spinner

Sylvester Hoogmoed over het Franse chanson

vr 12 apr 2019
Thema: Raakvlakken
Genre: Chanson

Sylvester Hoogmoed maakt voor de Concertzender het wekelijkse chansonprogramma op de zaterdagavond. Vanavond draait hij een mengeling van nieuwe chansons, en van oude waar een actuele aanleiding voor is om ze te draaien. Van Lucienne Delyle en Les Compagnons de la Chanson tot Gauvain Sers, een nieuwe ster aan het firmament. En natuurlijk Jacques Brel.

Wie is Sylvester Hoogmoed?
‘Van huis uit ben ik politicoloog en ik schrijf. Ik publiceerde artikelen in De Groene Amsterdammer, Het Historisch Nieuwsblad en de Volkskrant. In 2011 verscheen mijn biografie We zien wel! over Ramses Shaffy, in 2017 gevolgd door De moeder van Ramses. Ik werkt nu aan een biografie over Ien Dales. Over mijn leven zou je heel wat chansons kunnen schrijven, zoals over iedereen. Gelukkig gebeurt dat ook. Het mooist zijn de liedteksten waarin we ons kunnen herkennen.’

Waarom het chanson?
‘De teksten van chansons zijn vaak net iets vernuftiger dan die van popliedjes, al kunnen de betere singer-songwriters er ook wat van. Dat ik die niet draai, heeft als enige reden dat je op alle andere radiozenders al zo veel Engelstalige liedjes hoort. In het Italiaans, Spaans, Portugees, Russisch, Duits en Nederlands worden ook mooie liedjes gezongen, maar de rijkdom van het Franse chanson is ongeëvenaard. Waarschijnlijk omdat algemene ontwikkeling daar vaker gepaard gaat met een literaire inslag. In de Parijse metro zie je nog regelmatig mensen een boek lezen.’

Hoe is je liefde voor het chanson ontstaan?
‘Met Jacques Brel, die ik als tiener ontdekte. Aan de hand van zijn teksten heb ik Frans geleerd – al hebben meester Fokkelman en juffrouw Ter Beek op school daar ook een grote bijdrage aan geleverd.’

Een vraag aan de politicoloog: hoe verhoudt muziek zich tot politiek, in het verleden en heden ten dage?
‘Franse chansonniers waren vooral vroeger vaak nogal geëngageerd. Jean Ferrat was communist, Leo Ferré anarchist, Brassens en Brel bonden de strijd aan met de kleinburgerlijkheid. Vaak weten presidentskandidaten bekende chansonniers en chansonnières aan zich te binden, men is bepaald niet bang fans te verliezen door een politieke voorkeur uit te spreken.’

Je draait ook af en toe ‘kleinkunst’. Is dat vergelijkbaar met het Franse chanson?
‘Dat is het zeker. Ik vind kleinkunst een mooie geuzenterm, maar noem het liever Nederlandstalig chanson. Onze taal is weliswaar wat minder muzikaal, maar er zijn toch hele mooie liedjes in geschreven, door bijvoorbeeld Ramses Shaffy, Jules de Corte, Jaap Fischer / Joop Visser, Alex Roeka, Spinvis en Lucky Fonz III.’

Hoe ziet je band met Frankrijk en Franse muziek er tegenwoordig uit?
‘Ik kwam altijd al graag en vaak in Frankrijk, maar sinds vorig jaar woon ik er ook, dus de band is alleen maar hechter geworden. Er verschijnen jaarlijks nog altijd zo veel goeie cd’s met Franse chansons dat ik eind december aan één uur niet genoeg heb voor mijn jaaroverzicht. Hoewel de Franse liedschrijvers zich tegenwoordig eerder later inspireren door Angelsaksische popmuziek dan door de Amerikaanse jazz, zoals vroeger, schakel ik in mijn programma moeiteloos over van 1919 naar 2019 – en alles wat daartussenin zit.’

Wie zijn voor jou de grootste (Franse) chansonniers?
‘Je kunt niet heen om Georges Brassens, Jacques Brel, Léo Ferré en de aartsvader van het moderne chanson: Charles Trenet. Die draai ik allevier nog regelmatig. Guy Béart heeft ook prachtige liedjes geschreven, net als Barbara, Françoise Hardy, Jeanne Moreau, Renaud en Francis Cabrel. Wat de jongere generatie betreft ben ik erg gecharmeerd van Grand Corps Malade, Albin de la Simone, François Morel, Hoshi, Jeanne Cherhal en Les Ogres de Barback.’

Afgelopen zaterdag had je Brel ter gelegenheid van zijn 90e geboortedag, deze week draai je weer iets van hem. Wat betekent hij voor jou?
‘Zijn teksten waren goed te volgen voor de jonge vwo’er die ik ooit was, ze zitten soms redelijk ingenieus in elkaar, maar zijn vaak ook luchtig, speels en humoristisch. Voeg daarbij de mooie composities, meestal tot stand gekomen in samenwerking met zijn pianist Gérard Jouannest (vorig jaar overleden) en zijn adembenemende optredens. Ik denk dat hij nog steeds voor velen een voorbeeld is. Bovendien hielp hij een brug te slaan tussen het Franse chanson en de Engelstalige popmuziek. Iemand als Bowie heeft zich ook wel eens aan zijn “Amsterdam” gewaagd.’

Je schreef een biografie over Ramses Shaffy. Wat is volgens jou de betekenis van Shaffy?
‘Shaffy is vaak vergeleken met Brel, volgens Louis van Dijk was hij zelfs beter, omdat hij zijn liedjes alleen schreef, zonder hulp van een Jouannest. Ik heb Ramses later leren kennen dan Brel, niet als scholier maar op mijn studentenkamer, waar ik al snel zijn lp’s verzamelde. Nog veel later leerde ik hem persoonlijk kennen en werd zijn biograaf. Hij is zonder meer één van de belangrijkste Nederlandstalige chansonniers (ik denk de allerbelangrijkste), en zijn klassiekers zullen zeker overleven, net als, voor een veel kleiner publiek, de cultalbums. Daarnaast blijf ik stiekem hopen dat Ramses ooit nog eens postuum doorbreekt in Frankrijk, zijn geboorteland.’

Zijn er in Nederland nog meer radioprogramma’s waarin Franse chansons gedraaid worden? Waar zijn nog Franse cd’s te koop?
‘Nauwelijks helaas. Op Radio 5 draait Jacques Klöters op zondagochtend regelmatig Franstalig werk, maar dan heb je het wel gehad. In de betere platenzaken zijn gelukkig zeker nog Franse chansons te koop, ook van de jongere generaties. Maar veel te weinig.’

Wat staat er vanavond op je programma?
‘Een mengeling van nieuwe chansons en oude waar een actuele aanleiding voor is om ze te draaien. Van Lucienne Delyle en Les Compagnons de la Chanson tot Gauvain Sers, een nieuwe ster aan het firmament. En natuurlijk weer Brel.’

Door: Lucie Th. Vermij

Het programma ‘Chanson’ van Sylvester Hoogmoed is iedere zaterdag van 21u-22u uur te beluisteren op de Concertzender. Daarna is het hier terug te horen.