Waren humanisten vrolijk? Ze deden hun best…
De zestiende eeuw draagt een onbeschrijflijk contrast in zich. Het was een periode van grote onzekerheid, van intense conflicten, van haat en nijd, van rokende brandstapels met heksen en ketters, van om goud uitgemoorde indianen… van mensen die bang waren om hun hachje kwijt te raken en mensen die boos waren op het gezag. Maar in die wereld … bloeide de kerkmuziek als nooit tevoren. Zestiende-eeuwse muziek klinkt vaak zo hemels, zo onaards mooi, dat je je amper kunt voorstellen dat ze juist in deze tijd gemaakt is.
Kritiek op het systeem, in elk geval op het traditionele geloofssysteem van de kerk, kwam niet alleen van kerkhervormers maar ook van humanisten. Protestantse en katholieke geleerden waren het over één ding steeds meer eens: in de klassieke tijd was het beter. Het liefst zouden ze daarnaar terugkeren, maar hoe zou je dat moeten doen als componist? Over de Griekse muziek was amper iets bekend… Daarom werd er vooralsnog teruggegrepen op de polyfonie.
In dit concert horen we muziek van de Sloveense componist Jacobus Gallus Carnolius. Hij geldt als een humanist, misschien vooral omdat hij (naast kerkmuziek) wereldlijke liederen in het Latijn schreef. Typisch iets voor studenten. Als Sloveen zat Gallus dichtbij het hippe Venetië. Daar was in de laatste jaren een nieuwe stijl ontstaan: de meerkorigheid. Er werd minder nadruk gelegd op polyfone weefsels en meer op klankblokken van met elkaar “pratende” koren. Gallus neemt die stijl deels over.