Sanssouci
za 29 aug 2026 10:00 uur
Van alles wat rond het midden van Mozarts Weense carrière. De afgelopen twee weken waren gewijd aan één genre in het bijzonder: respectievelijk het pianoconcert en het strijkkwartet. Vandaag pakken we het anders aan: we laten drie werken uit verschillende genres horen. Wel stammen ze allemaal uit of rond 1786, dat wil zeggen rond het midden van Mozarts Weense periode. We beginnen met delen uit Der Schauspieldirektor. Het wordt vaak als een opera of Singspiel (Duitse opera met gesproken teksten tussendoor) omschreven. Eigenlijk is dat iets te veel eer. Het is meer toneelmuziek bij een grotendeels gesproken theaterstuk: een ouverture en vier zangnummers, waarvan we er hier één horen. Onderwerp is het theater zelf. Twee ijdele zangeressen strijden over wie er de hoofdrol mag hebben, terwijl hun mannen – ook zangers – de zaak probeert te sussen maar zelf ook deel van de strijd worden. De impresario ("Schauspieldirektor") heeft het er maar moeilijk mee… Een onderwerp waar Mozart wel wat mee kon, want in Wenen was hij een echte operacomponist geworden. Hij kende dit soort praktijken dus als geen ander… • Het tweede werk dat we laten horen is Mozarts Hoornconcert nr. 4. De naam is een beetje bedrieglijk. Mozart schreef inderdaad vier concerten voor de hoorn, maar dit is niet het laatste van die vier werken. In feite is het het tweede. Mozart werkte in zijn Weense jaren intensief samen met Joseph Leutgeb, kaashandelaar van beroep maar als hoornist beslist geen amateur. Hij kon met het instrument wat vrijwel niemand kon: zeer hoge en lage tonen, snelle beweeglijke passages, grote sprongen – allemaal dingen waar de hoorn niet voor gemaakt is maar waar hij hem toch voor gebruikte. Een groot talent, waar Mozart dankbaar en zeer handig gebruik van maakte. Toch was deze Leutgeb het constante mikpunt van Mozarts grappen. Boven een concert (niet dit) staat bijvoorbeeld "Wolfgang Amadé Mozart heeft rekening gehouden met os, ezel en nar Joseph Leutgeb." Op een ander moment staat er "Adagio" in een snel deel (misschien om aan te geven dat Leutgeb de neiging had om het tempo te laten slepen). In het vierde concert gebruikte Mozart verschillende kleuren drukinkt, alsof er een code in verstopt zit… Niettemin is de muziek beslist geen grap, en is het derde deel een eeuwige publiekslieveling. Tot slot draaien we een pianokwartet uit 1785, het eerste van de twee die Mozart geschreven heeft. Het pianokwartet was een nieuw genre. Wat moest je daarvan verwachten? Er was het strijkkwartet, een serieus genre voor kenners. Er was ook het pianotrio, populaire muziek die door amateurs gespeeld kon worden. Bij het pianokwartet was er geen traditie, daar moesten de bakens nog worden uitgezet. Vermoedelijk zou het er een beetje tussenin zitten. Uitgever Hoffmeister dorst het wel aan. Mozart was op dat moment immens populair met zijn pianoconcerten, dus kamermuziek van hem zou wel verkopen. Hij kreeg een royaal voorschot voor drie kwartetten. Maar toen Hoffmeister het eerste kwartet onder ogen kreeg, schrok hij wel even. Veel te moeilijk, zowel om te spelen als om te luisteren. Niks voor amateurs, dus geen kassucces. Hij kwam met Mozart overeen dat die het voorschot mocht houden … als hij de andere twee werken niet zou schrijven. Soms is geld makkelijker verdiend dan anders… • Afspeellijst • 1. Der Schauspieldirektor, KV 486: ouverture en aria "Ich bin die erste Sängerin" • 2. Hoornconcert nr. 4 in Es, KV 495 • 3. Pianokwartet in g, KV 478 • Uitvoerenden • Magda Nador (Mme. Herz), Krisztina Laki (Mme. Silberklang), Thomas Hampson (M. Vogelsang). Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt (1) • The Hanover Band o.l.v. Anthony Halstead; Pip Eastop (hoorn) (2) • Francesca Dego (viool), Timothy Redout (altviool), Laura van der Heijden (cello), Federico Colli (piano) (3)