om ze in woorden te willen vangen.” Na de voltooiing een halfjaar later noteerde hij desondanks: “Ik draag deze symfonie op aan mijn vader, een arbeider en frontstrijder voor de proletarische cultuur. Zij gaat over 1) strijd en mislukking, 2) humaniteit, 3) de energie, wil en vreugde van het werk van de overwinnaar.”
Nog voor de première won het werk al de tweede prijs in een wedstrijd van het Bolsjoj Theater en de Komsomolskaja Pravda om een werk bij de vijftiende verjaardag van de Oktoberrevolutie. In maart 1935 volgde de eerste uitvoering in Leningrad en de volgende dag volgde een permanent verbod omdat het werk een weergave was van “de ideologie van klassen die ons vijandig zijn”. 
Leonid Aleksejevitsj Polovinkin (1894-1949).
1. Humoreske (1933), 
2. Humoreske nr. 2 (1937).
Anait Karpova, piano.
Fuga Libera FUG555.
3. Vsevolod Petrovitsj Zaderatski (Rovno, 21.12.1891 – Lviv, 1.2.1953).
Vierentwintig preludes voor piano (1934). 
Jasja Nemtsov, piano.
Profil Hänssler PH 09040. 
4. Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
Concerto voor piano, trompet en strijkers in c, opus 35 (1933): 1. Allegro moderato, 2. Lento, 3. Moderato, 4. Allegro con brio.
Dmitri Sjostakovitsj, piano en het Orchestre National de la Radiodiffusion Française olv. André Cluytens.
EMI 7243 5 62646 2 5.
5. Gavriil Nikolajevitsj Popov (1904-1972).
Symfonie nr. 1, opus 7 (1934): 1. Allegro energetico, 2. Largo con moto e molto cantabile, 3. Finale: Scherzo e coda. Prestissimo. 
London Symphony Orchestra olv. Leon Botstein.
Telarc SACD-60642.
Met dank aan Jasja Nemtsov.

Samenstelling: