spinner

Thema

Oorgetuige #83: Dooi. Geen mooiere startplaats voor een programma over de ‘dooi’ in onze serie over Russische muziek van de 20ste eeuw dan de Amsterdamse IJsbreker, de bakermat van de Concertzender.

In de IJsbreker speelde de Russische pianist Joeri Jegorov op 25 januari 1986 het Sportief Holland Concert in de reeks Amsterdamse Bedrijfsconcerten van de Concertzender, de ABC-serie. Een van de werken was ‘Zes beelden voor piano’ opus 40 uit 1965 van Arno Babadzjanján. U hoort een prachtige CZ-opname uit onze begintijd.

Componist Vadim Salmanov (foto links) is vooral bekend om zijn tweede symfonie, ‘Lied van het Woud’, die u later in deze uitzending hoort. Hij werd in 1912 geboren in Petersburg en begon zijn muzieklessen bij zijn vader. Eerst studeerde hij geologie, maar in 1935 keerde hij terug naar de muziek, aan het conservatorium bij Michail Gnesin. Na de afronding van zijn opleiding werd hij in 1941 naar het front gestuurd om daar de rest van de oorlog te blijven. Terug aan het conservatorium componeerde hij na 1945 kwartetten en sonates en veel strijdliederen. Hij behoorde ook tot de nomenklatoera in de partij en componistenbond. Zijn tweede vioolsonate is van 1962.
Het 22ste partijcongres vond in 1962 plaats en over de misdaden van Stalin, Beria en entourage kon openlijk worden gesproken. In de kunsten tekenden zich twee tendensen af: enerzijds pogingen om de dogmatiek te overwinnen en de artistieke mogelijkheden te vergroten, wat gepaard ging met tolerantie, liberalisme en een beperkte dialoog met de machthebbers. Aan de andere kant zette de stalinistische lijn zich voort. Als vanouds speelde de literatuur een prominente rol. Het was een duidelijk teken van de ‘dooi’ dat in 1961 een dichtbundel van Marina Tsvetajeva kon verschijnen. En naast zijn novelle De dooi trokken ook Erenboergs memoires over de Grote Terreur, Mensen, Jaren, Leven, de aandacht. Zoals al gesteld, was de publicatie van Solzjenitsyns Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj in 1962 een mijlpaal. In de andere kunsten waren vergelijkbare tendensen te zien. In de muziekwereld waakte Tichon Chrennikov intussen over geleidelijke en slechts kleine aanpassingen. Nikita Chroesjtsjov beschouwde de kunst, net als Stalin, als zijn eigen domein en zijn onkunde en geblunder boden partijbonzen de nodige ruimte om met succes een eigen politiek te volgen. Chroesjtsjovs voorkeur voor persoonlijke ontmoetingen leidde ook tot gevoelige botsingen, zoals bij een treffen met Tvardovski, Solzjenitsyn, Sjostakovitsj en Jevtoesjenko, waarbij de laatste de kans aangreep om het staatshoofd aan te vallen op zijn antisemitisme.
De andere tijden kondigden zich ook aan met een tournee van het New York Philharmonic met Leonard Bernstein in 1959, met de Sacre du Printemps op het programma. Daarvoor kwam Glenn Gould al op bezoek, met werk van Anton von Webern. En in september 1962 zou ook Stravinski zelf voor het eerst in een kleine halve eeuw zijn geboorteland weer bezoeken. De “schaamteloze profeet van het modernisme van de bourgeois” werd permament vergezeld door belangrijke musici, zoals Maria Joedina, Joeri Sjaporin, Kara Karajev, Karen Chatsjatoerjan en Kirill Kondrasjin en door naaste verwanten van Prokofjevs eerste vrouw, van Rimski-Korsakov en de dichter Balmont. Alleen Sjostakovitsj ontbrak en leek een ontmoeting ook stelselmatig te ontlopen. Zat de een in Moskou, dan was de ander in Leningrad, en andersom. Toch kwam het tot drie ontmoetingen, waarover fantastische verhalen gingen circuleren.
In 1961 orkestreerde Sjostakovitsj voor Galina Visjnevskaja Moesorgski’s Liederen en dansen van de dood, die zij zong in het concert waarin zij na de pauze de Satires van Sasja Tsjorny aan de wereld presenteerde. Op de foto met Sjostakovitsj en Rostropovitsj.
SjosSlavaGalja
Sjostakovitsj schreef Isaak Glikman in 1960 in een brief: “Ik ben zeer onder de indruk van Weinbergs vioolconcert, superieur uitgevoerd door de communistische violist L.B. Kogan. Het is een magnifiek werk. En ik weeg mijn woorden zorgvuldig.” ‘Communistische violist’, een allusie naar Kogans warme banden met het regime. Met dit werk begon Weinberg zijn meest succesvolle periode als componist. Niet omdat hij partijlid werd of als immigrant zo geliefd was bij het bewind; de meest vooraanstaande musici als Kogan stonden in de rij om zijn werk uit te voeren op de meest prestigieuze podia van het land. Vandaag hoort u de Litouwse violist Ilja Groebert, een leerling van Kogan en in 1978 winnaar van het Paganini-concours in Genua en het Tsjajkovski-concours in Moskou.
Zoals gezegd is componist Vadim Salmanov vooral bekend om zijn Symfonie nr. 2, ‘Lied van het woud’, een compositie uit 1959. Jevgeni Mravinski, aan wie hij de 1ste en 4de symfonie opdroeg, zette alle vier zijn symfonieën op de plaat. Luistert u nu dus naar Salmanov’s Tweede Symfonie, uitgevoerd door het Leningrad Filharmonisch Orkest met dirigent Jevgeni Mravinski. De idyllische delen zijn Lied van het woud, Roep van de natuur, In het avondrood en Het woud zingt.
Voor zover de tijd toestaat speelt Jean-Pierre Armengaud nog de Bagatellen van Edison Denisov uit 1960.
1. Arno Babadzjanjan (Jerevan 22.1.1921 – 11.11.1983).
Zes beelden voor piano, opus 40 (1965).
Joeri Jegorov (Youri Egorov), piano (28.5.1954-16.4.1988).
Eigen opname Concertzender van het ‘Sportief Holland Concert’ in de IJsbreker Amsterdam op 25 januari 1986.
2. Vadim Nikolajevitsj Salmanov (1912-1978).
Sonate voor viool en piano nr. 2 (1962): 1) Allegro molto, 2) Andante, 3) Presto.
Gidon Kremer, viool, Maria Bondarenko, piano.
Brilliant Classics 8712.
 
3. Dmitri Dmitrijevitsj Sjostakovitsj (1906-1975).
Instrumentatie cyclus ‘Liederen en Dansen van de Dood’ van Modest Moesorgski (1839-1891), zonder opusnummer (1962): 1) Slaapliedje, 2) Serenade, 3) Trepak, 4) De veldmaarschalk.
Galina Visjnevskaja, sopraan, London Philharmonic Orchestra olv. Mstislav Rostropovitsj.
EMI 0946 3 65008 2 9.
4. Mieczyslaw Weinberg (1919-1996).
Vioolconcert in g klein opus 67 (1959): 1) Allegro molto, 2) Allegro animato, 3) Adagio, 4) Allegro risoluto.
Ilja Groebert, viool, Russisch Filharmonisch Orkest olv. Dmitri Jablonski.
Naxos 8.557194.
5. Vadim Nikolajevitsj Salmanov (1912 – 1978).
Symfonie nr. 2 in g klein (1959): 1) Lied van het woud, 2) Roep van de natuur, 3) In het avondrood en 4) Het woud zingt.
Leningrad Filharmonisch Orkest olv. Jevgeni Mravinski.
IMLCD073/74.
6. Edison Vasiljevitsj Denisov (1929 – 1996).
Bagatellen opus 10 (1960).
Jean-Pierre Armengaud, piano.
MAN4888 HMCD 90.

Samenstelling: