spinner

Thema

Oorgetuige #56: Wacht op mij. ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw, is vandaag gewijd aan werk dat tot stand kwam tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog.

Dichter-journalist Konstantin Sí-mo-nov (foto links) begon vanaf zijn twintigste jaar in 1935 gedichten te publiceren. Hij werd oorlogscorrespondent aan de militair-politieke academie en werd bij het uitbreken van de oorlog toegevoegd aan de redactie van legerkrant ‘Rode Ster’.
SSerovaimonov kreeg echter vooral grote bekendheid door zijn gedicht ‘Wacht op mij’ [Zjdi me-njá] uit 1941, waarin een soldaat zijn geliefde vraagt op hem te wachten, want hij keert weerom. Zij is voor de dichter de actrice Valentina Serova (foto). Het werd een nationale hymne en lijfgedicht van de Russische frontsoldaten. Toen Stalin hoorde dat van Simonovs bundel liefdespoëzie ‘Met jou en zonder jou’ 200.000 stuks werden gedrukt, schamperde de ‘Supremo’ dat twee stuks hadden volstaan: één voor de dichter, één voor zijn geliefde. De dichter zou na de oorlog een dubieuze rol spelen bij de zuiveringen van 1948 en de antisemitische golf van 1953.
Meanwhile, in the USA… Joseph Achron leerden we kennen als een van de wonderkinderen van Leopold Auer en een prominent vertegenwoordiger van de joodse renaissance die voor de revolutie in Rusland kon plaatsvinden. Na een tussenstop in Berlijn leefde hij tot zijn dood in 1943 in relatieve eenzaamheid in de Verenigde Staten. Hij legde zich volledig toe op compositie en trad niet meer op als violist. Zijn laatste compositie was het Concerto voor Piano Solo uit 1941, dat volgens pianist Jasja Nemtsov op barok-modellen is gemoduleerd. De vier delen volgen het schema van de concerti van Corelli en Vivaldi, maar wel met kenmerkende joodse motieven. De delen zijn: statig, vrolijk, dichterlijk, energiek en capricieus.
 
GolubevWij keren met pianiste Tatjana Nikolájeva terug naar Rusland. Jevgéni Góloebev werd op 16 februari 1910 geboren in Moskou. Hij was al heel jong muzikaal actief en volgde de Gnesin Staatsmuziekschool voordat hij aan het conservatorium verder studeerde in piano en compositie bij Nikolaj Mjaskovski, Nikolaj Zjilajev en Sergej Prokofjev. In 1938 componeerde hij, nog voor Sjostakovitsj, het eerste pianokwintet in de Sovjet-tijd. Zijn leerlinge Tatjana Nikolájeva vertelt zelf dat zijn Vierde Pianosonate uit 1942 een “monumentale compositie is, in kracht en rijkdom te vergelijken met een symfonie”. Zij bracht het werk zelf in première, wat naar haar eigen zeggen ook “het nodige uithoudingsvermogen vergt”. Tatjana Nikolajeva speelt de vierde pianosonate van Jevgeni Goloebev, die later aan het conservatorium in Moskou ook de docent zou zijn van componisten als Andrej Esjpaj en Alfred Schnittke. 
MedtnerNikolaj Medtner (foto links) was in 1935 naar Engeland gevlucht. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vielen zijn inkomsten uit Duitsland weg en werd hij volledig afhankelijk van studenten en vrienden, voorop Sergej Rachmaninov. Hij trok in Warwickshire in bij studente Edna Iles, waar hij in 1943 zijn 3de Pianoconcert “Ballade” voltooide, dat hij dat jaar nog in première bracht. Hij werd in 1946 financieel gered toen de maharaja van Mysore een Medtner Society stichtte om al zijn werken op de plaat te zetten. De componist, in slechte gezondheid, slaagde er toch nog in zijn drie pianoconcerten zelf te spelen.
WeinbergMet de Pools-joodse componist Mieczyslaw [Moisje] Weinberg (Vainberg), die voor de Duitse troepen uit van Polen naar Rusland vluchtte, maakte u al kennis in de Lermontov-aflevering van Oorgetuige. De boezemvriend van Sjostakovitsj (hier samen op de foto), die met hem de strijd aanging wie de meeste strijkkwartetten zou componeren (en won), schreef in 1942 zijn eerste symfonie, die hij opdroeg aan het Rode Leger.  
Voor zover de tijd het toestaat laten we u nog ‘Aanvechting van jaloezie’ horen van Mikael Tarivérdijev op een gedicht van Marina Tsvetájeva, aan wie de volgende Oorgetuige gewijd zal zijn.
1. Matvej Blanter (1903-1990).
‘Wacht op mij’ (1942), op tekst van Konstantin Simonov (1915-1979).
Georgi Vinogradov, tenor.
Bomba Piter CDMAN 384-09.
2. Joseph Achron (1886-1943).
Concerto voor piano solo (1941): 1) Statig, 2) Vrolijk, 3) Dichterlijk, 4) Energiek en capricieus.
Jasja Nemtsov, piano.
EDA 016-2.
3. Jevgeni Kirillovitsj Góloebev (Moskou 16.2.1910-25.12.1988).
Pianosonate nr. 4 in f opus 22 (1942): 1) Allegro concentrando, 2) Andante doloroso, 3) Allegro risoluto.
Tatjana Nikolajeva, piano.
MEL CD 10 00925.
4. Nikolaj Medtner (1880-1951).
Pianoconcert nr. 3 in e klein, opus 60 (1942): 1) Con moto largamento, 2) Interludium. Allegro, molto sostenuto, misterioso, 3) Finale. Allegro molto. Svegliando, eroico.
Nikolaj Demidenko, piano. BBC Scottish Symphony Orchestra olv. Jerzy Maksymiuk.
Hyperion CDA66580.
5. Mieczyslaw [Moisje] Weinberg (Warschau 8.12.1919 – Moskou 26.2.1996).
Symfonie nr. 1, opus 10 (1942), ‘Aan het Rode Leger’.  1) Allegro moderato, 2) Lento, 3) Vivace, 4) Allegro con fuoco.
Petersburgs Staatssymfonieorkest olv. Aleksandr Titov.
Hyperion CDA66580.
6. Mikael Tariverdijev (1919– 1996).
‘Aanvechting van jaloezie’ (Попытка Ревности) uit: Vijf liederen op gedichten van Marina Tsvetajeva (1985).
Olga Kirjanova, sopraan. Aleksej Goribol, piano.
Boheme CDBMR103208.

Samenstelling: