Search for:
spinner

Miles Davis & John Coltrane Centennial (1)

ma 4 mei 2026
Thema: Jazz

za 16 mei 2026, 17:00 uur – House of Hard Bop.
Honderd jaar geleden, in 1926, maakten zowel Davis als Coltrane hun entree op de planeet. Dat gaat niet voorbij aan de Concertzender. Centraal in deze House of Hard Bop serie staan de opnamen van het legendarische Miles Davis Sextet (1958-1959), met tenorist Coltrane en altist Cannonball Adderley. Van het iconische album Milestones uit 1958 hoort u vijf stukken. Daarna On Green Dolphin Street en Fran-Dance van het compilatiealbum 1958 Miles.

Bandleider Miles Davis had een fijne antenne voor het werven van personeel. Dat resulteerde vrijwel altijd in topbezettingen. Maar soms werkten de omstandigheden niet mee. In 1955 stond enige tijd tenorist Sonny Rollins naast hem op het podium, tot Rollins aankondigde full-time te gaan werken aan het afkicken van zijn heroïneverslaving. Wat nu?

Davis’ drummer Philly Joe Jones kwam aanzetten met John Coltrane. Miles was niet direct overtuigd. Hij had Coltrane als eens gehoord, en was toen niet onder de indruk. Dat sloeg nu om, na een paar repetities. Maar er was niet direct een klik tussen de twee. Davis: “Trane liked to ask all these motherfucking questions back then about what he should or shouldn’t play. Man, fuck that shit. (…) So my silence and evil looks probably turned him off.” Davis was inderdaad geen prater, en kon je zwijgend aankijken op een manier die niet bepaald ontspannend werkte. Later leidde Coltranes heroïneverslaving nogal eens tot problemen. Davis was in een eerdere periode afgekickt, en had weinig tolerantie richting het gebruik van Coltrane.
Uiteindelijk zou hun samenwerking vijf jaar duren, in het First Great Quintet. In 1958 werd het een sextet, door toetreding van altist Cannonball Adderley.

Naast Davis, Coltrane en Adderley bestaat het sextet in Milestones uit pianist Red Garland, bassist Paul Chambers en drummer Philly Joe Jones. De setlist bevat een grote verscheidenheid aan stukken. De volgorde van solo’s in het blazerstrio varieert optimaal. En opvallend: bassist Chambers krijgt meer soloruimte dan pianist Garland.

Dr. Jackle (Jackie McLean)
Een pittige opener. Het blazerstrio heeft het ritmisch niet makkelijk met het thema in dat hoge tempo, wat ten koste gaat van de articulatie. (Op Davis’ plaat Quintet/Sextet uit 1956 is het tempo in Dr. Jackle aanzienlijk lager.) Davis wisselt in de eerste solo hoge snelheid af met gematigder frasen en muzikale rusten. Het uitgebreide middendeel is voor de twee saxofonisten, die in hun 12-om-12 hoge snelheden handhaven en elkaar steeds dichter naderen. Gestreken bassolo. Ook de begeleidende pianist Garland draagt zijn steentje bij aan de dynamische vormgeving.

Sid’s Ahead (Davis)
Afkoeling na Dr. Jackle. Schier onbeperkte tijd, 13’13”. Ook in dit stuk, met die ruime tijd, geen pianosolo. Garland was tijdens de repetitie kwaad de studio uit gelopen. Davis nam waar achter de solo’s van de anderen – vandaar de afwezigheid van piano achter zijn eigen solo’s. Aan de piano maakte hij er het beste van, en dat is nogal weinig. Lange, pizzicato bassolo. Davis’ gunfactor aan, en plezier in Paul Chambers waren in deze periode groeiende.

Two Bass Hit (John Lewis, Dizzy Gillespie)
Een ingewikkeld stuk, vergeleken met de andere thema’s op dit album. Dat krijg je met twee componisten. Drummer Jones slaat energiek om zich heen in de expositie. Hij en pianist Garland – kennelijk weer terug in de studio – kunnen het opvallend goed met elkaar vinden achter de solo’s van de rietblazers. Davis soleert niet, en laat alle tijd aan Coltrane, Adderley en drummer Jones.

Milestones (Davis)
Milestones – fraaie woordspeling – is de eerste ‘modale’ compositie van Davis. Vorm en harmonie worden daarbij niet bepaald door akkoordenschema’s, maar door toonreeksen (toonladders). In dit stuk betekent dat: 16 maten G-dorisch, daarna 16 maten A-aeolisch, en vervolgens 8 maten terug naar G-dorisch. Dat is de cyclus die wordt herhaald. Binnen de vorm zijn er dus twee ‘draaipunten’, en is er geen sprake van relatief snelle akkoordwisselingen. De improvisaties zijn gebaseerd op de toonreeksen.

In Milestones krijgt het middendeel van het thema niet alleen de 2e toonreeks, maar ook een eigen melodische frase, een variant op de openingsmelodie, in een hoger register. Daarnaast wordt dat middendeel gekenmerkt door meerstemmigheid – melodie in de trompet, begeleidende stemmen in de andere blazers – en door een eigen basfiguur. Dat laatste blijft ook kenmerkend in het improvisatiedeel. Pianist Garland, die ook nu niet soleert, begeleidt de blazers consequent met het meerstemmige thema.

Een dergelijke modale structuur betekent ook een andere insteek voor de solisten. En u, oplettende luisteraar, zal het verschil ook waarnemen. Maar Milestones komt niet over als complex, en is constant lekker swingend. Het is “toegankelijker” dan het vorige Two Bass Hit.
(Miles’ compositie So What, in 1959 gepubliceerd op het album Kind of Blue, is eveneens modaal.)

Straight, No Chaser (Thelonious Monk)
De bekende blues-compositie van Monk is met zijn ruim tien minuten, en een gematigd tempo, de afsluiter van deze boeiende reeks stukken. In de solovolgorde: Adderley, Davis, Coltrane, is duidelijk hoorbaar waarom Davis altijd een rietblazer naast zich wilde hebben. Eentje die er van houdt om er flink vandoor te gaan. In dit geval twee van die rietblazers. Het is een van zijn manieren om zich te profileren, met juist niet al te snelle ritmen, meer ademruimte, en minder inspanningen in het hoge register.
En ook pianist Red Garland soleert nu! De ‘blues’ is hem op het lijf geschreven. Binnenkort zal hij het kwintet van Davis verlaten om voor zichzelf te beginnen.
(Enter Bill Evans…)

————————————————

1958 Miles bevat een compilatie van opnamen, gemaakt in mei en september 1958, uitgebracht in 1974. Twee wisselingen in het kwintet: drummer is nu Jimmy Cobb, en aan de piano zit Bill Evans.
Deze bezetting gaat langzaam verder richting modaal. John Coltrane begint zijn muzikale vocabulaire uit te breiden met zijn befaamde sheets of sound.
Meer over Cobb en Evans in het volgende Nieuwsbericht.

On Green Dolphin Street (Bronislaw Kaper)
Het A-deel van deze standard wordt gekenmerkt door een chromatisch dalende figuur boven één liggende – maar wel ritmische – bastoon. Die bastoon blijft behouden tijdens de improvisaties. Het B-deel contrasteert: een stijgende lijn, en diatoniek.
De nieuwe pianist Bill Evans geeft meteen zijn visitekaartje af. Zijn intro omvat de complete vorm! Aan het eind daarvan verlaat hij het vrije tempo om de weg te effenen voor Davis’ thema.

Davis speelt met zijn demper, de Harmon mute. Daarmee creëert hij zijn karakteristieke, intieme, ‘rokerige’ klankkleur – een van zijn fingerprints. Zijn thema gaat over in improvisatie. Na Coltrane, en de ‘jubelende’ Adderley, soleert Evans. Vrijwel honderd procent ‘blokakkoorden’, een van zijn vele sterke kanten.

Fran Dance (Davis)
Een stuk van Davis, genoemd naar zijn vrouw, de danseres Frances Taylor. (Een bloedmooie vrouw. Als ze samen op straat liepen trok het paar de aandacht van voorbijgangers.)

Hoesontwerp
Het grafische ontwerp van de hoes wordt toegeschreven aan de Japanse kunstenaar Masuo Ikeda. Laten we de afbeelding ‘bijzonder’ noemen.

 

House of Hard Bop – Eric Ineke