spinner

Thema

Oorgetuige #48: Mandelstam. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw, herdenkt vandaag de dichter Osip Mandelstam.

De dichter Osip Mandelstam (foto) zei vaak tegen vrienden: “Alleen bij ons hebben ze respect voor poëzie. Nergens anders ter wereld kun je de doodstraf krijgen voor een gedicht.” In november 1933 schreef hij het gedicht ‘Wolf’ over de ‘bergman die troont in het Kremlin’. Nina Targan Mouravi leest het origineel en haar vertaling.
Mandelstams weduwe Nadezjda, Nadja, schreef in haar Memoires: “Dit gedicht was een daad; naar mijn mening vormt het een logische consequentie van het hele leven en werk van M.” En zijn grote vriendin, de dichteres Anna Achmatova: “Ondanks het feit dat de tijden relatief ‘vegetarisch’ waren, lag er over dit huis een schaduw van tegenspoed en doem. Op een keer liepen wij door de Pretsjístenkaja-straat (februari 1934) […]. We bogen af naar de Gogolboulevard en Osip zei: ‘Ik ben klaar voor de dood.’ Al achtentwintig jaar lang herinner ik me dit moment wanneer ik langs die plek rijd.”
Mandelstams gedicht ‘Ik ben gelijk aan anderen’ werd op muziek gezet en gezongen door Jelena Jangfeldt-Jakoebovitsj, die in Moskou werd geboren maar sinds 1975 in Zweden woont.
Anna Achmatova vervolgt: “Osip Emiljevitsj, die zwaar leed onder wat de persoonsverheerlijking genoemd wordt, zei tegen mij: ‘Gedichten moeten nu maatschappelijk zijn.’ Veel later bevestigde hij dat gedichten alleen geschreven worden naar aanleiding van sterke schokken, zowel blije als tragische.”
 
Valentin Silvestrov is een componist wiens toonzetting lyrisch aansluit bij het idioom en de stemmingen van Mandelstam. Jana Ivanílova opent met ‘Ik ben het woord vergeten dat ik wilde zeggen’. Daarna zingt Aleksej Martinov ‘Ik zal je met volledige directheid zeggen’ en ‘En Schubert op het water’. Zij worden begeleid door Aleksej Loebimov. Vervolgens zingt Sergej Jakovenko Vier liederen van Mandelstam: ‘Mijn wimpers prikken’, ‘Ik weet niet wanneer’, ‘Om de roemrijke moed der toekomstige tijd’ en ‘De stenen sporen van Pieria’. Pianist is Valentin Silvestrov.
Mandelsjtam 2Mandelstam werd door Jagoda’s NKVD gearresteerd op 13 mei 1934. Anna Achmatova was bij hem: “Het arrestatiebevel was door Jagoda zelf ondertekend. De huiszoeking heeft de hele nacht geduurd. De agent vond ‘Wolf’ in mijn bijzijn en liet het Osip Emiljevitsj zien. Hij knikte zwijgend. Bij het afscheid kuste hij mij. Om zeven uur ’s ochtends is hij weggevoerd. Pasternak, bij wie ik nog dezelfde dag op bezoek was geweest, ging naar Izvestia om voor Mandelstam te pleiten, bij Boecharin, ik naar het Kremlin bij Jenoekídze. […] Het vonnis: drie jaar in Tsjerdyn in de Oeral, waar Osip uit het raam van het ziekenhuis sprong, omdat hij dacht dat ze hem kwamen halen […] en een arm brak. Nadja stuurde een telegram naar het Centraal Comité. Stalin gaf bevel de zaak opnieuw te bekijken en verleende toestemming om een andere plek te kiezen, daarna belde hij Pasternak op.”
Stalin schold Pasternak de huid vol dat hij meer zijn best moest doen voor zijn vriend. Achmatova tekent aan dat “Nadja en ik van mening zijn dat Pasternaks gedrag een acht plus verdient”.
FirsovaEen componiste voor wie Mandelstam de grootste inspiratie is, is de in Engeland woonachtige Jelena Firsova (foto). Zij componeerde een hele reeks solocantates op teksten van Mandelstam. Over haar cantate “Before the Thunderstorm” zegt zij: “Ik heb mijn hele leven met regelmaat cantates gecomponeerd op gedichten van Osip Mandelstam en ik krijg er elke keer een sterke creatieve impuls van, die zelfs doorwerkt in volgende composities. ‘Before the Thunderstorm’ was alweer mijn zevende cantate, na ‘Earthly Life’ en ‘Forest Walks’. Het werk bestaat uit zes delen. Het opent met een instrumentale introductie waarna vijf delen met stem volgen. Hiervoor nam ik teksten uit Mandelstams Moskouse Gedichten (1930-34) van kort voor zijn eerste arrestatie. De gedichten staan vol voorgevoelens van een naderende catastrofe. De titel is de tweede regel van het derde gedicht: “Ik voel zonder angst de donderstorm naderen.” Een donderstorm kan veel betekenen. Voor Mandelstam was deze de gevangenis, de verbanning en zijn dood in een concentratiekamp van de goelag.”
Vernon DukeDe van origine Wit-Russische Vladimir Doekelski, beter bekend als Vernon Duke (foto), componeerde in 1931 op gedichten van Mandelstam zijn Ode ‘Epitaaf’ in memoriam Sergej Djagilev en “het Rusland van mijn jeugd”. Hij was twee jaar eerder naar de Verenigde Staten geëmigreerd om daar, vaak samen met de gebroeders Gershwin, zulke hits te schrijven als “Taking a Chance on Love”.
Mandelstam zat de rest van zijn verbanning uit in Voronezj in Europees Rusland. Zijn verbanning eindigde in 1937, maar in 1938 werd hij opnieuw opgepakt en voor vijf jaar verbannen, naar Kolyma. De dissident en historicus Roy Medvjedev vergeleek deze kampen in het Verre Oosten met Auschwitz. Mandelstam heeft dat niet meer meegemaakt; de verhoren en de lange tocht hadden hem zo verzwakt dat hij op 27 december 1938 bezweek in het doorgangskamp Vtorája Rétsja bij Vladivostok.
TisjtsjenkoDe Leningradse componist Boris Tisjtsjenko (foto) droeg zijn Zesde Symfonie in 1988 op aan de nagedachtenis van dirigent Jevgeni Mravinski. In de vijf delen gebruikt hij poëzie van Anatoli Najman, Anna Achmatova, Marina Tsvetájeva, Osip Mandelstam en Vladimir Levinzon. In het vierde deel is Mandelstams gedicht ‘Geteisterd door de eeuw’ te horen.
Tisjtsjenko’s leraar en grote voorbeeld Dmitri Sjostakovitsj voltooide in 1939 zijn Zesde Symfonie. Een enthousiaste Jevgeni Mravinski bracht het werk datzelfde jaar nog in première en nam het op in zijn vaste repertoire. Mravinski dirigeert zijn Leningrads Filharmonisch Orkest in een uitvoering van 1972.
Osip Emiljevitsj Mandelstam (15.1.1891-27.12.1938).
1. ‘My zjivjom, pod soboje ne tsjoeja strany’.
2. ‘Wij zijn levend maar voelen het land niet meer aan’.
Vertaling en voordracht: Nina Targan Mouravi.
Uitgeverij Azazello.
3. Jelena Jangfeldt-Jakoebovitsj.
‘Ik ben gelijk aan anderen’ (‘Ja naravne c droegimi…’).
Jelena Jangfeldt-Jakoebovitsj, zang. Vjatsjeslav Gorski, piano. Sergej Soevorov, cello.
Sterling CDA 1650-2.
Valentin Vasiljevitsj Silvestrov (1937).
4. ‘Ik ben het woord vergeten dat ik wilde zeggen’ (‘Ja slovo pozabyl, tsjto ja chotel skazatj’).
Jana Ivanilova, zang. Aleksej Loebimov, piano.
Megadisc Classics MDC 7832.
5. ‘Ik zal je met volledige directheid zeggen’ (‘Ja skazjoe tebe s poslednej prjamotoj’).
6. ‘En Schubert op het water’ (‘I Sjoebert na vode’).
Aleksej Martinov, zang. Aleksej Ljoebimov, piano.
Megadisc Classics MDC 7840/41.
7. Vier liederen naar Mandelstam: ‘Mijn wimpers prikken’ (‘Koljoet resnitsy’), ‘Ik weet niet wanneer’ ( Ja ne znajoe, s kakich por’), ‘Om de roemrijke moed der toekomstige tijd’ (‘Za gremoetsjoejoe doblestj gradoesjtsjich vekov’), ‘De stenen sporen van Pieria’ (‘Na kamennych otrogach Pijerii’).
Sergej Jakovenko, bariton, Valentin Silvestrov, piano.
ECM New Series 1898/99 9821424.
8. Jelena Firsova (21.3.1950).
Voor de donderstorm (Mandelstam Cantatas), opus 70 (1994): 1) Adagio, 2) Con Moto I, 3) Lento, 4) Con Moto II, 5) Maestoso, 6) Largo.
Jekaterina Kitsjigina, sopraan, Studio voor Nieuwe Muziek Moskou olv. Igor Dronov.
Megadisc MDC 7816.
9. Vladimir Alekandrovitsj Doekelski (10.10.1903-16.1.1969).
Ode Epitaaf 1931 op gedichten van Osip Mandelstam, In Memoriam Sergej Djagilev.
Ilma Achmadejeva, sopraan, Het Nederlands Theaterkoor en het Residentie Orkest olv. Gennadi Rozjdestvenski.
Chandos CHAN 9766.
Osip Emiljevitsj Mandelstam (1891-1938).
10. Vek.
11. De Eeuw.
Vertaling en voordracht: Nina Targan Mouravi.
Uitgeverij Azazello.
12. ‘Neen, aan geen tijdgenoot wil ik mijn naam verbinden…’ (‘Njet, nikogda, nitsjej ja ne byl sovremmennik’).
Voordracht: Osip Mandelstam.
Uitgeverij Azazello/Letterkundig Museum Moskou.
13. Boris Ivanovitsj Tisjtsjenko (23.03.1939-9.12.2010).
Symfonie nr. 6 voor sopraan, alt en orkest, opus 105 (1988), op teksten van Najman, Achmatova, Tsvetajeva, Mandelstam en Levinson, IM Mravinski: 4) ‘Geteisterd door de eeuw’ (‘Vekom gonimyj’).
Valentina Joezvenko, sopraan, Elena Roebin, contra-alt en het Symfonieorkest USSR ministerie van Cultuur olv. Gennadi Rozjdestvenski.
NF/PMA 9947.
14. Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
Symfonie nr. 6 in b opus 54 (1939): 1) Largo, 2) Allegro, 3) Presto.
Leningrads Filharmonisch Orkest olv. Jevgeni Mravinski.
MEL CD 10 00774.
Met dank aan Nina Targan Mouravi.

Samenstelling: